Penvissen op Karper
  • Home
  • Blog
  • Materiaal
  • Karpervissen in de polder
    • Hoe te beginnen?
    • Karper gevonden wat nu?
    • Een pennetje plaatsen
    • Hangen! Karper aan de lijn
    • Cirkel van invloed, cirkel van betrekking
  • Home
  • Blog
  • Materiaal
  • Karpervissen in de polder
    • Hoe te beginnen?
    • Karper gevonden wat nu?
    • Een pennetje plaatsen
    • Hangen! Karper aan de lijn
    • Cirkel van invloed, cirkel van betrekking

Penverhalen uit de polder

Achtbaanrit

12/3/2026

0 Opmerkingen

 
​Hoe dat nu precies werkt, dat weet ik niet? Na de vorige blog gepost te hebben is er twee dagen later een lichtpuntje. Na eindeloze dagen met snijdend koude wind en een temperatuur die continue rond het vriespunt hangt even een opleving. Overdag schieten we zelfs net in de dubbele cijfers. Ergens heb ik het gevoel dat het wachten beloond gaat worden. Overdag op werk zie ik onder mijn raam twee meerkoeten materiaal voor een nest verzamelen. Als ik einde middag de deur achter me dichttrek is het niet eens heel warm. Wind wat gedraaid naar het westen en dat geeft een klein frisje. Toch is het verschil met de weken ervoor voelbaar. Een half uur later parkeer ik de auto in de polder. Ik ga niet moeilijk doen, pak twee plekken in verschillende polders waar het altijd wel kan en waardoor ik ergens het vinkje "zekerheidje" in mijn hoofd al heb gezet.
In de tweede polder kan ik met de westenwind perfect het dunne voer strak tegen de bomenrij aan de overkant aanvoeren. Geeft altijd extra vertrouwen als het exact land waar ik het wil hebben. Teruglopend tegen die westenwind in vind ik het best nog koud. Links van me zie ik meerkoeten in grote getalen samen in het weiland zitten. Groot contrast met dat nest-bouwende paartje van eerder die middag. Duidt ook meteen het verschil tussen stad en polder, scheelt zomaar een paar graden.

Thuis probeer ik rustig de dingen te doen die moeten. Even zitten, tafel dekken, samen eten. Daarna koffie maken en mijn spulletjes bij elkaar rapen. Omdat het buiten al donker is tuig ik mijn hengel thuis al op. Haakje maat 8, twee loodjes van 0,4 gram en een klein lichtpennetje wat met deze loodbezetting net zichtbaar is. Breekstaafje knak ik ook alvast. In de auto voel ik onrust en vooral onzekerheid. Het zal toch wel lukken vanavond? Ik weet dat de eerste tien minuten cruciaal gaan zijn. Als ik niet snel iets zie dan zal ik met de terugzakkende temperatuur maar weinig kans hebben.

Auto parkeren en ondanks dat onrustige gevoel in de penmodus. Alles expres een tempootje lager. Geen haast, rustig aan. Ik sluip naar het hoekje van het schapenlandje waar ik uit het zicht kan zitten. Vanaf daar kan ik schitterend in de luwte van wat bomen en struikjes vissen. Geheel toevallig ligt daar een voor deze polder 'diep' gat, van bijna zeventig centimeter. Ik schuif de hengeldelen in elkaar, controleer tegen de avondlucht of de lijn niet per ongeluk verkeerd zit. Daarna vis ik het bakje maïs uit mijn jaszak, kies drie mooie korrels en schuif ze op de haak. Met een soepele worp gooi ik de boel een meter of vijf over de plek waar twee en een half uur eerder het voer daalde. Top onder water en twee snelle slagen met de molen, daarna trek ik dat lichtpuntje rustig op de stek.

Na een minuut of tien wordt de pen wat weggedrukt maar voor mijn gevoel komt dat door de wind. Ik haal op en geef de pen iets meer ruimte door het stoppertje twee centimeter omhoog te schuiven, herhaal daarna het ritueel van inwerpen. Ik zak weg in mijn stoeltje en ben één met pen en water. Op gevoel diep ik de thermoskan op uit mijn tas en zonder de pen uit het oog te verliezen schenk ik in. Tijdens het schenken een duidelijke lijnzwemmer. Ik sta meteen op scherp.
Koffiemok in de linkerhand waardoor de rechterhand vrij is en wachten wat gaat komen. Duurt lang. Pas als ik aan mijn tweede bakkie ben begonnen wordt het lichtpennetje even kleiner. Zakt wat weg, komt terug, gaat plat om daarna rustig naar rechts weg te glijden. Ik zet mijn koffie weg, pak de hengel en geef een tik. Ik sla vast op iets massiefs wat niks doet. Ik zit eraan vast en voel dat ik het heel langzaam naar de kant kan trekken. Na een meter of wat stribbelt de vis wat tegen, heel even tikt de slip. Wat is dit? Valsgehaakte vis? Ik pak het net en leg het voor me in het water. Pas als de vis in mijn buurt is een soort worsteling maar eigenlijk ligt hij er heel snel in. Als ik het net op de kant til weet ik niet wat ik zie, wat een klapper. Diep onder de indruk en vol van een gevoel wat ik moeilijk kan omschrijven doorloop ik de rituelen. Terwijl ik dit doe komt er twee keer een vis van de stek omhoog; ze zijn los.
Picture
Wat te doen? Door naar de bomenrij in de tweede polder of nog even hier? Als die vissen nog rollen liggen ze er nog? Kies er toch voor om dunnetjes na te voeren en naar de tweede polder door te gaan. In die polder ligt het voer nu ruim drie uur. Ik ben bang dat als ik hier doorga eventuele azende vis op de andere plek te weinig voer heeft liggen en al vetrokken is voordat ik er ben. Hier liggen ze nog en met het verse strooisel blijven ze ook nog wel even liggen.
Wandelen langs de dijk, tocht van net geen tien minuten, déjà vu met de middag, alleen nu in het donker. In de verte tekent de bomenrij al af. Laatste stukje in slow motion, wil niets laten schrikken. Hengel weer in elkaar zetten, check op de lijn, maïskorrels op de haak en inleggen. Er is een gaatje tussen twee overhangende takken, kort swiepertje en lichtpennetje komt er keurig tussen terecht. Weer twee snelle slagen met de molen terwijl ik de top onder water hou. Lijn is nu onder water. Ik ga rustig op mijn mat zitten. Perfect staat het pennetje, halve centimeter licht priemt uit het zwarte water.
Ik voel een ondefinieerbare spanning. Ik zit misschien een minuut of twee en dan zakt dat halve centimetertje licht weg. Het is helemaal donker. Ik wacht heel even maar de pen komt niet terug. Ik sla aan maar moet ver doorhalen om contact te maken, vis is naar me toegezwommen. Even denk ik dat het klusje weer snel geklaard is maar na een paar tamme rondjes wordt deze vis wakker. Met lome slagen trekt hij keer op keer lijn van de slip, komt dan weer terug en zwemt opnieuw weg. Ik voel dat dit hem met gemak afgaat, zegt me iets over het gewicht dat hij erachter kan zetten. Ik trek de vis ook niet zomaar uit balans. "Rustig aan maar, niet forceren", prevel ik tegen mijzelf. Na een minuut of tien touwtrekken kan ik hem het net intrekken. Weer goud op de kant.
Picture
Ik weet van gekkigheid niet wat te doen. Zit nog even na bij de bomenrij maar besluit daarna te stoppen. Ondanks de rollende vis op de nagevoerde stek. Je moet weten wanneer het mooi is en vandaag is meer dan mooi genoeg.
Als ik dan nu teruglees wat ik in de vorige blog tikte en me besef dat dit twee dagen later was dan voelt het alsof ik het ergens heb voorspeld, een voorgevoel heb gehad wat er ging komen. Dat is niet zo maar toch is het meer dan toeval dat al die puzzelstukjes in elkaar vielen. Laatste puzzelstukje leg ik thuis op de bank. Die tweede vis kwam me wel heel bekend voor en na kort zoeken heb ik hem gevonden. Mei 2017 had ik hem, toen een verse uitgezette vis. Gaaf om in zo'n uitgestrekte polder na al die jaren zo'n juweel opnieuw te zien.
Picture
We zitten dan ongeveer half februari en met dat warmere weer kan ik het voorjaar bijna ruiken, je voelt het als het ware aankomen. Vooral het wijzigen van de toch lange tijd dominante oostenwind naar de zuidwest hoek geeft veel vertrouwen. Na een kletsnatte nacht loop ik een ruime week later weer eens in een polderdomein rond. Een echte zuidwest dag met warme lucht maar met het nog ijskoude water denk ik dat de vis niet ver van de winterplekken vandaan zal liggen. Ik kies er twee waarvan ik met deze wind, gecombineerd met eventuele bemaling er vrij zeker ben dat ze met de koppen de goeie kant op liggen. Eens te meer is voorvoeren het devies. 
En dan altijd die lichte tinteling als ik met de hengel start. Zouden ze er liggen? Ook nu weet ik dat er snel beweging zichtbaar moet zijn. Als ze azen dan zie je het eigenlijk altijd meteen wel. Op de eerste plek blijft het wonderwel stil. ik kan me niet voorstellen dat ze niet in de buurt zijn. Wacht wat langer dan die tien minuten, besluit na een half uur wat bij te voeren en door te stappen. De tweede polder heb ik aangevoerd voordat ik in de eerste ging vissen. Met het heen en weren en vissen ligt het voer er al wel weer een tijdje in.
Ook hier geen beweging in de eerste tien minuten. Toch maar even afwachten en totaal uit het niets komt die pen even omhoog om dan weg te schuiven. Korte wilde dril en een klein schubje op de kant. Zoveelste bewijsje dat naast wat uitzet de vis ook zelf voor voorplanting zorgt in dit systeem.
Picture
Ik voer snel een handje bij en vis door. Het gaat nu een stuk sneller, binnen tien minuten een compleet identieke aanbeet. Sterkere vis, zwemt weg van me. Uit het niets gaat de lijn door, ik zit er overdondert en beteuterd naar te kijken. Wat een gek moment? Controleer de lijn en voel geen beschadiging, draad is echt schoon doorgegaan, vermoedelijk op een loodje?
Ik tuig weer op, voel dat de vis los is en wil terug naar die eerste polder. Die polder is een verhaal apart. Van alle plekken waar ik kom is het de plek waar ik het langste vis. Sterftes, verlanding, wijzigende waterkwaliteit, baggerwerkzaamheden. Alles is langsgekomen. Het aantal bijzondere vissen door formaat, historie of uiterlijk is groot. Nog groter omdat het een polder is die ik met Hans deel. We vinden de vis er over grote delen van het jaar moeilijk en toch komen er ieder jaar weer nieuwe verassingen uit. Het is een plek waar die tinteling net iets meer aanzet als ik erheen loop.
Ik ervaar dat nu ook weer. Die smalle sloot die richting een duiker steeds breder wordt, net voor die duiker een kruisende sloot ontmoet. Water wordt met de wind die kant uitgeduwd, er staat een flinke golfslag. Verderop zie ik de wieken van de molen draaien, bemaling is ook actief. 
Met enige spanning schuif ik een paar maïskorrels op de vers aangeknoopte haak. Met een soepele worp gaat de boel het water in. Aas ligt op het talud net boven de sterkste stroomnaad die de bemaling veroorzaakt. Hier lummelen ze het talud op om eten te zoeken. Het verval is er groot, een perfecte vroege voorjaarsplek. Ik heb geen eens tijd te gaan zitten. Pen krijgt een tik en zeilt dan keurig weg van dat talud. Met een rustige haal wil ik de haak zetten maar tot mijn verbazing ontmoet ik geen weerstand. Toch een lijner? Dan zie ik dat er geen pen meer op de lijn zit? Hè, heb ik de lijn doormidden geslagen? Hoe dat dan, heb net opnieuw opgetuigd en geen enkele weerstand gevoeld. Ik zak door de grond, weet niet wat me overkomt? Grabbel naar mijn telefoon en bel Hans, moet mijn verhaal kwijt. Hij snapt dat, van alle plekken is dit de enige waar je echt niks wil missen.
Driftig trek ik een meter of tien lijn van de spoel en tuig weer op. Niet veel later staat de derde pen van de dag op de golfslag te wiegen. Weer snel een tik en dat wegglijden van het talud. Ik durf bijna niet te slaan, met een laffe beweging tik ik vast. Daarna een dril overmant van angst; echt druk durf ik niet te zetten. Vis maakt er gebruik van en laat me alle hoeken van het water zien. Als hij in het net ligt voel ik me alsof ik een achtbaanrit achter de rug heb. En ondanks deze goede afloop knaagt er een gevoel over een gemiste kans op een wellicht nog meer bijzondere vis.
Picture
Het zijn visbeurten die dagenlang door mijn hoofd blijven malen. Die breuken daar kan ik met mijn kop niet bij. Als ik zie wat voor vissen ik afgelopen maanden, zonder enige moeite heb gevangen dan voelt het heel raar dat die lijn twee keer achter elkaar zonder verklaarbare reden door de midden gaat? Ik weet dat ik er geen invloed op heb en het zeker niet meer zal veranderen maar het knaagt, het knaagt enorm.

