Penvissen op Karper
  • Home
  • Blog
  • Materiaal
  • Karpervissen in de polder
    • Hoe te beginnen?
    • Karper gevonden wat nu?
    • Een pennetje plaatsen
    • Hangen! Karper aan de lijn
    • Cirkel van invloed, cirkel van betrekking
  • Home
  • Blog
  • Materiaal
  • Karpervissen in de polder
    • Hoe te beginnen?
    • Karper gevonden wat nu?
    • Een pennetje plaatsen
    • Hangen! Karper aan de lijn
    • Cirkel van invloed, cirkel van betrekking

Penverhalen uit de polder

Op zoek naar een afsluitvis

2/7/2026

0 Opmerkingen

 
Altijd datzelfde gevoel, een voorrecht dat ik hier mag zijn. Klein geluk maar wel de essentie. Nog altijd kijk ik er verwondert om me heen. Zo mooi, zo oer-Hollands. Mijn blik wappert er altijd weg. Ik weet heus wel dat ik dat pennetje in de gaten moet houden maar in deze polder pendelt mijn blik altijd heen en weer tussen dat oranje en de einder.

Het is moeilijk uit te leggen, die aantrekkingskracht. In 2009 kwam ik er voor het eerst en vanaf dat moment voelde ik ieder voorjaar de prikkel om er heen te gaan. Een combinatie van een alleen op de wereld gevoel gecombineerd met een populatie die niet groot maar daardoor wel bijzonder is.
In de eerste jaren vaak vroeg in het voorjaar omdat het daarna volgroeide met planten. Toen een periode niet en tegenwoordig juist wat later in dat voorjaar. Die grote hoeveelheden planten zijn er niet meer, ingeruild voor zwermen brasems.

In het najaar werd er wat vis uitgezet. Hiermee zou de moeilijkheidsgraad van de lage bezetting op den duur weg moeten vallen. Ik had geen zin om er te kort achteraan te vissen. In mijn hoofd stelde ik het tot het najaar uit maar halverwege mei wil ik er gewoon heen en nu ben ik dus weer hier.

Het is vies weer. Harde wind uit het noordwesten waarbij flinke buien worden afgewisseld met een koud zonnetje. Wolkenflarden scheuren langs de hemel en zorgen voor een continue veranderend licht. Soms fel, dan weer zacht of juist donker. Ik ben weer fit genoeg om wat meer te lopen en maak vijf stekken over pak hem beet 600 meter vaart. Tijdens het voeren dreunt er één vis weg uit de kant, altijd goed voor het vertrouwen zo'n duidelijke aanwezigheid. 

Met mijn rug naar de wind start ik een uur na voeren met vissen. Regen rammelt op mijn jas en capuchon, het wordt even heel donker maar dat duurt niet lang. De stekken zijn nog rustig, had ik op het eerste rondje wel een beetje verwacht. Geeft me de tijd om die blik te laten pendelen, van pen naar einder en weer terug. Soms even schrikkend als ik de pen niet meteen zie in dat af en toe fonkelende water. Vooral tijdens het tweede rondje is dat vaak het geval. Het is wat opgeklaard en de zon zakt recht tegenover me steeds dieper weg. Op dat tweede rondje al snel brasems. Je weet het vaak al bij de aanbeet, klassieke opstekers gevolgd door een wegzeilende pen.

Op de vierde stek fellere beten en een flinke blankvoorn. Een onzichtbare hand maant me te blijven zitten en nog een keer in te leggen. Pen komt bijna direct tot leven, paar korte hobbeltjes en dan weg. Meteen een hard schot, schuin naar de overkant. Daarna de wind die in de lijn fluit en een vis die van geen meekomen wil weten. Toch lukt het steeds meer lijn terug te winnen en na een minuut of tien kan ik hem scheppen. Ik glimlach, wat kan ik me soms om niets druk maken. Zo'n mooie plek uitstellen omdat er uitzet is geweest, nou dit is gewoon een geboren en wellicht getogen vis. Systeem is ook zo groot, die uitzet is allang uitgewaaid naar alle hoeken en gaten; vind ze maar is terug.
Picture
Bijna drie weken later ben ik er weer terug. De tweede helft van mei is door mijn vingers geglipt; kwam weinig aan vissen toe. Soms zijn andere dingen belangrijker. Ik loop de vaart af, maak pas aan het einde een stek om vervolgens nadat de vaart de bocht om is gegaan nog een aantal stekken bij te leggen. Op dit stuk viste ik vorig jaar voor het eerst. In de ochtenden ving ik er brasem, in de avonden kwam er karper uit. Dat lijkt sowieso te gelden voor dit water. Eigenlijk zijn de afgelopen jaren de ochtendsessies bijna altijd karperloos gebleven. Hoe dat precies zit snap ik niet maar nu ik die wetenschap heb focus ik me op de avonden.

Het weer is iets beter, wind ten opzichte van vorige keer gedraaid naar zuidwest, afwisselend wolken en zon. Op de eerste twee stekken vang ik me helemaal blind aan verschillende soorten voorn. Achter elkaar wordt dat pennetje op sleeptouw genomen. De ene keer schittert er een gouden- , de andere keer een zilveren flank.

De stekken na de bocht geven geen sjoege, weer die gedachte: "dat komt wel tijdens het tweede rondje". De witvisactiviteit op de eerste twee stekken valt in de schemering weg. Tussen de tweede en derde stek wissel ik het oranje antennetje voor een breekstaafje. Het lijkt nog steeds stil op de stekken die "om de hoek" liggen. Ik wacht rustig af. Kort na een belletje van mijn vrouw, vast ritueel als ik na haar bedtijd nog buiten rondhang, wordt dat lichtje uit het niets uit het zicht getrokken. Ik wacht even en sla. Meteen sterke druk naar links. Vis scheert eerst nog op de lijn naar mijn eigen kant maar begint dan langzaam door de slip te lopen. Gestaag wordt meter na meter lijn afgegeven. Ik ken de arena en weet dat er verderop wat los riet in het water staat. Vis moet daar al in de buurt zijn. Ik besluit mee te lopen voor een betere positionering.

Vis blijft langs die overkant zwemmen, nooit wild, gewoon rustig zonder uithalen. Op het moment dat ik denk de vis wat meer richting midden te trekken zet hij nog maar weer is aan.  Slip loopt weer, dan een snelle wending en een wegvallende druk. Ik haal binnen en zie dat het haakje er nog aanzit; losgeschoten. Ik zak op het dijkje waar ik op zit op mijn knieën en roep heel hard "NEE, NIET NU" naar de stille hemel.

Wat kan je anders dan je spulletjes bij elkaar rapen en doorgaan? Wie weet ligt er nog wat in het verschiet? Als ik een stuk verderop over een hek heen klauter kan ik er al weer om lachen, het is toch maar weer een mooi avontuur zo in die stille polder. Paar keer diep ademhalen en de pen maar op de volgende stek neerzetten. Zowaar een herkansing daar en voor het eerst een vis van één van de uitzetmomenten van afgelopen jaren. Ook deze kwam niet vanzelf binnen, wat een power, wat een uithoudingsvermogen.
Picture
Bovenstaande is alweer een maand geleden. Na dat eerste succesje in juni ben ik nu op zoek naar een afsluitvis. Een vis om deze blog mee af te sluiten. Kijk, dat bloggen is een hobby binnen de hobby en zoals met alles kan ik niet anders dan het zo serieus als mogelijk nemen. Iedere visbeurt probeer ik haakjes te maken voor een verhaal of een verhaaltje binnen een breder thema te verzinnen, enzovoort. Als ik genoeg heb verzamelt ga ik typen. Schrijven, schrappen, schrijven, schrappen; dat werk. Dan hoop ik in die periode een soort afsluiting te vangen. Iets bijzonders, gewicht, type, water van herkomst; dat soort dingen.

Afgelopen weken gebeurt er iets geks. Die afsluitvis wil niet op de kant komen? Sterker nog; er komt ineens niets meer op de kant. Heb ik weer lekker de tijd om te vissen, vang ik niks meer? Loop voor mijn gevoel achter de feiten aan, net even verkeerde keuzes en ergens de zeurende gedachte dat die afsluitvis eruit moet komen. Voel het lekker buiten zijn kantelen naar een te volbrengen opdracht en dat wil ik niet. Lekker vissen en soms bloggen prima maar vissen om te bloggen geeft me niet de juiste prikkel.

