|
Even een dooddoener; penvissers zijn visueel ingesteld. Zo, die zit. Pennetje kijken, vis zoeken, water doorgronden. Maar wat als het niet zichtbaar is? Wat als dat wat je verwacht er wel is zonder dat je iets ziet? Ben je dan alweer vertrokken voordat de vis een kans heeft gehad? Het is het seizoen van bellen en schuim. Vooral tijdens de vroege ochtenden verschijnen soms enorme hoeveelheden belletjes bij het azen. Zachte modderbodem, wroetende vis, schuim op het water. Hartverstikkende spanning als dat schuimspoor in de buurt van het oranje komt. Zeker als dat oranje reageert; lijnzwemmer of aanbeet? Midden juni. Ik loop door het weiland, ben op zoek naar een verhaal. Ik heb er al zoveel maar wil er altijd nieuwe bij hebben. Deze dag heeft nog geen verhaal. Apart. Had ik niet verwacht. Week of wat ervoor was ik hier ook. Toen verhalen te over. Verhalen over een laagje water in mijn laarzen, puur door, door het hoge, natte gras te waden. Verhalen over grof azende karpers die enorme hoeveelheden bellen omhoog stuwden maar bovenal het verhaal van een prachtschub die zich niet liet aankondigen. Geen belletje, geen tikje, gewoon pen weg en raak. Later voegde ik nog een verhaal toe. Kwam in een vergeten hoekje een koppeltje azende vis tegen. Het is er ondiep. Moddersporen laten zien waar geaasd wordt. Ik mik de pen op goed geluk tussen een paar van die modderstrepen. Voer los een vijftal maïskorrels in de buurt, vijf minuten later een wilde dril op het ondiepe. Zo simpel kan het zijn. En nu dus weer terug, zoekende naar nieuwe verhalen. De ondiepe zone lag er verlaten bij. Geen stofwolken, geen bellensporen. Nu te voet langs het vaartje. eerste ochtend dat het kan, vogelbroedseizoen is voorbij. Vier stekken zomaar middenin het land. Water is vrij helder en her en der begint de wiergroei roet in het eten te gooien. Ik kom geen enkel teken van leven tegen. Waar zit die vis? Liggen ze stil of zijn ze massaal naar een ander uiteinde gezwommen. Zolang er stekken zijn, zijn er kansen dus doorploeteren maar. Eerder dan verwacht op de laatste stek. Aan alles voel ik een verhaalloze visbeurt aankomen. Tenminste, geen verhaal rondom een vis, in zo'n polder is altijd wel wat te zien. Dat verhalen maken doe ik vaak al vooraf. Om met regelmaat een blog te schrijven toch handig om een soort van rode draad te hebben waar je één en ander aan ophangt. Vaak voordat ik ga vissen een soort visualisatie van wat een mooi, passend verhaal zou kunnen zijn. Het blijft vissen, dus hoe diep ik er ook over nadenk vooraf; het komt lang niet altijd uit natuurlijk. Laatste stek. Zelfde blik. Geen spoor van vis op het eerste oog. Toch maar even proberen en ja hoor een onvervalste tochnogvis. Dat is heel fijn. Fluitend terug; paragraaf van het verhaal toegevoegd. Zo half mei vind ik het tijd om wat wateren om te ruilen. Heb me vermaakt met een aantal polders, nu mogen anderen weer aan de beurt komen. Op de scheidslijn wil ik één polder nog een keer bezoeken. Kwam er één keer eerder en alles ademde vis. Niet alleen kleine maar rook ook naar knoestige oude schubs. In alle vroegte onderweg maak ik een verhaal in mijn hoofd. Een verhaal over een dun voerplekje waar ik kort na voeren start met vissen. Klein pennetje passend bij de ondiepte. Pennetje dat zich met moeite staande houdt op een traag walmen van zo'n oervader.... Hoeveel tijd zit er tussen deze gedachten en daadwerkelijk zitten te vissen? Half uur, drie kwartier? Hoe dan ook. Die pen staat te schudden op de stek. Meerdere vissen zijn actief maar wat voor vissen zijn het? Ondanks de ondiepte tonen ze zich niet fysiek. Af en toe duwt een vissenlijf dat pennetje op zij. Meer niet. Na zeker vijftien minuten wachten schuift het pennetje mee na weer zo'n duwbeweging. Na de aanslag niet de onstopbare run uit mijn bedachte verhaal, meer een zwaar en log trekken. Vis die met zijn pens door de modder schuurt en er in vast lijkt blijven te zitten. Neemt geen meter lijn maar blijft ondanks de ondiepte onder water; ik weet genoeg en zie dat ik het goed heb voorzien als ik het net eronder steek. En dan de overstap; ander type polders. Andere bestanden, minder en daarom, soms, groter. Pak er eentje beet en hang er een avond rond. Veel vis, zie ze schuiven. Vooral ondiep, grote golven en wellingen. Komen niet op het voer. Eén keer een enorme hoeveelheid bellen rondom de pen. Is van korte duur. Warme, redelijk zonnige avonden rondom de paai; geen goede combi. Paar dagen erna is het weer om. Windstil en bewolkt, zo nu en dan een spetter. Stekken zijn al een paar uur geleden aangevoerd. Bij dat aanvoeren kwam ik weer actieve hoogzwemmende vis tegen, vis om van te likkenbaarden. Hoge verwachtingen dus. Een hoek, diep