Wat ook knaagt, maar dan positief, is het voorjaarsgevoel. Ik wordt wakker van vogelgeluiden en voel iedere dag meer prikjes lente. Ieder jaar opnieuw overvalt het me hoe begin maart het om gaat. Ja het kan nog koud zijn maar het voelt anders. In de tuin is er ineens iedere dag vooruitgang. De sneeuwklokjes zijn er plots, hyacinten en tulpen schieten omhoog. In de weilanden liggen verse molshopen en iedere visbeurt is er wel een eerste keer van iets te noteren. De eerste hommels, de eerste wulpen, de eerst karper in de kant en ga zo maar door.
Kijkend naar voorgaande jaren heb ik de puur opportunistische manier van pennen steeds eerder in het jaar weer opgepikt. Langzamerhand ben ik daar wel op een punt aangeland dat ik het eigenlijk niet veel verder naar voren kan halen. Ik merk dat op zo'n heerlijke lente-achtige dag. Twee watersystemen bij elkaar in de buurt. Ondanks een hele dag vissen schraap ik met moeite een spiegeltje en een zeelt bij elkaar. Beiden van het ondiepste systeem. Op het diepere systeem was ik overduidelijk een week of wat te vroeg; zelfs de brasem was nog niet gearriveerd.
De keuze voor twee systemen is dan een hele bewuste. Op dat ondiepe systeem weet ik zeker dat ze er al zijn, op dat grotere en dieper systeem weet ik dat niet zeker. Een plek om de vangstdrang te stillen en een plek om weer wat meer van die troebele materie die vissen heet te ontrafelen.

Zo probeer ik ook altijd bewust een nieuw water toe te voegen aan de vroege voorjaarsvisserij. Dit jaar doe ik dat met een wetering waar ik normaal gesproken eigenlijk niet voor eind april kom. In één van de laatste blogs van 2025 vertelde ik wat over dit water. Het is een kilometer of twee lang en de laatste jaren richtte ik me op wat ik het linkse deel noem. Eind oktober ging ik weer een keer naar het rechterdeel en met de overhangende struiken, hoge rietkragen en toegenomen diepte door baggeren leek het mee een perfecte vroege voorjaar plek. Zon kan er goed bij, wind een stuk minder.