Dus ik breek midden in de al geschreven blog in en plaats een paar alinea's over afsluitvissen. Of dat gaat werken merk ik overmorgen wel, overmorgen als ik weer op pad ga. Als ik er aan denk ben ik er voor mijn gevoel al, nog eventjes wachten en dan mag ik weer.
Afbeelding
Een lekkere start van juni. Dat moederziel alleen rondstruinen geeft me richting in het start van die maand. Stekken opzoeken waar ik zeker weet dat ik er alleen ben en heel misschien wel alleen kom. Nou, helemaal alleen, wellicht wat sporen van Hans maar dat is op een paar plekken wel de enige met wie ik het deel.

Lastige van dat type plekken is dat het over het algemeen een eind sjouwen is om er te komen. Het herstel van de hernia-achtige klachten verloopt traag maar als je het niet probeert dan lukt het zeker niet dus ik ga op een hele vroeg zondagochtend maar weer is aan de sjouw. Het heeft de hele nacht geregend en is prettig fris. Spullen op de rug, hengel en net in de hand en op pad. In de verte wordt het langzaam licht. Stevige wind en een lang niet gemaaide dijk met platgewaaid nat gras. Het kost me veel moeite erdoorheen te ploegen. Verderop staat een hek, achter dat hek lopen de schapen en zal het beter begaanbaar zijn. Blijkt niet zo te zijn, geen schapen en het hoge gras wordt nu gecombineerd met brandnetels en distels die soms tot bijna mijn schouder komen. Gelukkig vanaf de plek waar ik stekken wil maken een stuk begaanbaarder.

Voordat ik start ga ik even zitten. Pfoeh, dat was pittig. Vijf minuten later maak ik met kleine handjes voer zes plekken.  Omdat het voer er net in ligt, blijf ik op de eerste stek wat langer zitten. Ik maak twee rondjes en begin een uur of drie na de start aan de lange terugweg. Met vier aanbeten en evenveel vissen ben ik meer dan tevreden.
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Dat zijn toch wel hele bijzondere ochtenden. De combinatie van het volledige alleen op de wereld gevoel en mooie vissen, daar ga ik heel goed op.

Een week later trek ik die lijn door en kies ik voor een andere lijn. Weer een plek waar ik een eind voor moet wandelen en waar ik met aan zekerheid grenzend vertrouwen kan zeggen dat er naast Hans en mij geen anderen komen. De andere lijn heeft met de hengelkeuze te maken. Overal wordt de uitgezette vis groter en zijn de oude beren van watertandend formaat. De voorgaande beurten ging de 1,5lb CJW, gecombineerd met 25/100e mee. Het ging allemaal goed maar het gemak waarmee de vissen bij me vandaan denderden was me net iets teveel van het goede. Nu dus een 2lb van Century met een 30/100e lijn.

Je wint er wat mee maar levert ook in. Ja, meer zekerheid tijdens de dril maar als ik op mijn eerste stek na een kwartiertje al een enorm bruisplakaat zie ontstaan merk ik ook direct de keerzijde. Twee lijnzwemmers en daarna is de vis foetsjie. Ik heb te vaak meegemaakt dat bij een zwaardere lijn het de lijn raken (blijkbaar?) meer impact heeft.
Beetje voer bij en door maar weer. Helaas op de opvolgende stekken precies hetzelfde patroon. Overduidelijk azende vis die na een paar lijnzwemmers verdwijnen. Toch gek, in principe wordt hier nauwelijks gevist, overgrote deel van de vissen zag nog nooit de binnenkant van een net en toch is die lijn dan iets wat voor argwaan zorgt. Die vis raakt tijdens het eten toch wel vaker iets aan? Een lelieblad, een rietstengel of andere planten, voelt die lijn dan anders aan?

Gelukkig komen ze vaak wel terug of wordt er door de brede stofwolken van het azen andere vis aangetrokken. Zo zit ik vrij snel weer op de eerste stek en kort nadat ik heb ingelegd komt er een bruisplakaat mijn stek op wandelen. Nu ook een paar lijners maar gelukkig geen wegvluchtende vis. Wel een aanbeet en direct een besef dat het vissen met die zwaardere hengel en lijn geen luxe is. Wat een startschot, niet te stoppen en ook na dat eerste schot meerdere uithalen van tientallen  meters naar links en rechts. Na dat geweld ligt er een onvervalste originele bewoner op de kant. Zo blij mee, met deze magnifieke schub.

Paar stekken verderop wordt uit het niets dat pennetje weer weggetrokken. Weer zo'n niet te stoppen startschot. Voel wel meteen dat er minder gewicht is. Dat eerste schot is ook het enige wapenfeit. Een bolle uitzetter deze keer en met twee vissen in deze omgeving weer dat gevoel van weelde.
Afbeelding
Afbeelding
Die ochtend hebben er zich in mijn hoofd al wat zinnen en themaatjes gevormd. Schrijven maar en gedurende het proces op zoek naar een afsluitvis. Toen nog niet wetende dat die kleine dikkerd uiteindelijk die titel zou gaan dragen?

Het kan verkeren, ondertussen dus bijna drie weken visloos, een leegte die ik in geen tijden heb gekend. Maar goed, nu de blog geschreven is hoef ik niet op zoek naar een afsluitvis maar kan ik rondneuzen naar een startkarper en ja, dat is echt iets anders. Of het de truc doet? Tijd zal het leren.
0 Opmerkingen

Met vallen en opstaan

9/5/2026

0 Opmerkingen

 
Ik sta op een klein bruggetje en kijk over het water. Tussen het bruggetje en een bomenrij een meter of zeshonderd verderop heb ik mijn voerstekken gelegd. De weinige wind zorgt ervoor dat er overal wierplukken op drift zijn, onhandig met de ver uit de kant gemaakte stekken want dan sta je om de haverklap wier van je lijn te plekken. Onder me kan ik zonder moeite de bodem van het water zien; kristalhelder. Terwijl ik er sta rijdt er een auto het fietspaadje op en parkeert in de berm. Komen ze voor de eieren van de boer? Nee, andere vissers. Ik kijk even wat ze van plan zijn. Eén hengel die zonder verder voeren wordt ingelegd; die zullen niet gaan lopen dus mijn andere stekken zullen vrij blijven.
Even later ga ik met enige vertwijfeling op pad. Die twijfel vergroot als ik in de verte op meerdere stekken duikende koeten zie. Iets wat ik in de polder eigenlijk nooit meemaak. Afgelopen weken ineens wel vaker. Komt door dat heldere water, die koeten zien ineens alles op de bodem liggen en ja dan duiken ze er ook op. Ondanks de twijfel besluit toch te starten, nu ik er ben wil ik doorzetten. Zo vaak kom ik hier niet en het is één van de plekken die ik is van het "uitstellijstje" af wil strepen. Wel maak ik twee nieuwe stekken omdat ik merk dat hoe verder weg ik van de brug kom, hoe minder drijfwier er is. Daarna start ik op de stek waar ik het meeste vertrouwen in heb en besluit er te blijven zitten tot het donker is.
Als het donker is geworden voer ik er wat bij, als het goed is heb ik nu geen last meer van de koeten en is hierdoor deze stek rustig gebleven. Ik heb twee keer beweging van azende karper in de buurt gezien, die komen vanzelf wel. Nu eerst een rondje langs de andere plekken. Het rondje levert niets op en na een ruime veertig minuten ben ik terug. Ik zet pen naast de overhangende struik aan de overkant neer. Ga rustig zitten. Water is helemaal stil, geen zuchtje wind meer. Koeten zijn zoals verwacht verdwenen. De muskusrat die druk bezig was riet te verzamelen is nog druk in de weer. Uit het niets zakt het breekstaafje onder water. Daar blijft hij staan. Duurt even, dan begint hij naar links te bewegen. Ik sla aan en voel meteen flinke druk naar links. Vis begint aan een opmars evenwijdig aan de overkant, onstopbaar. Omdat er verderop een zijsloot is waar hij in kan zwemmen volg ik de vis. Hij zwemt de zijsloot voorbij. Ikzelf stop tegenover de zijsloot met meelopen, laat mijn net vallen om verder te drillen. Op de één of andere manier komt mijn netstok tussen mijn benen terecht en voor ik het weet lig ik op de grond. Op de één of andere manier heb ik de hengel nog wel vast. Vis besluit op dat moment om ronde twee te starten. Ik wil opstaan maar voel een stekende pijn in mijn hamstring. Ik kan niet anders dan de hengel heffen en half liggend afwachten tot de vis stopt.