en ondiep bij elkaar in de buurt. Ligt vis in de buurt; al op het voer geweest? Duurt niet lang en dan wandelt er een schuimspoor de stek op. Pen reageert, loopt traag mee met het schuim. Lijnzwemmer? Beweging stopt niet en met teveel twijfel doe ik een halfslachtige poging tot slaan. Mis en grote golf, aiaiaiai. Ja, dat zijn de vissen die er toe doen, die mis je. Er is nog actieve vis, niet meteen door. Beetje voer bij en even wachten. Half uur later ben ik er terug. Andere stekken waren stil. Hoef niet lang te wachten, wel weer twijfel: aanbeet of lijnzwemmer. Vis gunt me geen tijd, ramt weg, pen volgt. Ik moet bijdraaien als een malle om lijn op te pikken, als dat is gelukt is dreunt de hengel krom en vliegen meters lijn van de slip. Zo snel als het begon is het voorbij. Lekker, toch nog! Die polder heeft me meteen weer te pakken. Kom er al lang. Heel lang. Ken elke hoek maar nog niet elke vis. Ieder jaar weer verassingen, verassingen in kleur, gewicht of formaat. Ook een polder die stil kan zijn, geen enkele beweging, alsof er geen vis zwemt. Maar ja, altijd roept die polder weer, fluistert nieuwe beloften voor verhalen in mijn oor. Als Sirenen die lonkend roepen... Weer zo'n bewolkte dag, weer tijd om voor te voeren. Verschillende weerapps geven van de middag een verschillend beeld. Slechtste is continue slagregen, beste is her en der een druppel. Schouders ophalen en gaan. Eerste aangevoerde deel is er niets te zien. Die vis zit vaak zo compact in deze polder. Alles op een hoopje bij elkaar. Tweede deel van de stekken laat dat weer eens zien. Je hebt wel eens bellen op je stek maar nu moet ik de stek zoeken tussen de bellen. Ik sluip erop af, zet zo voorzichtig als mogelijk dat pennetje tussen het schuim. Meerdere keren passeert de vis het haakaas maar er ligt blijkbaar nog zoveel voer dat het niet opgepikt wordt. Ineens is de vis weg? Zoals wel vaker laat ik het even en als ik een kwartier later terugkom zie ik die brede schuimsporen weer gaan. Weer voorzichtig inleggen en bij de eerste keer dat de vis passeert gaat de pen mee. Na aanslaan zie ik het meteen; graskarper. Nou, meer grasmonster. Op de kant is hij rustig, een bejaard exemplaar, wat een beest. Laatste stek op de hoek van een favoriete zijsloot. Vis zwemt in en uit. Passeren het voer, ze komen wel denk ik. Eerst nog maar een rondje. In mijn rug wordt het donker, ernstig donker. Ik vis stug door, hoop dat het afbuigt. Terug op de laatste stek begint het te druppelen. Niet erg, regenjas aan en turen maar. Paar keer een lijnzwemmer. Afwachten maar, vis komt wel. Ondanks dat het zich aankondigt is die pen uit het niets weg. Aanslaan en een streep door de sloot. Lange dril start. Vis wil echt niet mee, blijft knokken. Bleke spiegel, kan omvang en gewicht niet goed vaststellen tijdens de dril. Het druppelen gaat ondertussen over in gestage regenval. Vis die maar niet mee wil. Als er maar geen onweer bij komt, dat voelt niet goed met 13 voet carbon in een lege polder.... Eindelijk is hij dichterbij, komt ondiep, even klein stukje trekken en dan in het net, vis wil niet, draait weg, haak lost. Verbijsterde penvisser in de regen die niet veel later over gaat in slagregen, doorweekt en ziek van de losser kom ik thuis aan. Mijn dochtertje schaterlacht als ik druipend in de tuin een liertje water uit mijn laarzen laat lopen.... Ondanks het natte pak goed gevoel over die periode. Paar mooie vissen gevangen. Ik schakel door naar andere bakbeestpolders. Dat gaat mis. Ik raak mijn gevoel kwijt, het is continue hit or mis. Bij hit soms zomaar vier karpers, bij mis niks. Allemaal vrij kleine vis, die lijken ineens te domineren. Raak mijn focus wat kwijt, ga te beredeneerd te werk. Wil als het ware dat volgende verhaal forceren. Dat verhaal wat deze blog zou moeten afronden; te geforceerd op zoek naar het beste plaatje. En in plaats van dat ik tot afronding kom, raak ik mijn focus er volledig in kwijt.
Nu typend heb ik dat verhaal wel af. Alleen dat hoort niet meer bij deze blog, komt volgende keer wel weer. En als ik nu even terugkijk, de trits aan vissen die in die periode wel passeerde is het gek dat ik dat verhaal niet kon afronden? Misschien is dat verhaal ook wel nooit helemaal rond, loopt het één over in het andere. Aan het einde nu dus geen punt maar een komma, to be continued,
0 Comments
|
Ik ben......Andries Hoekstra. Trotse vader van twee kinderen en getrouwd met een fan-tastische vrouw. Vanaf mijn 16e vis ik gericht op karper, ondertussen alweer 26 jaar. Vissen gebeurt tussen het familieleven door en daarom vaak 's ochtends vroeg, 's avonds laat of 's nachts. Andere blog's:Categorieën
All
Archieven
December 2025
Contact: [email protected]
|
RSS Feed