Maart is net begonnen en ik plan er een avondje. Tijdens het voeren is het nog warm. Als ik twee uur later terug ben is de wind gedraaid naar het noord-oosten en aangetrokken. Een grote, bleke maan  geeft een enorme bak licht.
Op veel stekken activiteit maar uiteindelijk maar één stek die wat oplevert. Een leuke spiegel.
Picture
Gisteravond ging ik er voor de tweede keer heen. Weer dat voorvoerritueel. Ook daarin steeds verplaatsen en ontdekken. Een plek die aantrekkelijk leek maar nu twee keer geen stootje gaf wissel ik dan in voor een nieuwe plek. Plekken die eerder vis opleverden pak ik sowieso mee.
Als ik naar de eerste stek loop voel ik dat het een hele andere avond is dan de week ervoor. Een zachte zuidwester strijkt over het water. Het is bewolkt en daardoor een stuk donkerder.
Ik zak neer op de eerste plek. Zit net als ik rechts van me twee grote vogels aan zie komen glijden. Zonder geluid te maken zetten ze zich in de kale boomtoppen van de bomenrij die mijn stek vormen. Niet veel later klinkt er een zacht "pvieuwww, pvieuwww" en weet ik zeker dat het een paartje ransuilen is. "Avonden met uilen zijn altijd goed", fluister ik tegen mijzelf.
Op de tweede stek lijkt dat zo te zijn. ik sla vast op wat een zware vis lijkt te zijn maar een valsgehaakte brasem lijkt. omdat ik hem zijwaarts naar me toe moet trekken lijkt het echt een bak. Ik kan er om lachen. De stek erna lijnzwemmer na lijnzwemmer en na lang wachten een boos, bonkende zeelt.
"Nu dan een karper" fluister ik, terwijl ik voorzichtig over de oude kade loop. Links de geknotte wilgen, rechts het hoge vergeelde riet. Daarachter het zwarte water.
Pen staat een half metertje voor een diep over het water heen hangende struik. Daarachter de ingang naar een zijsloot waar meer overhangende struiken staan. Vroeger was dit altijd een goede sloot. Ook iets om op te letten, er zijn zijsloten die in trek zijn en zijsloten die (blijkbaar) niet interessant zijn. Vaak zijn er vaste trekroutes van de vis via de hoofdsloot van zijsloot naar zijsloot. Als je door te observeren die plekken weet te vinden zit je op goud.
Blijkt nu ook maar weer eens. Binnen de kortste keren hupt die pen steeds dichter naar de struik toe om dan te verdwijnen. Stevige dril en een schub op de kant. Een vis die in deze polder is geboren en getogen; heel gaaf.
Picture
En zo rol ik door de eerste weken van maart heen. Waar ik een maand geleden zat te wachten op het doorbreken van het koude weer nemen nu de hoeveelheid plannen en ideetjes maar weer eens onuitvoerbare proporties aan. Dat blijft het moeilijke. Je wacht er voor je gevoel zolang op en als het er dan is, is het ook zomaar weer voorbij. Komende weken maar hopen op een beetje gemiddelde temperaturen, niet dat hele warme, dan blijft die vis goed aan en liggen de kansen voor de penvisser voor het oprapen. of het zo gaat zijn? Tijd zal het leren.
0 Opmerkingen

En dus wacht ik af

10/2/2026

1 Opmerking

 
Als ik terugloop naar de auto weet ik wat ik wist toen ik er een uur of vijf eerder parkeerde. Het wordt niets, werd, het was niets. Alle stekken doodstil en dat in een polder die een enorme berg vis bevat en waar meerdere echte winterplekken zijn. Zelfs lijnzwemmers zaten er niet in. Wel meerdere sneeuwbuien met een koude wind. Daarna vaak stralend blauw en de warmte van een winterzonnetje. Ik hield het nog aardig vol op die manier maar in alles voelde het als een stroeve start van het nieuwe jaar.

De weken erna sneeuw en ijs en een daardoor voor mij  (te) vlot voorbijtrekkende januarimaand qua vismogelijkheden. Na dat eerste momentje ruim twee weken niet kunnen pennen. Nu terugkijkend in mijn logboek een visgat van jewelste. Tijdens zo'n visloze periode merk ik pas echt in welke mate deze "hobby" beslag op me legt. Hoe ik het ook wend of keer, iedere dag ben ik ermee bezig; Weersverwachting bekijken; tussen alle andere drukke bezigheden gaatjes zoeken voor voermomenten; materiaal bijhouden; zorgen dat er voldoende voer op voorraad is en bovenal dromen van nieuwe avontuurtjes. Penvissen, ik sta ermee op en ga ermee naar bed.

Ik plan mijn week zorgvuldig om de vismomenten heen, wring me altijd in allerlei bochten om in ieder geval met een hengeltje op pad te kunnen gaan. Erg? Op zich niet maar wel goed om te realiseren dat ik wat dat aangaat in een enorm luxe positie verkeer, een besef wat tijdens zo'n schrale visperiode dan ineens even indaalt.

Dat ijs hield het verrekte lang vol. Als dan halverwege januari de wind draait en er zowaar een aantal dagen geen vorst is, sterker nog verre van dat, dan pak ik mijn kans. Ik heb geduldig afgewacht en nu sla ik toe. Maak een rit langs vier verschillende polders en voer verschillende stekken aan. Heel weinig voer, als ze al eten zal het niet veel zijn. Met de lange termijn vooruitzichten in mijn achterhoofd voelt het alsof deze visbeurt wellicht mijn enige kans op een januarivis gaat zijn.

De eerste twee polders leveren het beeld op waar ik het jaar mee startte, geen enkele beweging op de pen. De derde polder daar heb ik mijn geld op gezet, daar moet die eerste januarivis vandaan komen. Een hoek, water wat van west en zuid aankomt. Een hoge rietkraag en wat bomen geven "bescherming" tegen noord- en oostenwind. Net voor dat riet wat meer diepte en een zon die er de hele dag op staat te schijnen. Dat kan niet missen toch? Al snel de eerste beweging en na lang talmen een aanbeet. Of toch niet want mis? Duurt weer een periode maar dan toch die pen weer weg maar weer mis. Daarna niets meer. Ik voer wat bij en leg me eigenlijk al neer bij de gedachte dat ik mijn kans heb gemist. Niet zomaar een kans, mijn januarikans.

Wel nog een polder te gaan maar dat is toch een beetje een "lucky shot". De andere stekken hadden een meer "winterstek" uitstraling. Op dit water weinig tot geen aanknopingspunten voor winterplekken maar wel altijd een beetje stroming en dus de gedachte dat de vis moet bewegen. Op het diepste deel heb ik gewoon halverwege het water drie stekken gelegd. In mijn hoofd een logische keuze. Die vis zal altijd een beetje tegen de stroom in bewegen en die tien centimeter extra water is in de winterperiode aantrekkelijk.
​
Ik zit heerlijk, zon is echt overdadig warm. Zachte golfjes uit het zuidwesten en watervogels die meteen in standje "aan" gaan. Op de tweede plek wordt dan ook ineens dat pennetje zomaar weggegrist van het oppervlak. Ik wacht even, wil niet weer misslaan maar hij is echt weg. Vastslaan en weten dat de eerste van 2026 eraan hangt. Vis is wakker, geeft dusdanig strijd dat ik hem met klamme handjes pas na een minuut of tien het net in stuur. Niet alleen omdat het de eerste is maar ook qua uiterlijk maar weer is een prachtbeest. Iets verderop vang ik ook nog een flinke zeelt. Fluitend terug naar huis.
Picture
Zo'n succes geeft me even wat rust. Rust omdat het in ieder geval weer gelukt is in een opvolgende maand een karper te vangen en ik daarmee voortborduur op waar 2025 stopte. Ook rust omdat het niet een vis was die vanuit een "eenvoudige" keuze eruit kwam. Moest ervoor werken en kreeg er loon naar. Dan wel die vraag; heb ik het goed bedacht of mazzel gehad? Het blijft moeilijk om die vraag te beantwoorden. Ik weet dat mijn input (voeren op die plek), voor de juiste output (een karper) heeft gezorgd maar tussen die in- en output zitten zoveel mechanismes die het werkende scharnier zijn tussen die in- en output dat ik nooit met zekerheid zal zeggen; zie je, ik had gelijk. Vooral ook omdat op een overgroot deel van die mechanismes ik geen enkele invloed heb. Ik weet niet hoe dat voor jullie is maar mensen die met zekerheid praten en in- en output op die manier aan elkaar knopen, missen wat mij betreft de essentie van het geheel.

Zo zie ik twee dagen later maar weer eens dat die in- en output zich zomaar anders tot elkaar kunnen verhouden, ondanks dat ik ook nu absoluut heb nagedacht over mijn aanpak. Wijkwater met veel vis, plekken spreiden en vooral richten op de plekken die iets van een "winterzone" in zich hebben. Nu doen hoeveelheden vis er in de koudere maanden niet altijd toe. Als ze "uit" staan dan kun je wachten tot je een ons weegt; dan wordt het niks. Dat blijkt diezelfde middag maar weer eens. Stek na stek geen stootje en als ik dan net voor de schemering het pennetje nog een keer neerzet zit ik toch verbaasd te kijken dat er beweging op komt. Klein tikje en dan een rustig wegwaggelende pen. Vis doet weinig, kou zit er echt in. Een echte geluksvis want als de in- en output echt op elkaar hadden ingewerkt had ik op zeker meerdere vissen gevangen.
Picture
Na die vangst weer een periode met bittere kou. Echt van dat brrrr weer. Nare wind die overal doorheen snijdt en een vrij constante, lage temperatuur. Waar ik normaal gesproken merk dat tijdens onderbrekingen van koude de vis vrij snel weer loskomt is dat nu echt anders. Eigenlijk alleen een avond in het Goudse waarop het ineens even vanzelf lijkt te gaan. Vier karpers waarvan drie van één en dezelfde plek. Wel allemaal verse vissen en daarmee geeft het niet zo'n voldaan gevoel als de eerste vis van het jaar.