Voor de oorzaak van die stekende pijn rewind ik even drie weken voor dit moment....
Op die donderdagavond voer ik uit waar ik mijn vorige blog mee eindigde. Op de rand van het paaigebied van de brasem op zoek naar de karpers die zich wellicht ook al verzamelen voor de paai. Een mooi water waar ik vorig jaar startte en wat ik in mijn voorjaarsplanning met stip heb opgenomen. Al snel zeelt en brasem op de kant en azende karper gezien. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat het tweede rondje karper gaat opleveren. Als ik het tweede rondjes start ineens een irritante pijn in mijn onderrug. Ik trek me er niet teveel van aan maar twintig minuten later kan ik geen houding meer aannemen zonder pijn te hebben. De auto is nog een eind weg, ik besluit te stoppen en strompel naar de auto.

De dag erop sta ik geparkeerd. Huisarts bezoeken, wat medicatie en daarna gelukkig weer wat meer bewegingsvrijheid. Te weinig om echt lang te gaan vissen maar op zondag voel ik aan alles dat ik er even op uit moet. Oude brede wetering. Als je hem ziet zou je het niet denken maar de diepte reikt niet verder dan een centimeter of zestig. ​Ik maak op een korte afstand van elkaar vier stekken. Hoef er niet te ver voor te lopen maar zit wel lekker middenin de weilanden.
Picture
Ruim twee uur later ben ik terug. Ik kan niet lang zitten met de rugklachten, moet goed afwisselen tussen even rust en dan weer bewegen. Dat past prima op mijn visserij. Op de tweede stek is er twee keer ineens een stil stuk in de kabbel. Moet azende vis zijn maar er volgt geen aanbeet. Besluit na de eerste ronde meteen terug te lopen naar de tweede stek. Ik zie niets meer van de eerder beweging maar de pen komt wel plots tot leven. Wordt zomaar een stuk verplaatst? Ik haal op en zie dat er wat rommel op de haak zit. Ik verwijder het draadalg en gooi opnieuw in en wacht af. Duurt niet lang voordat de pen rustig wegglijdt. Na de aanslag een lange strijd waarbij ik weinig vat krijg op de vis. Op de kant zie ik waar ik tijdens de dril al bang voor was. Vis is valsgehaakt. tsja; ook dat gebeurt.
Picture
Waar ik die zondag nog optimistisch ben over een snel herstel is daar twee dagen later helemaal niets van over.
Ik kan helemaal niets en in eerste instantie helpt zelfs morfine niet tegen de pijn die ook bij stilliggen nadrukkelijk aanwezig is. Einde van de week krabbel ik weer wat op. En als ik dan weer iets bewegingsvrijheid heb gaat het vissersbloed direct weer stromen. Hoewel, stromen? Misschien is bruisen een betere verwoording. Dat is ook niet gek, we zitten in misschien wel de mooiste tijd van het jaar. De dagen lengen, water is voldoende opgewarmd, vis verzamelt zich misschien al voor de paai en is hongerig.
Om niet te snel te gaan stel ik het nog even uit maar na twee redelijk pijnvrije dagen ben ik niet te houden.

Kies voor een wetering waar ik heen kan fietsen en met een korte wandeling langs de kade meerdere stekken kan maken. Het is al een aantal weken droog en ten opzichte van de laatste keer dat ik hier was is het water een stuk helderder geworden. Eigenlijk kan ik overal tot een paar meter uit de kant de bodem zien. Ik kies er daarom voor om ver uit de kant te voeren, als het even kan tegen lelies of overhangende begroeiing aan. Ik zie in de zijsloten al actieve karper, hoop dat ze richting het donker de hoofdwetering op willen komen. Hoe verder weg ik voer, hoe minder kans dat de vis (ondanks het heldere water) mij zal zien.

Als ik twee uurtjes later terug bent valt het tegen. Niet qua vissen maar qua bewegingsvrijheid. Mijn rechterbeen wil niet lekker meekomen en de ongelijke kade is een uitdaging. Ik vis uiteindelijk maar een uurtje, langer hou ik het niet vol. Gelukkig verdwijnt op de tweede stek het pennetje vrij vlot onder water en ligt er na een korte worsteling weer een mooie spiegel op de kant. Achteraf een dubbel gevoel; was het wel verstandig om erop uit te gaan? Tsja, bloed kruipt waar het niet gaan kan....
Picture
Een dubbele uitdaging dus de afgelopen periode. De fysieke klachten maar ook omgaan met dat heldere water. Dat eerste gaat wel weer over, dat laatste lijkt een trend te worden. Ook vorig jaar zo'n lange droge periode in het voorjaar. Daardoor geen enkele bemaling en geen water wat vanaf de kanten in de systemen terecht komt (en sediment meeneemt) en daardoor steeds helderder water.  Op sommige plekken draagt de afgenomen brasemstand ook nog eens zijn steentje bij.
Aanpassen geblazen dus. Zoals hierboven beschreven bijvoorbeeld bewust de keuze maken om verder uit de kant te voeren en/of plekken aan te voeren waar dekking is. Dat eventueel gecombineerd met vissen in het donker. Afgelopen periode viel me meerdere keren op dat aanbeten pas na het donker kwamen terwijl het voer er vaak al best een tijd inlag.
Dat past ook op de theorie waarop ik eigenlijk al mijn keuzes baseer; veiligheid, voedsel en voortplanting. Die drie zijn essentieel voor vriend karper en bepalen in grote mate waar en of hij geneigd is te azen. Dat heldere water doet direct af aan het aspect "veiligheid", de vis ziet zelf meer en zal dondersgoed weten zelf ook makkelijker gezien te worden.

Andere manier is om in polders op zoek te gaan naar troebele delen. Daar waar het doorzicht minder is, is de bodem intensief omgewoeld en daar moet dan dus vis liggen. Mooie bijkomstigheid is dat je zelf ook wat makkelijker uit beeld blijft. Dat is precies wat ik een week na de vangst van bovenstaande spiegel doe. Op de fiets een polder in. Eerste delen waar ik langsrij zijn glashelder en overals zie ik meer dan normaal de bodem bedekt zijn met wier.
Eind verderop vind ik waar ik op hoop. Troebel water. Het eerste stuk is het uiteinde van een brede wetering, wind staat al een aantal dagen precies die hoek in te blazen.
Naast deze stek vier andere stekken op de plaatsen waar er ook weinig tot geen doorzicht is.
Het wordt een heerlijke namiddag en avond. Keer op keer wordt dat pennetje weggetrokken. Dat er uiteindelijk 'maar' twee kleine karpertjes uitkomen mag de pret niet drukken want meerdere zeelten, brasem en andere witvis maken het een drukke avond.
Picture
Picture
Weer een week later juist die andere strategie. Ver uit de kant voeren of voeren op plekken waar bedekking is en doorvissen tot in het donker. Ik voer rond half zes in de middag en start rond acht uur in de avond met vissen. Pas in het echte donker krijg ik aanbeten. Twee stuks in een korte tijd. Kan me niet voorstellen dat die vissen toen pas het voer opmerkten. Sterk vermoeden dat ze het al opgemerkt hadden maar tot de dekking van het donker hadden gewacht om er echt op te komen. Vorig jaar exact dezelfde ervaring op dit water.

Het is dan ook geen toeval dat de afgelopen periode de enige vissen die ik in echt daglicht ving van troebel water kwamen, alle vissen in de schemer of donker uit heldere systemen.
Picture
Terug naar het begin. Half liggend met een steeds verder van me vandaan zwemmende karper, wachtend op het moment dat het me lukt overeind te komen. Die stekende pijn zakt wat weg en ik voel de vis remmen en naar mijn eigen kant zeilen. Ik zet me schrap, hijs mijzelf omhoog en probeer de vis terug te trekken. Heel traag komt hij mee. Elke keer als ik een paar halen terug heb zwemt hij weer van me weg, vaak met grote kolken en opspattend water. Als hij op een meter of tien is zwemt hij op de uitstaande lijn weer richting overkant, mokt even tegenover de ingang van het slootje en probeert aan te zetten richting de plek waar ik hem haakte. Dat lukt niet echt, hij kantelt. Met het betere hang en takelwerk heb ik hem kort daarna onder de kant en kan ik hem scheppen. Wat een prachtbak! Met recht een buffel.
Ik zit nog even na te puffen en besluit daarna te stoppen. Blij dat ik ondanks alle tegenvallers aan de start heb doorgezet.
Picture
0 Opmerkingen

Van A naar B kom je altijd langs C

19/4/2026

0 Opmerkingen

 
Als ik het schelpenpaadje van het dijkje opwandel besef ik me dat het bijna tien jaar geleden is dat ik hier voor het laatst was. Bovenop het dijkje even stilstaan en die polder langzaam door mijn ogen laten glijden. Overal vogelgeluiden en al snel de eerste tekenen van vis. Dat was hier altijd al de uitdaging, je lokaliseert de vis makkelijk in het ondiepe water maar door datzelfde ondiepe water en toch wel enige hengeldruk is op het juiste moment slaan de echte kunst. Ik voer zoals ik toen ook deed, tegen de hoeken van de weilanden aan de overkant. Twee stekjes en daarna een wandeling over het dijkje naar het deel van het water dat in de woonwijk ligt.
Vorig jaar kwam ik er een keertje maar was al snel weer weg. De plompen hadden het water overgenomen, nergens een gaatje en als dat er al was zo ver van de kant dat penvissen onmogelijk was.

Nu, halverwege maart, hoop ik dat de plompen onder water al zichtbaar zijn maar ik er nog wel tussendoor kan vissen. Als ik op het stuk ben waar ik nog wat stekken wil maken zie ik eigenlijk nergens plompen staan? Misschien nog niet in het zicht? Op enig goed geluk leg ik stekken aan. Daarna terug naar de weilanden.

Op de eerste stek begint binnen een paar minuten de pen te lopen. Aanslaan en een brasem. Ja die zitten er ook. Stek twee identiek maar nu een zeelt. Sneller dan verwacht ben ik weer op de eerste stek. Duurt nu iets langer maar ook hier al snel een zeelt. Dus ook alweer vlot voor de tweede keer op de tweede stek. Na een kwartiertje wat trage beweging en uiteindelijk een pen die wegloopt. Ik geef een haal maar voel geen weerstand. Op de stek schrikken twee karpers weg, eentje geeft zo'n beuk dat er een gat in het water ontstaat. Een gat zo groot dat ik even bijna de bodem kan zien. Ja, dat is het moeilijke aan hier, alle herinneringen zijn meteen terug.

Ik laat de weilanden even. Tussen de bebouwing kom ik tot rust en hopelijk de weilandstekken ook. Als ik op dat deel begin met vissen snap ik waarom ik geen krulblad zag. Er is gebaggerd en niet te weinig ook. Sommige plekken ineens een meter water, dat is wel wat anders dan de lullige 60 centimeter die er eerder maximaal stond. Ben benieuwd of met de wat warmere dagen de vis nu hier wel ligt? Bij de weilanden is het nog steeds ondiep dus dat warmt echt veel sneller op. Op de laatste stek dan toch trage bewegingen die steeds vaker terugkomen. Ook nu weer veel lijnzwemmers en als de lijn voor de zoveelste keer wordt opgepikt is de vis het zat. Ondanks de diepte rolt er een zware golf weg. Oei, die was echt groot. Dat kan ook eigenlijk niet anders. Tien jaar terug ving ik er uitzetspiegels die in twee jaar tijd al goed groeiden, dat moeten nu bullebakken zijn. Daarnaast zal er ook nog wel wat van het oude schubbenbestand over zijn. Zo mijmerend over wat er zoals kan zijn ben ik teruggelopen naar de weilanden. Het kleine lichtpennetje staat op de hoek van het weiland. Een vaste zwemroute. Het lijkt stil te zijn geworden. Ik zie geen kolken, staarten of golfjes meer. Vleermuizen fladderen wat heen en weer. Uit het niets komt de pen tot leven. Even een tik, dan wat zakkend en meegenomen naar rechts. Komt terug en loopt naar links, verdwijnt. In mijn hoofd continue de vraag: "lijnzwemmer of aanbeet?". Ik besluit te slaan. Weer zo'n explosie maar nu gaat de hengel krom. Duurt niet lang, tot mijn tevredenheid is het een oudje. Dolblij mee!
Picture
Dat was half maart en daarmee kruis ik een plannetje af wat in december vorig jaar ontstond. Toen was ik er in de buurt en dacht ik "waarom niet weer is proberen". Die gedachte komt veel vaker in me op alleen de uitvoering lukt vaak niet. Belangrijkste reden is dat er gewoon teveel te kiezen is, andere reden is dat ik merk dat ik teveel in mijn eigen voetsporen aan het treden ben. Net iets teveel comfortabele keuzes vanuit eerdere jaren. Nooit helemaal exact hetzelfde maar aangepast op wat ongeveer dezelfde stand van de natuur was het jaar ervoor. In maart merk ik dat dat ook zeker niet makkelijke vissen oplevert want na bovenstaande topavond komt er geen enkele karper meer uit? Zeelt en giebel wel maar daar blijft het bij.

Dat geeft toch een wat onzeker gevoel om april mee in te rollen. Vier karpers in maart, dat is heel wat minder dan afgelopen jaren. Om een beetje bij te komen pak ik de donderdag voor het Paasweekend een makkelijk water. Een heldere avond met snel zakkende temperatuur maar met de hoeveelheid vis die hier zwemt moet er altijd wel wat kunnen. Het wordt een prima avond met drie karpers waarvan er eentje goed is doorgegroeid. Omdat er jaar op jaar zoveel vis in is gegaan is het wel de vraag of de groei erin blijft of dat de grotere vissen door de hoeveelheid bijgekomen kleintjes qua groei zullen stagneren?
Picture
Paasweekend. Ik heb er wat mee. Vaak voldoende tijd om te vissen en vaak ook goed visweer. Naast de extra vrije dag heb ik op zaterdag ook een keer geen enkele sportverplichting. Een heerlijk dagje in huis rommelen, wat klusjes afvinken en daarna in alle rust spulletjes bij elkaar rommelen. Twee bakjes met overgebleven avondeten en een thermoskan koffie mee en gaan maar.
Ik wil weer zo'n plannetje wat al langer staat uitvoeren. Een water waar ik alleen in de vroege ochtend kom is een keer in de schemer en donker aanpakken. Omdat er in de buurt van dat polderdeel meerdere andere mogelijkheden liggen vis ik de tijd in het licht weg op een ander water.
Oeh, wat staat die zuidwesten wind er mooi op. Hoeken waar afgescheurd krulblad stapelt en overal die lichte schittering van de kabbel. Ik voer op een aantal plekken kleine beetjes, begin binnen een half uur na het voeren al met vissen. Op de eerste plek al beet voordat ik kan gaan zitten. Dikke oude brasem vol paaipukkels komt naar de kant.
Minihandje bij en door. Zo snel azende vis op de stek geeft vertrouwen. Toch stilte op de volgende twee plekken. Op de laatste sla ik op een lijnzwemmer, even zit de zeelt vast maar na wat bonken is hij los.

Dat valt dan toch wat tegen na de snelle vangst. Er is tijd voor een tweede ronde en dat blijkt een gouden half uurtje te zijn. Op de tweede stek langzaam gemurmel wat uiteindelijk in een oertraag, weglopende pen resulteert. Na de aanslag niks rustigs meer; een wilde schub laat me alle hoeken zien. Denk een veel grotere vis gehaakt te hebben. Twee stekken verderop weer een aanbeet voordat ik tijd heb te gaan zitten. Nu een spiegel die besluit door de aangroeiende lelies te rossen. Dat is wel zijn enige wapenfeit, hele andere manier van vechten dan de schub.