Met die koude rollen we februari in. Sterker nog, we zitten alweer bijna halverwege die korte maand. Om verschillende redenen lukte het maar één keer om op pad te gaan. Dat was tijdens een opleving van het weer. Ik loop een hele dag van stek naar stek, vis geduldig maar krijg nergens sjoege. In de wetenschap dat een krappe tien kilometer verderop Hans hetzelfde meemaakt durf ik wel te constateren dat de vis weer of nog steeds uit staat. Gek fenomeen eigenlijk. Je weet dat ze er liggen (dat klinkt misschien te zelfverzekerd maar met alle opgedaan kennis durf ik dat van bepaalde stekken echt wel met zekerheid te zeggen) maar dat is dan ook het enige wat ze doen; liggen.

Eind december een zonnige dag. Lekker vissen dus. Ook toen stekken met een aan zekerheid grenzend vertrouwen dat ze er liggen maar geen stootje krijgen. Bij één van de stekken staat een huis met een vijver in de voortuin. Zwemmen wat goudwindes in. Vanaf voeren tot laatste rondje liggen die op dezelfde plek. Misschien hebben ze tussendoor bewogen maar ik gok van niet.

Lijkt me best moeilijk, zolang stilliggen maar vissen kunnen dat. Kan me niet heugen zoveel van die stille dagen te hebben meegemaakt en dat zegt vooral iets over de winters van afgelopen jaren. Dat waren eigenlijk geen winters. Dit jaar wijkt daarvan af en ja dan is er een reactie onder water. Vooral die grote hoeveelheden sneeuw zijn daar voor mijn gevoel debet aan. Dat water koelt daar enorm van af. Naar die watertemperatuur kijkend gok ik dat de karpers van de afgelopen periode misschien wel de koudste zijn die ik ooit heb gevangen.
Dat was ook te merken in hoe de aanbeten verliepen en hoe eenvoudig ik ze (letterlijk) kon binnenhalen.
Picture
Even een jaar terug, 16 februari 2025 typte ik vanuit mijn nieuwe woning de eerste blog van 2025. Onder andere toen een stukje over de goudwindes in de vijver en hoe die op sommige dagen wel, of juist niet rondzwemmen. 
We zijn een jaar verder en die rakkers zwemmen nog lekker rond. Hoewel, afgelopen weken lagen ze vaak roerloos een beetje bij elkaar te liggen. Weinig tot geen beweging te zien. Hetzelfde als in die vijver die ik eerder in deze blog beschreef.
Vorige week werd dat doorbroken. Er werd weer een beetje rondgedobberd en afgelopen weekend veranderde dat in echt zwemmen en rondneuzen.

Een weekend wat er ineens uitsprong, ik had het al aan zien komen en mijn zinnen gezet om een februarivis te bemachtigen. Bemerkte enige frustratie van de afgelopen periode waarin ik vooral in mijn hoofd bezig was met vissen maar er gaan momenten waren om echt op pad te gaan. Te koud, andere dingen te doen, het kwam er gewoon even niet van.

Die altijd aanwezige drang moet er wel met een bepaalde regelmaat uit, anders wordt ik nukkig. Verjaardag van mijn dochter is wel een complicerende factor. Boodschappen doen, taart bakken, eten voorbereiden. Toch, met een goede planning moet er wat mogelijk zijn. Niet dus. Iedere keer moet ik uitstellen. Plan was zaterdagavond, dat werd zondagochtend en dat verschoof naar maandagavond. Nu is het dinsdag en voel ik in mijn hele lijf dat ik al veel te lang niet heb gevist. Wat doe je eraan? Ik had echt wel kunnen gaan gisteravond maar midden in zo'n werkweek voel ik me dan al snel beperkt in de tijd. Kan ik slecht tegen en dus stel ik uit. Wil voorkomen dat ik gefrustreerder terug kom dan dat ik erheen ging. Stukje zelfkennis door de jaren opgedaan...

En dus stel ik uit in de wetenschap dat dat februarimoment echt wel gaat komen. En dus wacht ik af, wacht ik af op wat komen gaat en weet ik dat als we al bijna halverwege februari zijn de thormaand daar bijna al weer is en vanaf dat moment hoe dan ook alles in de "up" gaat. Kleine zekerheidjes om aan vast te houden en om natuurlijk alvast bij weg te dromen, want als ik niet kan gaan, kan ik altijd nog denken aan.
1 Opmerking

Alweer een jaar voorbij en wat een jaar is het geweest!

30/12/2025

2 Opmerkingen

 
De dag voor de echte koude ga ik er nog maar is op uit. De wind is al gedraaid. Van zuidwest naar oost. Wel heel zwak waardoor de warmte van afgelopen week niet meteen wegvloeit. Paar dagen eerder had ik ze in de wetering zien azen. Stofwolken en na wat weinig voorzichtig lopen langs de kant een boeggolf.
Vandaag niks te zien op de wetering. Dan maar de eindstek op de waterkruising, net voordat het water onder de weg door gaat. Duurt lang maar dan toch trage beweging. Series lijnzwemmers maar geen aanbeet. Uiteindelijk mep ik op zo'n lijner. De beweging komt nog twee keer kortstondig terug maar als de schemering invalt weet ik dat ik een kans heb gemist.
Gebeurt vaker, dat missen van kansen, maar deze knaagt. Dit is niet zomaar een plek. Een plek der plekken in een polder der polders. Wat er ook rondzwom klein was het zeker niet en heel groot wellicht ook wel. Op zulke plekken wil je kansen niet verprutsen...
De dag erna pruts ik door. Nu op een echt koude avond. Enige aanbeet mis ik. De dag erna naast de mindere temperatuur ook nog eens een harde wind. Echt koud ineens. Toch op pad, die kerstvakantie was deels daarvoor bedoelt; vissend richting het einde van het jaar.
Als ik al denk dat het niks wordt toch ineens een aanbeet en ja hoor, na een korte dril los. Gelukkig direct na inleggen een herkansing en die komt wel in het net. 
Picture
Vis kwam van wat ik een echte winterstek noem. Smalle onderdoorgang naar een boerderij. Gemaal staat aan, water komt eruit spuiten. Direct achter die stroom een overhangende struik en geen enkele stroming. Wel een diep gat van de stroming. Op de meeste plekken staat er niet meer dan 60 centimeter, hier gaat het richting de 90. Toch had ik het niet verwacht, simpelweg omdat identieke stekken geen sjoege gaven. Nader bezien was er toch nog een verschil tussen deze stek en de anderen; hij lag in de luwte. Merkte het zelf, fijn om even uit die koude wind te zijn, die vis zal er niet anders over hebben gedacht.
Pfoeh, in principe weinig bijzonders aan deze vis maar doorbreekt wel een serie miskleuntjes. Helpt me ook direct om die miskleuntjes in het perspectief van het hele jaar te zetten; een kleine smet op een meer dan geweldig jaar. Als ik terugkijk eigenlijk alleen maar hele positieve punten en superlatieven. Meer dan ooit gevangen, meer grotere karper dan ooit gevangen, bijna niets gelost of verspeeld, bijna alle watersystemen die ik bezocht leverden vis op en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Even naar die watersystemen, 20 van de 24 bezochte leverende één of meerdere karpers op. Drie van de vier systemen waar ik niets ving bezocht ik maar één keer. Dan te bedenken dat ik meerdere systemen helemaal niet heb bezocht; er is zo enorm veel water waar er goede mogelijkheden zijn!

Hieronder een grafiek van de vangsten van afgelopen vijf jaar, afgezet tegen het aantal visbeurten.
Picture
Leuk al die gekleurde staafjes. Hou meerdere van dit soort grafieken bij maar heel eerlijk; er valt weinig van te maken. Over het geheel genomen is het behoorlijk stabiel. Als ik wat verder terugkijk valt op dat er vanaf het moment dat ik dit bij hou ergens een trendbreuk is geweest en ik meer karper ben gaan vangen.
Enerzijds heeft dat te maken met "leren", anderzijds helpt het gevoerde uitzetbeleid van verschillende verenigingen enorm. Ook het door de jaren heen uitpluizen van verschillende systemen heeft geen windeieren gelegd. Ieder jaar weer vallen de keuzes voor wanneer, waar logischer in elkaar. Dat laatste vooral ook aangestuurd door dat enige doel wat ik altijd heb: iedere maand minimaal één karper vangen.