Als laatste snel nog even terug naar de hoek van de brasem. ook daar binnen de kortste keren een vlot wegzakkende pen in het ondertussen golvende wateroppervlak. Weer een lange dril, weer een schub.
Picture
Picture
Even tot rust komen. Dat kan goed op de voettocht naar het water waar het me eigenlijk om ging. Zeker twintig minuten wandelen over onverhard terrein. De wind is iets naar zuid geruimd en voelt warmer dan eerder in de middag. Ik loop op een smal stukje land met rechts en links water. Na een kilometer of twee lopen wordt het rechterdeel breder. Ik leg mijn spulletjes weg en maak een aantal voerplekken. Allemaal op plekken waar ik eerder al vis haakte. Sterker nog, er zijn hier geen plekken waar ik nog nooit vis haakte.
Na het voeren eet ik wat, check de lijn en begin met vissen.

De tweede stek is zo'n plek waar het altijd raak is. Ook nu weer. Na een minuut of tien flitst de pen weg. Ik denk aan een lijnzwemmer maar pen blijft weg dus toch maar slaan. Lange dril onder de top en een prachtige rijen op de kant.
Dat is me toch wat. Plekken die altijd leveren. In principe is het geen enorm opvallende plek. Gewoon de hoek van een schoeiing. Denkend aan voedsel of veiligheid zijn die beiden op het oog hier niet specifiek aanwezig? Wat het dan is? Ik kan niet anders dan in aannames denken om het te verklaren. Ik denk zelf dat het een plek is die twee belangrijke plekken met elkaar verbind. Een soort baken waar de vis vaak als herkenning om van A naar B te komen langskomt en waar hij dan als er wat ligt ook geneigd is om te eten. Of dat zo is? Geen idee maar het kan. Als ik deze plek langs andere "altijdvangplekken" leg dan is dat wel de overeenkomst. Door een versmalling, een bepaalde hoek, een obstakel moet die vis er wel langs om van A naar B te komen. Als het dan tussen twee delen (A en B) ligt die beiden wél interessant zijn gedacht vanuit die twee aspecten "voedsel" en "veiligheid" dan lijkt er een causaal verband.
Picture
Verderop ligt er nog zo'n stek en ja ook daar snel raak. Een klein spiegeltje. Later op de avond vind ik me op deze stek terug. Naast dat dit een altijd raak plek is zijn ook merendeel van de grotere vissen hiervandaan gekomen. Ik vermoed dat er nu ook weer eentje stiekem ligt te eten. Niet dat gretige van die jonge vissen maar met ruime tussenpozen walmende beweging op de pen. Ik weet meerdere lijners te negeren en als ik dan overtuigd ben dat het wel een aanbeet is voel ik al meteen dat het niet klopt. Vis gehaakt in de staart. Voelt zwaar, trekt traag weg naar de overkant en volgt dan de schoeiing, ik aan de andere kant met een tikkende slip wachtend op dat zwaard van Damocles wat zichtbaar boven mijn hoofd hangt. Duurt niet lang voordat het valt; poef, los.

De volgende ochtend, in een frisse polder met een stevige westenwind schud ik dat enige minpuntje van me af. Tussen Paasontbijt en brunch met de voerdoos op pad. Met deze wind kan ik op een breder stuk in de polder die ik op het oog heb prachtig tegen de overkant aan voeren. Een overkant waar altijd vis zwemt en rolt.
Daarna aan de brunch bij mijn schoonouders om twee uur later terug te keren.

Ik start op het tegenovergestelde van een altijd vangplek. Een nooit meer vangplek. Was eerder wel een altijd vangplek. Echt altijd raak. Tot twee jaar terug, ineens komt er geen vis meer op die plek? In ieder geval geen azende vis. Wel gek want die theorie van deel A en B gaat hier ook perfect op? Ik heb dat vaker meegemaakt. Stekken waar ik dacht met zekerheid een vinkje te kunnen zetten die ineens niet meer leveren? Als ik nu week in week uit op dezelfde plekken zat, in polders waar naast mij anderen dat ook doen dan kan ik me er iets bij voorstellen maar dit is echt niet het geval? Dat brengt mijn eerder theorie (die al op best wat aannames berust) ook wel aan het wankelen.

De tweede stek is één van de ver uit de kant stekken. Meter of vijftien staat de pen van me af. Het kleine struikje aan de overkant is het herkenningspunt. Dat pennen met veel lijn tussen top en pen vind ik een stuk lastiger. Je ziet minder goed of iets een aanbeet of een lijner is en met aanslaan heb je toch minder snel contact.
Al snel is er wat beweging maar ik twijfel of het aanbeet is. Gelukkig sla ik niet. Pen staat wel ruim een meter verderop. Inhalen en opnieuw inleggen. Minuut of vijf later zakt de pen heel even, komt omhoog en zeilt dan weg. Klassiek, dat is hem. Flinke haal en een meteen lopende slip. Daarna een hele lange worsteling met een vis die maar niet dichtbij wil komen. Lang denk ik dat hij vasl gehaakt is maar niets blijkt minder waar als de schub uiteindelijk op de kant ligt. Pfoeh, wat een mooie bolle bak; welkom Paascadeau!
Picture
Verderop, ook weer een plek waar ik nu al een keer of wat achtereen een vinkje kan zetten, komt er een kleinere schub uit.
Wat een weelde na die karige maartmaand. Omdat ik het wel prima vind zo laat ik het voor die dag erbij. Ook in de wetenschap dat ik tweede Paasdag weer op pad zal gaan.

Voor het mooie ben ik die dag wat te laat. Heb de dag wat door de vingers laten glijden. Zon staat hoog en water is zo goed als vlak. Veel vis zichtbaar maar dat zegt niets. In misschien wel de best bezette polder heb ik de zwaarste Paasvisdag. Ze komen niet op de stekken en bij het lengen van de dag schuiven ze steeds meer de ondiepe zijsloten in. Ik probeer het maar op de krapweg dertig centimeter water is het niet te doen.
Toch volhard ik, er is één stek waarvan ik een sterk gevoel heb dat er wel eentje uit gaat komen. Na twee keer weggeschrokken vis na lijnzwemmers zet ik kort voor het weggaan het pennetje nog een keertje neer. Duurt niet lang, nu een echte aanbeet. Hele wilde dril en daarna een hele wilde vis op de kant. Toch weer gelukt.

Na die schrale maartmaand voelt dit heel lekker. Helemaal in de wetenschap dat we één van de beste periodes tegemoet gaan. Brasem zit al richting de paai, karpers die ze volgen om zich eerst vol te eten aan brasemkuit en daarna zelf te paaien. Dat wordt weer zoeken naar de plekken net buiten het echte drukke feestgedruis van jagende brasems en daartussen zwemmende (paaigekke) karpers. Die grote volgen op afstand, daar waar het net iets rustiger is maar wel dichtbij genoeg om niets te hoeven missen.
Kijken of het net als vorig jaar lukt om een paar oude beren net voor het paaifeest te verrassen. Op naar meer.
Picture
0 Opmerkingen

Achtbaanrit

12/3/2026

0 Opmerkingen

 
​Hoe dat nu precies werkt, dat weet ik niet? Na de vorige blog gepost te hebben is er twee dagen later een lichtpuntje. Na eindeloze dagen met snijdend koude wind en een temperatuur die continue rond het vriespunt hangt even een opleving. Overdag schieten we zelfs net in de dubbele cijfers. Ergens heb ik het gevoel dat het wachten beloond gaat worden. Overdag op werk zie ik onder mijn raam twee meerkoeten materiaal voor een nest verzamelen. Als ik einde middag de deur achter me dichttrek is het niet eens heel warm. Wind wat gedraaid naar het westen en dat geeft een klein frisje. Toch is het verschil met de weken ervoor voelbaar. Een half uur later parkeer ik de auto in de polder. Ik ga niet moeilijk doen, pak twee plekken in verschillende polders waar het altijd wel kan en waardoor ik ergens het vinkje "zekerheidje" in mijn hoofd al heb gezet.
In de tweede polder kan ik met de westenwind perfect het dunne voer strak tegen de bomenrij aan de overkant aanvoeren. Geeft altijd extra vertrouwen als het exact land waar ik het wil hebben. Teruglopend tegen die westenwind in vind ik het best nog koud. Links van me zie ik meerkoeten in grote getalen samen in het weiland zitten. Groot contrast met dat nest-bouwende paartje van eerder die middag. Duidt ook meteen het verschil tussen stad en polder, scheelt zomaar een paar graden.