Dat doel is dit jaar ook weer geslaagd, wat betekend dat ik vanaf december 2019 iedere opvolgende maand minimaal één karper heb gevangen. 61 maanden op rij dus. Daar wordt ik heel blij van. Als ik voor 2019 in mijn statistieken terugkijk waren er vaak lege maanden. Ook daarin geen patroon te ontdekken, behalve dan dat het wat vaker om de koudere maanden ging maar september was ook zomaar een paar keer "leeg".

Wat opvalt in een andere grafiek is dat ik vooral in maart en november veel meer vang dan vroeger. Het opportunisme dat ik een aantal jaar geleden doorvoerde in mijn visserij heeft daarbij geholpen. Het zijn maanden die ik voorheen als "winter" zag, dat ben ik echt anders gaan zien. Maart is de maand dat de vis gaat zwemmen, zelfs als het nog koud is komen ze in beweging, november is de maand dat ze nog steeds zwemmen, ook als het al wel koud is. En ja, hierop zullen ook weer uitzonderingen zijn.

Begin december prik ik weer een polder. Water is kouder geworden, vissen liggen op of in de buurt van winterplekken. Zelfs met het vrij warme weer van december ben ik er vrij zeker van dat ik ze hier zal vinden. In de ochtend voer ik drie polders aan. Twee gekende plekken en in een al bekende polder een aantal plekken waarvan ik hoop dat de vis zich er tijdens de winter ophoudt.
Ik start in die polder maar loop echt te kloten, sorry voor het taalgebruik maar er is geen ander woord voor. Tuig in de boom, onbevisbare stekken door blaadjes in het water, niet bereikbare stekken omdat ik geen rekening heb gehouden met overhangende bomen op de eigen kant. Dat dus. Ik rommel door maar heb er geen gevoel bij. Moet eigenlijk op een mooie dag een keer terug want een aantal van de plekken ruiken wel naar winterspots en één keertje proberen is dan eigenlijk niet genoeg om het zeker te weten.

De tweede stek is een "bijna altijd raak plek". Duurt ook nu weer niet lang voordat de pen op sleeptouw wordt genomen. Net voordat ik wil slaan zie ik dat het draad onder mijn molenspoel is geraakt. Ik sla niet, open de beugel en probeer het eronderuit te krijgen. Lukt niet, pen is weer omhoog gekomen dus ik kan de tijd nemen. Na een hoop gepruts is de lijn er onderuit. Inleggen maar weer. Hopen dat die vis er nog is. Blijkt zo te zijn want weer hoef ik niet lang te wachten op een mooie wegloper.  Ik sla vast en dril. Zie al snel dat het een mooi gekleurde spiegel is. Vis doet niet zoveel maar krijgt ineens de geest. Neemt een lui schot richting de takken die verderop over het water hangen. Geen punt denk ik maar dan schiet plots de haak los. Weg vis, weg kans.

Diep ademhalen maar en door naar de derde polder, wie weet wordt het daar goedgemaakt. Die derde polder is een verhaal apart. De uitzettingen zijn daar al een jaar of tien geleden gedaan en gros van de vissen is enorm goed doorgegroeid. Omdat er veel water goed bereikbaar is en de gemiddelde karpervisser liever pronkt dan zijn mond houdt is het er het hele jaar druk. Ik ben gestopt er door het jaar heen te vissen, bezoek eigenlijk alleen nog tijdens de wintermaanden een aantal stekken waar de vis bij elkaar ligt. Omdat het plekken zijn waar je een aardige tippel voor moet maken ben ik er vrij zeker van dat ik één van de weinigen ben die er komt.

Met de wetenschap van die groeiende vis en het perfecte weer van die dag loop ik ietwat nerveus richting de stek. Als ik er ben beland het pennetje perfect in de inham tussen twee overstekende bomen en zakt in positie. Ik blijf met de hengel in de hand staan, als ze er liggen merk ik het snel genoeg. Dat klopt maar weer eens. Heel zachtjes wordt het pennetje wat naar beneden geduwd. Komt terug in positie om een paar minuten later iets omhoog te komen en een stukje te verplaatsen. Dan weer niks, vervolgens weer een klein stekertje en dan zakt de pen rustig weg naar rechts, om daarna onder water naar links te schuiven. Ik tik vast en ontmoet stevige weerstand. Ik loop na de aanslag meteen achteruit in de hoop de vis bij de bomenrij vandaan te trekken. Lijkt te lukken maar dan een grote klap en een gierende slip, recht op wat oude paaltjes af. Daar is het ook erg ondiep dus ik ben er niet echt bang voor dat de vis er kan komen. Ook dat klopt, hij keert ruim ervoor. Geeft behoorlijk strijd, op de kant wordt duidelijk waarom; een dikke maar fitte schubkarper, echt een plaatje!

Na de foto's snel terug het water in en twintig meter opschuiven. Weer staat het pennetje perfect naast de overhangende takken en ook nu als snel beweging. Een hele trage opsteker en dan een weglopende pen. Met open mond sla ik weer aan. Weer zware weerstand maar trager dan de eerste vis. Duurt lang voordat hij op de kant komt. Iets meer gewicht en een heel ander voorkomen. Daarna meer dan tevreden naar huis.
Picture
Picture
Halverwege december besluit ik het nog is over te doen. Weer voer ik drie polders aan. De polder waar ik de spiegel loste, de polder waar ik de schubs ving en een andere polder.
Ondanks het warme weer valt het tegen. Ik heb nog geen stootje gezien als ik de eerste keer naar de plek van de schubbenvangst loop.
Omdat ik vorige keer de dril van beide vissen toch wel erg spannend vond heb ik een zwaardere hengel met dikkere lijn meegenomen.
Weer staat het pennetje perfect en weer is er binnen de kortste keren beweging. Alleen volgt er geen aanbeet. Een kwartier na het laatste signaal loop ik naar de volgende stek door. Hier herhaalt zich dit, meerdere lijnzwemmers en daarna valt de stek stil?
Hoe kan dat nou? Merken ze die dikkere lijn op? Door die drukke bevissing is dit één van de weinige polders waar sprake is van enige mate van dressuur maar die 5/100e extra dikte zal toch geen verschil maken? Hoe dan ook, de beweging is weg en lijkt niet zomaar terug te komen. Ik strooi wat voer bij en begin aan een tweede rondje.
Nog steeds visloos ben ik een paar uur later terug. Het duurt lang maar op de eerste plek is de eerste beweging meteen een aanbeet. Intens lange dril en weer een schitterende vis op de kant. Nu toch wel weer blij dat ik die zwaardere stok heb meegenomen.

Besluit hierna nog even één van de andere polders aan te doen en ook daar is er een snelle aanbeet. In het laatste, zachte licht van de dag poseer ik maar weer eens met een dikke grijns.
Picture
Picture
Als ik dit typ op de voorlaatste dag van het jaar en er wat hoger boven zweef zie ik prachtige ingrediënten voor een nieuw visjaar. Nieuwe stekken met ontwikkelde- en bestaande plekken met nieuwe ogen bekijken. Zoals eerder in deze blog genoemd zijn de keuzes en daarmee de kansen echt eindeloos.
Vandaag was ik voor het laatste dit jaar op pad. Twee watersystemen waar ik veel te weinig kom. Als ik daar dan rondloop gaan mijn hersens meteen op standje aan; ook maar weer is tijdens het voorjaar terugkomen want het ruikt er gewoon naar vis.
Lekker gevoel om het visjaar mee af te sluiten, de wetenschap dat er komend jaar waarschijnlijk nog veel meer in het verschiet ligt!
​Kom maar op met 2026, ik ben er klaar voor.
2 Opmerkingen

Kantelpunt

1/12/2025

0 Opmerkingen

 
Wat een weldadige zon. In de luwte naast het beton van een lage brug zit ik lekker te gloeien. Een eerste echte wintersessie. Watertemperatuur onder de tien graden maar vandaag met de overuren van de zon en geen wind heb ik er wel hoop in. Tegenover rommelt een winterkoninkje onafgebroken in de uit de kluiten gegroeide struik. Hupt heen en weer, soms het water aantikkend. Komt naar me toe gevlogen en land op de punt van de hengel. Kopje gaat langzaam heen en weer terwijl dat straatje maar ongeduldig op en neer blijft huppen. Vliegt onder de brug maar keert snel terug.
Het is de enige actie die de hengel die dag ziet. Zelfs op een plek waar altijd wel wat te vangen valt staat dat oranje onbeweeglijk te figureren. Niet heel gek. Dagen natte kou, wat nachtvorst na een periode van tamelijk milde temperaturen. Dan gaat onder water de boel vaak even op stil.