Thuis probeer ik rustig de dingen te doen die moeten. Even zitten, tafel dekken, samen eten. Daarna koffie maken en mijn spulletjes bij elkaar rapen. Omdat het buiten al donker is tuig ik mijn hengel thuis al op. Haakje maat 8, twee loodjes van 0,4 gram en een klein lichtpennetje wat met deze loodbezetting net zichtbaar is. Breekstaafje knak ik ook alvast. In de auto voel ik onrust en vooral onzekerheid. Het zal toch wel lukken vanavond? Ik weet dat de eerste tien minuten cruciaal gaan zijn. Als ik niet snel iets zie dan zal ik met de terugzakkende temperatuur maar weinig kans hebben.

Auto parkeren en ondanks dat onrustige gevoel in de penmodus. Alles expres een tempootje lager. Geen haast, rustig aan. Ik sluip naar het hoekje van het schapenlandje waar ik uit het zicht kan zitten. Vanaf daar kan ik schitterend in de luwte van wat bomen en struikjes vissen. Geheel toevallig ligt daar een voor deze polder 'diep' gat, van bijna zeventig centimeter. Ik schuif de hengeldelen in elkaar, controleer tegen de avondlucht of de lijn niet per ongeluk verkeerd zit. Daarna vis ik het bakje maïs uit mijn jaszak, kies drie mooie korrels en schuif ze op de haak. Met een soepele worp gooi ik de boel een meter of vijf over de plek waar twee en een half uur eerder het voer daalde. Top onder water en twee snelle slagen met de molen, daarna trek ik dat lichtpuntje rustig op de stek.

Na een minuut of tien wordt de pen wat weggedrukt maar voor mijn gevoel komt dat door de wind. Ik haal op en geef de pen iets meer ruimte door het stoppertje twee centimeter omhoog te schuiven, herhaal daarna het ritueel van inwerpen. Ik zak weg in mijn stoeltje en ben één met pen en water. Op gevoel diep ik de thermoskan op uit mijn tas en zonder de pen uit het oog te verliezen schenk ik in. Tijdens het schenken een duidelijke lijnzwemmer. Ik sta meteen op scherp.
Koffiemok in de linkerhand waardoor de rechterhand vrij is en wachten wat gaat komen. Duurt lang. Pas als ik aan mijn tweede bakkie ben begonnen wordt het lichtpennetje even kleiner. Zakt wat weg, komt terug, gaat plat om daarna rustig naar rechts weg te glijden. Ik zet mijn koffie weg, pak de hengel en geef een tik. Ik sla vast op iets massiefs wat niks doet. Ik zit eraan vast en voel dat ik het heel langzaam naar de kant kan trekken. Na een meter of wat stribbelt de vis wat tegen, heel even tikt de slip. Wat is dit? Valsgehaakte vis? Ik pak het net en leg het voor me in het water. Pas als de vis in mijn buurt is een soort worsteling maar eigenlijk ligt hij er heel snel in. Als ik het net op de kant til weet ik niet wat ik zie, wat een klapper. Diep onder de indruk en vol van een gevoel wat ik moeilijk kan omschrijven doorloop ik de rituelen. Terwijl ik dit doe komt er twee keer een vis van de stek omhoog; ze zijn los.
Picture
Wat te doen? Door naar de bomenrij in de tweede polder of nog even hier? Als die vissen nog rollen liggen ze er nog? Kies er toch voor om dunnetjes na te voeren en naar de tweede polder door te gaan. In die polder ligt het voer nu ruim drie uur. Ik ben bang dat als ik hier doorga eventuele azende vis op de andere plek te weinig voer heeft liggen en al vetrokken is voordat ik er ben. Hier liggen ze nog en met het verse strooisel blijven ze ook nog wel even liggen.
Wandelen langs de dijk, tocht van net geen tien minuten, déjà vu met de middag, alleen nu in het donker. In de verte tekent de bomenrij al af. Laatste stukje in slow motion, wil niets laten schrikken. Hengel weer in elkaar zetten, check op de lijn, maïskorrels op de haak en inleggen. Er is een gaatje tussen twee overhangende takken, kort swiepertje en lichtpennetje komt er keurig tussen terecht. Weer twee snelle slagen met de molen terwijl ik de top onder water hou. Lijn is nu onder water. Ik ga rustig op mijn mat zitten. Perfect staat het pennetje, halve centimeter licht priemt uit het zwarte water.
Ik voel een ondefinieerbare spanning. Ik zit misschien een minuut of twee en dan zakt dat halve centimetertje licht weg. Het is helemaal donker. Ik wacht heel even maar de pen komt niet terug. Ik sla aan maar moet ver doorhalen om contact te maken, vis is naar me toegezwommen. Even denk ik dat het klusje weer snel geklaard is maar na een paar tamme rondjes wordt deze vis wakker. Met lome slagen trekt hij keer op keer lijn van de slip, komt dan weer terug en zwemt opnieuw weg. Ik voel dat dit hem met gemak afgaat, zegt me iets over het gewicht dat hij erachter kan zetten. Ik trek de vis ook niet zomaar uit balans. "Rustig aan maar, niet forceren", prevel ik tegen mijzelf. Na een minuut of tien touwtrekken kan ik hem het net intrekken. Weer goud op de kant.
Picture
Ik weet van gekkigheid niet wat te doen. Zit nog even na bij de bomenrij maar besluit daarna te stoppen. Ondanks de rollende vis op de nagevoerde stek. Je moet weten wanneer het mooi is en vandaag is meer dan mooi genoeg.
Als ik dan nu teruglees wat ik in de vorige blog tikte en me besef dat dit twee dagen later was dan voelt het alsof ik het ergens heb voorspeld, een voorgevoel heb gehad wat er ging komen. Dat is niet zo maar toch is het meer dan toeval dat al die puzzelstukjes in elkaar vielen. Laatste puzzelstukje leg ik thuis op de bank. Die tweede vis kwam me wel heel bekend voor en na kort zoeken heb ik hem gevonden. Mei 2017 had ik hem, toen een verse uitgezette vis. Gaaf om in zo'n uitgestrekte polder na al die jaren zo'n juweel opnieuw te zien.
Picture
We zitten dan ongeveer half februari en met dat warmere weer kan ik het voorjaar bijna ruiken, je voelt het als het ware aankomen. Vooral het wijzigen van de toch lange tijd dominante oostenwind naar de zuidwest hoek geeft veel vertrouwen. Na een kletsnatte nacht loop ik een ruime week later weer eens in een polderdomein rond. Een echte zuidwest dag met warme lucht maar met het nog ijskoude water denk ik dat de vis niet ver van de winterplekken vandaan zal liggen. Ik kies er twee waarvan ik met deze wind, gecombineerd met eventuele bemaling er vrij zeker ben dat ze met de koppen de goeie kant op liggen. Eens te meer is voorvoeren het devies. 
En dan altijd die lichte tinteling als ik met de hengel start. Zouden ze er liggen? Ook nu weet ik dat er snel beweging zichtbaar moet zijn. Als ze azen dan zie je het eigenlijk altijd meteen wel. Op de eerste plek blijft het wonderwel stil. ik kan me niet voorstellen dat ze niet in de buurt zijn. Wacht wat langer dan die tien minuten, besluit na een half uur wat bij te voeren en door te stappen. De tweede polder heb ik aangevoerd voordat ik in de eerste ging vissen. Met het heen en weren en vissen ligt het voer er al wel weer een tijdje in.
Ook hier geen beweging in de eerste tien minuten. Toch maar even afwachten en totaal uit het niets komt die pen even omhoog om dan weg te schuiven. Korte wilde dril en een klein schubje op de kant. Zoveelste bewijsje dat naast wat uitzet de vis ook zelf voor voorplanting zorgt in dit systeem.
Picture
Ik voer snel een handje bij en vis door. Het gaat nu een stuk sneller, binnen tien minuten een compleet identieke aanbeet. Sterkere vis, zwemt weg van me. Uit het niets gaat de lijn door, ik zit er overdondert en beteuterd naar te kijken. Wat een gek moment? Controleer de lijn en voel geen beschadiging, draad is echt schoon doorgegaan, vermoedelijk op een loodje?
Ik tuig weer op, voel dat de vis los is en wil terug naar die eerste polder. Die polder is een verhaal apart. Van alle plekken waar ik kom is het de plek waar ik het langste vis. Sterftes, verlanding, wijzigende waterkwaliteit, baggerwerkzaamheden. Alles is langsgekomen. Het aantal bijzondere vissen door formaat, historie of uiterlijk is groot. Nog groter omdat het een polder is die ik met Hans deel. We vinden de vis er over grote delen van het jaar moeilijk en toch komen er ieder jaar weer nieuwe verassingen uit. Het is een plek waar die tinteling net iets meer aanzet als ik erheen loop.
Ik ervaar dat nu ook weer. Die smalle sloot die richting een duiker steeds breder wordt, net voor die duiker een kruisende sloot ontmoet. Water wordt met de wind die kant uitgeduwd, er staat een flinke golfslag. Verderop zie ik de wieken van de molen draaien, bemaling is ook actief. 
Met enige spanning schuif ik een paar maïskorrels op de vers aangeknoopte haak. Met een soepele worp gaat de boel het water in. Aas ligt op het talud net boven de sterkste stroomnaad die de bemaling veroorzaakt. Hier lummelen ze het talud op om eten te zoeken. Het verval is er groot, een perfecte vroege voorjaarsplek. Ik heb geen eens tijd te gaan zitten. Pen krijgt een tik en zeilt dan keurig weg van dat talud. Met een rustige haal wil ik de haak zetten maar tot mijn verbazing ontmoet ik geen weerstand. Toch een lijner? Dan zie ik dat er geen pen meer op de lijn zit? Hè, heb ik de lijn doormidden geslagen? Hoe dat dan, heb net opnieuw opgetuigd en geen enkele weerstand gevoeld. Ik zak door de grond, weet niet wat me overkomt? Grabbel naar mijn telefoon en bel Hans, moet mijn verhaal kwijt. Hij snapt dat, van alle plekken is dit de enige waar je echt niks wil missen.
Driftig trek ik een meter of tien lijn van de spoel en tuig weer op. Niet veel later staat de derde pen van de dag op de golfslag te wiegen. Weer snel een tik en dat wegglijden van het talud. Ik durf bijna niet te slaan, met een laffe beweging tik ik vast. Daarna een dril overmant van angst; echt druk durf ik niet te zetten. Vis maakt er gebruik van en laat me alle hoeken van het water zien. Als hij in het net ligt voel ik me alsof ik een achtbaanrit achter de rug heb. En ondanks deze goede afloop knaagt er een gevoel over een gemiste kans op een wellicht nog meer bijzondere vis.
Picture
Het zijn visbeurten die dagenlang door mijn hoofd blijven malen. Die breuken daar kan ik met mijn kop niet bij. Als ik zie wat voor vissen ik afgelopen maanden, zonder enige moeite heb gevangen dan voelt het heel raar dat die lijn twee keer achter elkaar zonder verklaarbare reden door de midden gaat? Ik weet dat ik er geen invloed op heb en het zeker niet meer zal veranderen maar het knaagt, het knaagt enorm.

Wat ook knaagt, maar dan positief, is het voorjaarsgevoel. Ik wordt wakker van vogelgeluiden en voel iedere dag meer prikjes lente. Ieder jaar opnieuw overvalt het me hoe begin maart het om gaat. Ja het kan nog koud zijn maar het voelt anders. In de tuin is er ineens iedere dag vooruitgang. De sneeuwklokjes zijn er plots, hyacinten en tulpen schieten omhoog. In de weilanden liggen verse molshopen en iedere visbeurt is er wel een eerste keer van iets te noteren. De eerste hommels, de eerste wulpen, de eerst karper in de kant en ga zo maar door.
Kijkend naar voorgaande jaren heb ik de puur opportunistische manier van pennen steeds eerder in het jaar weer opgepikt. Langzamerhand ben ik daar wel op een punt aangeland dat ik het eigenlijk niet veel verder naar voren kan halen. Ik merk dat op zo'n heerlijke lente-achtige dag. Twee watersystemen bij elkaar in de buurt. Ondanks een hele dag vissen schraap ik met moeite een spiegeltje en een zeelt bij elkaar. Beiden van het ondiepste systeem. Op het diepere systeem was ik overduidelijk een week of wat te vroeg; zelfs de brasem was nog niet gearriveerd.
De keuze voor twee systemen is dan een hele bewuste. Op dat ondiepe systeem weet ik zeker dat ze er al zijn, op dat grotere en dieper systeem weet ik dat niet zeker. Een plek om de vangstdrang te stillen en een plek om weer wat meer van die troebele materie die vissen heet te ontrafelen.

Zo probeer ik ook altijd bewust een nieuw water toe te voegen aan de vroege voorjaarsvisserij. Dit jaar doe ik dat met een wetering waar ik normaal gesproken eigenlijk niet voor eind april kom. In één van de laatste blogs van 2025 vertelde ik wat over dit water. Het is een kilometer of twee lang en de laatste jaren richtte ik me op wat ik het linkse deel noem. Eind oktober ging ik weer een keer naar het rechterdeel en met de overhangende struiken, hoge rietkragen en toegenomen diepte door baggeren leek het mee een perfecte vroege voorjaar plek. Zon kan er goed bij, wind een stuk minder.

Maart is net begonnen en ik plan er een avondje. Tijdens het voeren is het nog warm. Als ik twee uur later terug ben is de wind gedraaid naar het noord-oosten en aangetrokken. Een grote, bleke maan  geeft een enorme bak licht.
Op veel stekken activiteit maar uiteindelijk maar één stek die wat oplevert. Een leuke spiegel.
Picture
Gisteravond ging ik er voor de tweede keer heen. Weer dat voorvoerritueel. Ook daarin steeds verplaatsen en ontdekken. Een plek die aantrekkelijk leek maar nu twee keer geen stootje gaf wissel ik dan in voor een nieuwe plek. Plekken die eerder vis opleverden pak ik sowieso mee.
Als ik naar de eerste stek loop voel ik dat het een hele andere avond is dan de week ervoor. Een zachte zuidwester strijkt over het water. Het is bewolkt en daardoor een stuk donkerder.
Ik zak neer op de eerste plek. Zit net als ik rechts van me twee grote vogels aan zie komen glijden. Zonder geluid te maken zetten ze zich in de kale boomtoppen van de bomenrij die mijn stek vormen. Niet veel later klinkt er een zacht "pvieuwww, pvieuwww" en weet ik zeker dat het een paartje ransuilen is. "Avonden met uilen zijn altijd goed", fluister ik tegen mijzelf.
Op de tweede stek lijkt dat zo te zijn. ik sla vast op wat een zware vis lijkt te zijn maar een valsgehaakte brasem lijkt. omdat ik hem zijwaarts naar me toe moet trekken lijkt het echt een bak. Ik kan er om lachen. De stek erna lijnzwemmer na lijnzwemmer en na lang wachten een boos, bonkende zeelt.
"Nu dan een karper" fluister ik, terwijl ik voorzichtig over de oude kade loop. Links de geknotte wilgen, rechts het hoge vergeelde riet. Daarachter het zwarte water.
Pen staat een half metertje voor een diep over het water heen hangende struik. Daarachter de ingang naar een zijsloot waar meer overhangende struiken staan. Vroeger was dit altijd een goede sloot. Ook iets om op te letten, er zijn zijsloten die in trek zijn en zijsloten die (blijkbaar) niet interessant zijn. Vaak zijn er vaste trekroutes van de vis via de hoofdsloot van zijsloot naar zijsloot. Als je door te observeren die plekken weet te vinden zit je op goud.
Blijkt nu ook maar weer eens. Binnen de kortste keren hupt die pen steeds dichter naar de struik toe om dan te verdwijnen. Stevige dril en een schub op de kant. Een vis die in deze polder is geboren en getogen; heel gaaf.
Picture
En zo rol ik door de eerste weken van maart heen. Waar ik een maand geleden zat te wachten op het doorbreken van het koude weer nemen nu de hoeveelheid plannen en ideetjes maar weer eens onuitvoerbare proporties aan. Dat blijft het moeilijke. Je wacht er voor je gevoel zolang op en als het er dan is, is het ook zomaar weer voorbij. Komende weken maar hopen op een beetje gemiddelde temperaturen, niet dat hele warme, dan blijft die vis goed aan en liggen de kansen voor de penvisser voor het oprapen. of het zo gaat zijn? Tijd zal het leren.
0 Opmerkingen

En dus wacht ik af

10/2/2026

1 Opmerking

 
Als ik terugloop naar de auto weet ik wat ik wist toen ik er een uur of vijf eerder parkeerde. Het wordt niets, werd, het was niets. Alle stekken doodstil en dat in een polder die een enorme berg vis bevat en waar meerdere echte winterplekken zijn. Zelfs lijnzwemmers zaten er niet in. Wel meerdere sneeuwbuien met een koude wind. Daarna vaak stralend blauw en de warmte van een winterzonnetje. Ik hield het nog aardig vol op die manier maar in alles voelde het als een stroeve start van het nieuwe jaar.