Op die altijd vang plek was ik een week of wat ervoor ook. Hans en ik willen beide wat makkelijks op een ook zo zonnige zondagochtend. Na een frisse nacht komt nu de vis wel snel op gang en trekken we beiden met regelmaat onze hengel krom.
Picture
Halverwege afgelopen week ben ik op een locatie die in een park ligt. Het is een gebouwtje waar door verschillende gebruikers op verschillende manieren gebruik van wordt gemaakt. Veel van de gebruikers hebben te doen met de natuur. Naast het raam waar ik door kijk is een voederplank waar een omgekeerde kooi op staat. Zo kunnen de kleine vogeltjes bij het voer zonder dat de grotere ze komen lastigvallen.
Ik observeer. Kool- en pimpelmezen zijn frequente bezoekers, een enkele heggemus wringt zich er ook tussen. Wat opvalt is dat als er een vogeltje in de kooi is de anderen op de rand wachten, als dan die in de kooi eruit gaat, gaat de volgende erin. Soms zijn er even twee vogeltjes in de kooi, eentje delft dan het onderspit en verdwijnt. Mooi om dat zo te zien gebeuren. Het hoe en waarom ontgaat me, het gaat me meer om hoe visueel dit allemaal is.
Dat is en blijft toch het lastige van dat vissen; je ziet ze niet. En ja, ik weet van onderwatercamera's maar ik ben ook een beetje een conservatieve romanticus; sommige dingen die uit het zicht zijn moeten uit het zicht blijven wat mij betreft. Dat geeft toch het lekkerste lulvoer, als je het niet helemaal zeker weet.
Waar ik naar toe wil: tijdens die sessie hierboven op één van de topstekken direct na voeren springende vis. Later jagende aalscholvers en daarna dus geen aanbeet op een tot nu toe 100% raak plek. Wat ik zie verbind ik aan elkaar; die vis is weggegaan omdat die aalscholver heeft gejaagd. Of het zo is weet ik niet zeker. En dat blijf ik zo bijzonder vinden, hoeveel vissers in bladen en video's dingen als zekerheid weten te verkopen. Ik ben die zekerheid zelf ver voorbij, eerder in een fase beland dat de enige zekerheid is, dat het altijd onzeker is en dat het me in de afgelopen periode wonderwel vaak lukt om in die onzekerheid met enige regelmaat te vangen wat ik daardoor bijna als zekerheid ben gaan zien.

Als ik dit typ zijn we het kantelpunt om de najaarsvisserij om te dopen in wintervisserij alweer even voorbij. Metrologisch is de winter nog niet begonnen maar als die watertemperatuur onder de tien graden zakt dan weet ik dat de activiteit op een laag pitje gaat. Ik voorvoelde het al tijdens eerdere sessies omdat het azen van hop en weg omsloeg naar traag en doordacht. Zal het lukken om in die onzekerheid van zo'n kanteling de zekerheid te behouden?

Net voor die omslag naar het koudere weer is er een opleving van warmte. We breken nog maar is een record. Als ik op zo'n recorddag in het allerlaatste streepje licht de auto parkeer vind ik het helemaal niet zo warm. Er hangt een vochtige koelte die door de bomenrij langs de kade wordt vastgehouden. Ik wandel over de oude kade. Rechts de bomenrij en het slootje, links de wetering. Veel hoog riet maar ik weet dat er verderop altijd een aantal open stukken zijn. Ik hoop wel dat dit nog klopt, het is al zeker een jaar of vijf geleden dat ik hier kwam. Richtte me de afgelopen jaren op het andere deel en nu ik hier loop weet ik dat ik wat heb gemist. Overhangende bomen, zijslootjes omgeven door struiken, inlaten naar plassen water. Op krap vijfhonderd meter maak ik acht stekken die ik allemaal durf aan te wijzen als "top-penplekken" maar of ik dat kan onderbouwen met zekerheden? Nee, het is een gevoel en iets wat ik denk te zien. Op de terugweg spookachtig licht van de maan, wat zal het worden vanavond?
Picture
Bij de auto pak ik mijn stoeltje en tas. Ik zit rustig terwijl ik eet en denk terug aan de week ervoor. Samen met Hans rond dezelfde tijd eten onder de eeuwig treurende wilg. Daarna het schelpenpad op. Een avond die traag vorm krijgt. Terug bij de wilg om te vissen twee keer karper die bovenop mijn pen rolt. Hans vloekend links van me omdat die wilg toch wel erg laag over het water hangt.

Na het rollen geen sjoege meer? Handje erbij en maar weer geduldig een rondje maken. Bij terugkomst duurt het maar even voordat de lichtpen wegzakt. Hele rare dril en weer een kleine schubbenrakker op de kant. Precies op het kantelpunt van de sessie, Hans gaat ervandoor want morgen weer vroeg eruit. ik hang nog een behoorlijke tijd rond maar krijg geen tweede kans.

Picture
Deze avond voelt hetzelfde als die van vorige week. Alles lijkt traag te gaan. Bijna windstil, weinig bewolking en daarmee in toenemende mate opkomend vocht. Ik sluip van stek naar stek. Stiekem in het donker, niemand die me ziet. Sommige bomen proberen me te tackelen en één keer stap ik in een gat van vermoedelijk een muskusrat maar hou wonderwel mijn evenwicht. Een uil vliegt doodstil een paar keer kort over de droge riettoppen, op zoek naar wat lekkers. Dat lekkers hoor ik bij iedere stek door hoog gras en riet ritselen.
Vier keer zakt die avond de pen weg in het met damp omgeven water. Alle vier de keren zo traag dat ik alleen aan brasem kan denken. Twee keer blijkt het karper, hoewel ze zich qua dril aan die platte soort lijken aan te passen. Als ik ermee poseer snap ik wel waarom; ondanks dat record is die watertemperatuur al goed gezakt. We zijn dus blijkbaar het punt voorbij dat dat oertrage niet alleen maar brasem voorspelt.
Mooie vissen, zwemmen nu een jaar in dit immense systeem, groeien schitterend door.
Picture
Picture
Nu terugkijkend was dat de laatste nachtsessie voor de kanteling. Zoals de vaste lezer weet vis ik in principe de hele winter met de pen door in de avonden en nachten maar zoals nu acht stekken op zeer variërende waterdieptes zal waarschijnlijk pas richting maart weer het geval gaan zijn.
Was er maar weer wat blij mee want het vissen op die oude wetering was tot dan toe qua resultaat tegengevallen. Meerdere sessies leverden één minispiegeltje op. Dat was wel op het andere deel. Nu ik hier weer ben geweest vormen er alweer allerlei plannetjes voor volgend jaar in mijn gedachten.
En zo komt het voor dat ik een maand geleden nog uitzag naar die wintervisserij, ik nu eigenlijk alweer daaroverheen aan het kijken ben. Zo gaat dat altijd in dat gekke hoofd van mij, altijd weer een huppeltje vooruit met als risico dat ik te weinig geniet van het hier en nu en het alweer voorbij is voor ik er erg in heb.

Wat dat aangaat aan winterplannen geen gebrek. Als ik terugkijk naar het moment dat ik mijn eerste wintervissen ving (2008) dan heb ik enorm veel bijgeleerd. Hoeveelheden voer, waar te vissen, hoelang tussen voeren en vissen. Allemaal dingen die voor een soort vastigheid kunnen zorgen, hoewel je het natuurlijk zomaar bij het verkeerde eind kan hebben?

Die eerste "wintersessie" liep op niets uit dus. De week erop skip ik mijn vaste visbeurt. Het is zulk matig weer dat ik er echt op geen enkele manier geloof in heb. Blijf lekker binnen. Als ik de week erop een flinke verkoudheid te verstouwen krijg ben ik nog blijer met dat besluit; een dag in koude nattigheid had wel is voor een echt ziek zijn kunnen zorgen, nu is er hoogstens sprake van een licht ongemak.

Richting het einde van de week zie ik waar ik altijd op hoop tijdens de winterperiode. Een zelfs 's nachts oplopende temperatuur en daarna een stabilisatie van die temperatuur rond de negen graden, ook in de nacht. Als er dan zekerheden zijn dan durf ik hardop te zeggen dat die combinatie ervoor zorgt dat de vis wel aan wil gaan. Ik maak een ambitieus plan. Wil vier plekken in verschillende polders bevissen maar wegwerkzaamheden gooien roet in het eten; ik zal het met een polder minder moeten doen.

In de ochtend nog natte miezer maar vanaf het moment dat ik de drie voerplekken begin af te vissen wordt het droger. Wind uit het zuiden blaast rustig door en geeft het water de kabbel die het nodig heeft. Nog zo'n zekerheid die ik niet kan staven maar wel heilig van overtuigd ben; beweging op het water zorgt voor beweging onder water. Op de eerste stek geen tik, wel een springende vis op een meter of tien van de voerplek vandaan. Handje bij en wellicht terugkomen.

Tweede polder, tweede plek. Duurt een minuut of vijf. Pennetje wordt even kleiner, klimt omhoog en zeilt dan naar links weg. Even wacht ik af, op deze stek ligt vaak veel vis dus lijnzwemmers zijn er regelmatig. Pen loopt zo mooi door dat ik niet anders kan dan aanslaan. Direct die lome weerstand. Een traag maar vooral zwaar walmen onder water en een molenslip die heel traag begint te tikken. Langzaam wordt meter voor meter lijn van de spoel getrokken. Heel rustig, zonder uithalen. Ik hou de afstand in de gaten, als de vis teveel lijn pakt kan hij een struik inzwemmen. Gelukkig slaat de vis voor de struik naar links af en komt daarna traag trekkend voor me langs gezwommen. Weer een tikkende slip en weer dat zware trekken, nu de andere kant op. Omdat het deel waar hij nu doorheenploegt ondieper is zie ik overal modderwolken ontstaan.
Een echte winterdril, ik ben in control maar weet dat in andere omstandigheden deze vis me alle hoeken van het water had laten zien. Na het moddergeploeg duurt het niet lang voordat het net eronder kan. Plaatje van een schub en al echt koud.
​
Picture
De vangst geeft me zo'n voldaan gevoel dat ik bijna besluit te stoppen. Even echte twijfel erover maar de nog niet bezochte polder is er eentje die me altijd een tinteling geeft als ik er heb gevoerd. Stel dat?
Een week of wat geleden was het er voor het eerst in tijden weer raak geweest. Er kwam een hele fraaie spiegel uit op een zonovergoten dag.

Als we het dan toch hebben over zekerheid dan is de plek waar deze vis vandaan kwam een verhaal apart. Een aantal jaar achter elkaar ving ik er in de winter bij niet te koud weer en wind uit het zuiden of zuid-westen soms vier of vijf karpers in een paar uur tijd. De paar vierkante meter waar dit zich afspeelde lag soms volledig vol met azende vis. Hans en ik wisselden ervaringen en vangsten uit en keken steeds handenwrijvend uit naar de winter; kat in het bakkie toch? Dan ineens de klad erin? We vangen er niet meer, ook niet als de eerder als positief aangemerkte voorwaarden zich voordoen? Ergens hoop je dan dat deze vangst een voorbode is van het herleven van die mooie periode.
Picture
Met dat soort ideeën en gedachtes volg ik in het weiland mijn eigen spoor van de ochtend. Toen om te voeren, mijn voetstappen van drie uur terug staan nog in het gras. Ondertussen is het gemaal aangegaan. Zie ik niet als ongunstig; nu moet de vis bewegen om stil te liggen. Op de waterkruising wordt uit de breedste sloot een vies modderspoor in de richting van het gemaal getrokken, uit de zijsloten veel minder troebelheid.
Dat pennetje staat weer lekker te dansen op de stroming. Nu wachten op de afwijkende beweging in het gelijkmatige patroon. Dat komt niet, zoals altijd is de enige zekerheid dat alles altijd onzeker is en ergens is dat maar goed ook.
0 Opmerkingen

De zekerheid dat je er onzeker van kan worden...

26/10/2025

0 Opmerkingen

 
In de eindeloze rij met plannen is er eentje vastomlijnd; samen in het najaar de schelpenpad polder bevissen. Na een aantal mislukte afspraken hebben we beet. Wel jammer dat Benjamin ook mee gaat. Dat viel dus aardig in het water. Sloten water uit de hemel, gecombineerd met de stormachtige wind simpelweg geen doen. Toch zien we wat. Ze azen nog gewoon door.

De dag na de storm ben ik alleen terug. Heb een beetje haast tijdens het voeren. Met het steeds sneller wegvallende licht wil ik laatste restje dag gebruiken om te zien waar het voer land. De wind is nog hard dus moet een gevoel krijgen hoe te werpen om ook straks in het donker de beoogde stekken aan te voeren.

Kort voordat het echt donker is ligt het voer erin. Onder een wilg zak ik met een bak avondeten in mijn stoeltje en mijmer. Dat mijmeren gaat de gehele avond door. Ik vis in een staat van sluimer. De pen heeft mijn aandacht, de harde koude wind ruist en suist en maakt me licht in mijn hoofd.
Rollende vis in de buurt van stekken, trage lijnzwemmers en eeuwig wachten. Dat lichtje wil maar niet wegschuiven. Soms even maar nooit voor een aanbeet. Af en toe check ik de maïs, wie weet sabbelen er kreeftjes aan het haakaas? Geen kleine hapjes eruit, wat is er dan actief op die stekken?
Derde rondje en dan toch een aanbeet. Slaan en mis, kort daarna een groot vlak stuk in het golvende water. Ik zit wel ergens aan vast. Tien minuten later heb ik mijn lijn ontward van een dik stuk vistuig. Meters kon ik binnenhalen met de hand.
Ik eindig op het bruggetje, hoe vaak stond ik niet hier mijn vistijd te verlengen. Nog tien minuten, nog vijf, nog eventjes. Ook nu lijnzwemmers, er roert zich iets. Sla per ongeluk weer op een lijner, daarna is de beweging weg. Tsja, dan heb je wel een idee wat het was. 

Een week terug was ik ook hier. Drie keer dezelfde plek in krap acht dagen tijd. Toen ook alleen. Hans had een andere date. Met plezier stuurde ik hem  de foto's van twee oerschubs. De tweede kwam ternauwernood binnen. Stuurmanskunst met de hengel en enig geluk. Tien centimeter voor een paaltje een worsteling. Hengel hoog en zo ver mogelijk naar achteren. Ik en de vis zo hard mogelijk trekkend, uiteindelijk eindigde het gelukkig in mijn voordeel.
Picture
Picture
Met die twee schubs kan ik een vinkje zetten achter een polder waar ik nog geen karper had gevangen. Was er in het voorjaar al wel geweest, toen alleen zeelt en brasem in glashelder water. Datzelfde heldere water zie ik als ik eind september met Michael een penparadijsje aan doe.

Parkeren op het boerenerf, even een praatje met de vader van de boer. Daarna het lange eind lopen naar de wetering. Hij staat op het lijstje voor baggerwerkzaamheden, niet zo vreemd want er staat ondanks de mooie breedte weinig water. Het is een eerste echt kille dag. Zon gaat schuil achter een grijs wolkendek en de weinige wind voelt schraal aan. Laatste keer dat ik hier was legde de karper brede schuimbanen op de voerplekken. Nu zien we tijdens het eerste rondje helemaal geen belletjes. Op één van mijn stekken wel stofwolken en een wapperende, vale staart die kort na het inleggen verdwijnt?
​
Een raar fenomeen dat wel/niet zien van aasbellen? In de koudere maanden zie ik ze eigenlijk nooit. Ergens na maart dan is er een moment dat stekken ineens in bruisgebieden veranderen en ergens in het najaar verdwijnt dat dan weer. Ik weet niet of anderen het herkennen? Ik snap daar niets van? Waarom zou van het ene op het andere moment de vis geen bellen meer produceren? Geen bellen uit de kieuwen en geen bellen uit de bodem? Die bodem verandert niet toch? Blijft net zo prutzacht in het najaar als in het voorjaar en de zomer. Aast de vis anders?
Ik heb geen idee maar het betekend vooral dat ik rekening mee moet houden dat op een gegeven moment ik niet meer alleen uit kan gaan van wat zichtbaar is om te weten of er wel of geen vis actief is.

Tijdens het tweede rondje blijkt dat maar weer eens. Uit het totale niets wordt de pen op sleeptouw genomen. Na de aanslag een boze vis die weg wil. Zoekt de schoeiïng aan de overkant op en trekt er een stuk voorlangs. Daarna is het snel over. Wat groeien ze goed, klasbakken in het vooruitzicht.
Picture
Over contrast gesproken. Eerder die maand een avondje in een industriewijk van mijn eigen woonplaats. Tijdens het voorvoeren zie ik al veel vis azen maar als ik later terugkom is het echt één groot bellenfestijn. Groepjes van twee of drie vissen liggen kort bij elkaar de gehele wetering om te ploegen. Blijkbaar is er een uitbraak van bepaalde diertjes of iets anders waar ze graag op azen want het voer laten ze links liggen. Uiteindelijk is er één vis die wel het voer boven het andere kiest.

Twee weken later ben ik er terug. Geen vis meer te bekennen? Met in mijn achterhoofd dat het azen echt niet altijd zichtbaar is vis ik twee uurtjes stug door maar moet dan constateren dat de vis niets doet?

Dat is het lastige, wanneer kies je voor een plan B, wanneer vertrouw je op de aangemaakte stekken? Soms overduidelijk azende vis en geen aanbeten, dan weer geen actieve vis zichtbaar maar ineens wel een mooie vis in je handen. Ik blijf me erover verbazen hoe snel ikzelf, ondanks alle jaren ervaring, toch wat onzeker kan raken op die momenten. Laat maar weer eens zien wat voor het penvissen het belang van visuele aanknopingspunten is maar ook dat je soms dat even van je af moet zetten omdat het niet altijd zichtbaar is wat er gebeurt.
​
Wellicht al vaker aangehaald maar voor mijzelf haal ik altijd de vangst terug van een grote polderschub, echt een geweldenaar. Op veertig centimeter water ving ik hem kort onder het kantje. Ineens was er die aanbeet, geen kolkje, stofwolk, bel of lijnzwemmer verraadde dat er een azende vis aanwezig was.
Picture
Dat onzekere is raar. Zeker dit jaar. terwijl ik deze blog typ ben ik in principe klaar, in de zin van wat er zoal mijn net van binnen heeft gezien. Alles wat er nog bijkomt voelt als bonus. Het zo'n bizar goed jaar geweest dat ik komende periode in principe nog meer dan anders mijn gevoel kan laten spreken en naar plekken kan gaan waar dat wat de essentie van penvissen voor mij is het meest aanwezig is.

Half oktober weer een dag. Op fietsje omdat mijn vrouw met de auto weg is. In dat najaar hoeft het allemaal niet te vroeg. het is een heldere nacht geweest met weinig tot geen wind. Overal dauw op de weilanden en daardoor meerdere plekken waar ik onderweg even stop om te kijken en te genieten.

Ik vis op twee verschillende wateren. Eentje met een wat jonger bestand aan vis, ook nog wel wat oud bestand. Andere een water waar alleen vanuit uitzet karper zwemt. De meeste hebben er nu drie zomers achter de rug en zoals altijd lijken ze dan in het niets te verdwijnen? Lokaliseren en vangen wordt moeilijker?

Om die reden start ik op het "makkelijke" water. Op het moeilijkere stuk kan het voer dan wat langer inweken. Dag komt traag op gang. Veel zon, eenden en koeten die een beetje doelloos ronddobberen, blijkbaar niet geheel wetend wat ze ermee moeten? Dat trage is ook op de stekken, Pas op de laatste plek overduidelijk azende vis. Na meerdere lijners sla ik op een verkeerd moment. Boeggolf weg, kans weg.
​
Ergens schiet door mijn hoofd dat dit misschien wel de enige kans van de dag was? Ik schud het van me af, geen zin in uit balans brengende, niet helpende gedachten.
Al snel volgt er een spiegeltje wat het voer heeft gevonden. Dat geeft echt rust.
Picture
Ik voer de stekken bij en schuif naar het tweede water. De schapen lopen weer op de dijk. Eentje is mijn vriendin. Komt altijd geduldig naast me staan op de stekken die in haar weidde liggen. Ik herken haar aan de tekening op de kop. Zelfde starende blik met die grote, gelige ogen en die altijd malende kaken.

Zoals wel vaker toont de vis zich hier niet. Eigenlijk zie je ze nooit. Gek, water is overzichterlijk, er zijn in principe geen plekken waar je niet kan komen. Dat in combinatie met vaak vrij helder water dat niet te diep is zou toch af en toe een blik op een vis moeten opleveren? Niks minder is waar. Heel af en toe trekt er een boeggolf weg omdat er eentje is geschrokken maar over het algemeen laten ze zich niet zien. Ook nu komt de aanbeet volledig uit het niets. Ik heb net opnieuw ingelegd als de pen met een vlotte gang naar links wordt meegenomen. Na aanslaan de reactie die karper vaak heeft op smal water. Kant opzoeken en dan langs die kant met enorme snelheid zoveel mogelijk afstand creëren. Ik kan alleen maar staan, de hengel vasthouden en hopen dat de vis nergens iets vervelends tegenkomt. Deze koos voor de overkant, net zo vaak duiken ze de eigen kant in om daarna weg te spuiten. Dat laatste is vervelender omdat je moeilijker de vis kan volgen en ook moeilijker de lijn kan vrijhouden van overhangend riet en dat soort dingen. Vis komt mokkend terug en besluit in tegenovergestelde richting de kant ook maar te verkennen. Daarna weer zwaar trekken maar langzaam komt hij mee. beste is eraf, net eronder en voor de zoveelste keer de handjes in de lucht.
Picture
Waar ik dat schaap herken aan zijn tekening heb ik dat ook met spiegels, eerste blik zegt me dat ook dit geen dubbele is, later nalopen van de foto's laat zien dat dat klopt. Toch indrukwekkend hoe weinig ik (en Hans) dubbelen op redelijk overzichtelijke wateren met niet al te grote bestanden. Hoe zat dat ook alweer met de conclusies uit dat hele oude Loeb rapport?

Na deze dollemansrit door de sloot gebeurt er weinig meer. Op de terugweg pak ik de eerste stekken van de dag nog even mee. Na drie karpers binnen vijf minuten op drie plekken vind ik het mooi.

Heel mooi.
Picture
0 Opmerkingen
<<Vorige

    Ik ben...

    ...Andries Hoekstra. Trotse vader van twee kinderen en getrouwd met een fan-tastische vrouw. Vanaf mijn 16e vis ik gericht op karper, ondertussen alweer 26 jaar. Vissen gebeurt tussen het familieleven door en daarom vaak 's ochtends vroeg, 's avonds laat of 's nachts.

    Andere blog's:

    Categorieën

    All
    Cultuurwater
    Even Bijpraten
    Het Knusse Poldertje
    In De Polder
    In De Stad
    In Het Donker
    In Het Licht
    Koude Karper
    Langs De Kade
    Memory Monday
    Met Michael
    Naast De Brugpijlers
    Op De Dijk
    Op De Ringdijk
    Penvisdag
    Plan
    Schelpenpad
    Stiekem
    Thuisblijven Verstandiger?
    Tussen De Kassen
    Uit De Oude Doos
    Zon Op Zien Komen

    Archieven

    March 2026
    February 2026
    December 2025
    November 2025
    October 2025
    September 2025
    August 2025
    June 2025
    May 2025
    April 2025
    March 2025
    February 2025
    December 2024
    September 2024
    July 2024
    June 2024
    May 2024
    April 2024
    March 2024
    February 2024
    December 2023
    November 2023
    October 2023
    September 2023
    July 2023
    June 2023
    May 2023
    April 2023
    March 2023
    February 2023
    December 2022
    October 2022
    August 2022
    July 2022
    June 2022
    May 2022
    March 2022
    December 2021
    November 2021
    October 2021
    September 2021
    July 2021
    June 2021
    April 2021
    March 2021
    February 2021
    December 2020
    November 2020
    June 2020
    May 2020
    April 2020
    March 2020
    February 2020
    January 2020
    December 2019
    October 2019
    May 2019
    April 2019
    March 2019
    February 2019
    November 2018
    September 2018
    August 2018
    June 2018
    May 2018
    April 2018
    March 2018
    November 2017
    September 2017
    July 2017
    June 2017
    May 2017
    March 2017
    February 2017
    December 2016
    October 2016
    September 2016
    August 2016
    July 2016
    June 2016
    May 2016
    April 2016
    February 2016
    December 2015
    October 2015
    September 2015
    July 2015
    June 2015
    May 2015
    April 2015
    March 2015
    December 2014
    October 2014
    September 2014
    August 2014
    July 2014
    June 2014
    May 2014
    March 2014
    November 2013
    October 2013
    August 2013
    July 2013
    May 2013
    April 2013
    March 2013
    January 2013
    December 2012
    September 2012
    June 2012
    May 2012
    April 2012
    January 2012
    December 2011
    June 2011
    April 2011
    February 2011
    October 2010
    September 2010
    August 2010
    July 2010
    June 2010
    May 2010
    April 2010
    November 2009
    August 2009
    July 2009
    June 2009
    May 2009
    April 2009
    December 2008
    October 2008
    August 2008
    July 2008
    May 2008
    April 2008

    Contact: [email protected]

    RSS Feed

Powered by Create your own unique website with customizable templates.