De weken erna sneeuw en ijs en een daardoor voor mij  (te) vlot voorbijtrekkende januarimaand qua vismogelijkheden. Na dat eerste momentje ruim twee weken niet kunnen pennen. Nu terugkijkend in mijn logboek een visgat van jewelste. Tijdens zo'n visloze periode merk ik pas echt in welke mate deze "hobby" beslag op me legt. Hoe ik het ook wend of keer, iedere dag ben ik ermee bezig; Weersverwachting bekijken; tussen alle andere drukke bezigheden gaatjes zoeken voor voermomenten; materiaal bijhouden; zorgen dat er voldoende voer op voorraad is en bovenal dromen van nieuwe avontuurtjes. Penvissen, ik sta ermee op en ga ermee naar bed.

Ik plan mijn week zorgvuldig om de vismomenten heen, wring me altijd in allerlei bochten om in ieder geval met een hengeltje op pad te kunnen gaan. Erg? Op zich niet maar wel goed om te realiseren dat ik wat dat aangaat in een enorm luxe positie verkeer, een besef wat tijdens zo'n schrale visperiode dan ineens even indaalt.

Dat ijs hield het verrekte lang vol. Als dan halverwege januari de wind draait en er zowaar een aantal dagen geen vorst is, sterker nog verre van dat, dan pak ik mijn kans. Ik heb geduldig afgewacht en nu sla ik toe. Maak een rit langs vier verschillende polders en voer verschillende stekken aan. Heel weinig voer, als ze al eten zal het niet veel zijn. Met de lange termijn vooruitzichten in mijn achterhoofd voelt het alsof deze visbeurt wellicht mijn enige kans op een januarivis gaat zijn.

De eerste twee polders leveren het beeld op waar ik het jaar mee startte, geen enkele beweging op de pen. De derde polder daar heb ik mijn geld op gezet, daar moet die eerste januarivis vandaan komen. Een hoek, water wat van west en zuid aankomt. Een hoge rietkraag en wat bomen geven "bescherming" tegen noord- en oostenwind. Net voor dat riet wat meer diepte en een zon die er de hele dag op staat te schijnen. Dat kan niet missen toch? Al snel de eerste beweging en na lang talmen een aanbeet. Of toch niet want mis? Duurt weer een periode maar dan toch die pen weer weg maar weer mis. Daarna niets meer. Ik voer wat bij en leg me eigenlijk al neer bij de gedachte dat ik mijn kans heb gemist. Niet zomaar een kans, mijn januarikans.

Wel nog een polder te gaan maar dat is toch een beetje een "lucky shot". De andere stekken hadden een meer "winterstek" uitstraling. Op dit water weinig tot geen aanknopingspunten voor winterplekken maar wel altijd een beetje stroming en dus de gedachte dat de vis moet bewegen. Op het diepste deel heb ik gewoon halverwege het water drie stekken gelegd. In mijn hoofd een logische keuze. Die vis zal altijd een beetje tegen de stroom in bewegen en die tien centimeter extra water is in de winterperiode aantrekkelijk.
​
Ik zit heerlijk, zon is echt overdadig warm. Zachte golfjes uit het zuidwesten en watervogels die meteen in standje "aan" gaan. Op de tweede plek wordt dan ook ineens dat pennetje zomaar weggegrist van het oppervlak. Ik wacht even, wil niet weer misslaan maar hij is echt weg. Vastslaan en weten dat de eerste van 2026 eraan hangt. Vis is wakker, geeft dusdanig strijd dat ik hem met klamme handjes pas na een minuut of tien het net in stuur. Niet alleen omdat het de eerste is maar ook qua uiterlijk maar weer is een prachtbeest. Iets verderop vang ik ook nog een flinke zeelt. Fluitend terug naar huis.
Picture
Zo'n succes geeft me even wat rust. Rust omdat het in ieder geval weer gelukt is in een opvolgende maand een karper te vangen en ik daarmee voortborduur op waar 2025 stopte. Ook rust omdat het niet een vis was die vanuit een "eenvoudige" keuze eruit kwam. Moest ervoor werken en kreeg er loon naar. Dan wel die vraag; heb ik het goed bedacht of mazzel gehad? Het blijft moeilijk om die vraag te beantwoorden. Ik weet dat mijn input (voeren op die plek), voor de juiste output (een karper) heeft gezorgd maar tussen die in- en output zitten zoveel mechanismes die het werkende scharnier zijn tussen die in- en output dat ik nooit met zekerheid zal zeggen; zie je, ik had gelijk. Vooral ook omdat op een overgroot deel van die mechanismes ik geen enkele invloed heb. Ik weet niet hoe dat voor jullie is maar mensen die met zekerheid praten en in- en output op die manier aan elkaar knopen, missen wat mij betreft de essentie van het geheel.

Zo zie ik twee dagen later maar weer eens dat die in- en output zich zomaar anders tot elkaar kunnen verhouden, ondanks dat ik ook nu absoluut heb nagedacht over mijn aanpak. Wijkwater met veel vis, plekken spreiden en vooral richten op de plekken die iets van een "winterzone" in zich hebben. Nu doen hoeveelheden vis er in de koudere maanden niet altijd toe. Als ze "uit" staan dan kun je wachten tot je een ons weegt; dan wordt het niks. Dat blijkt diezelfde middag maar weer eens. Stek na stek geen stootje en als ik dan net voor de schemering het pennetje nog een keer neerzet zit ik toch verbaasd te kijken dat er beweging op komt. Klein tikje en dan een rustig wegwaggelende pen. Vis doet weinig, kou zit er echt in. Een echte geluksvis want als de in- en output echt op elkaar hadden ingewerkt had ik op zeker meerdere vissen gevangen.
Picture
Na die vangst weer een periode met bittere kou. Echt van dat brrrr weer. Nare wind die overal doorheen snijdt en een vrij constante, lage temperatuur. Waar ik normaal gesproken merk dat tijdens onderbrekingen van koude de vis vrij snel weer loskomt is dat nu echt anders. Eigenlijk alleen een avond in het Goudse waarop het ineens even vanzelf lijkt te gaan. Vier karpers waarvan drie van één en dezelfde plek. Wel allemaal verse vissen en daarmee geeft het niet zo'n voldaan gevoel als de eerste vis van het jaar.

Met die koude rollen we februari in. Sterker nog, we zitten alweer bijna halverwege die korte maand. Om verschillende redenen lukte het maar één keer om op pad te gaan. Dat was tijdens een opleving van het weer. Ik loop een hele dag van stek naar stek, vis geduldig maar krijg nergens sjoege. In de wetenschap dat een krappe tien kilometer verderop Hans hetzelfde meemaakt durf ik wel te constateren dat de vis weer of nog steeds uit staat. Gek fenomeen eigenlijk. Je weet dat ze er liggen (dat klinkt misschien te zelfverzekerd maar met alle opgedaan kennis durf ik dat van bepaalde stekken echt wel met zekerheid te zeggen) maar dat is dan ook het enige wat ze doen; liggen.

Eind december een zonnige dag. Lekker vissen dus. Ook toen stekken met een aan zekerheid grenzend vertrouwen dat ze er liggen maar geen stootje krijgen. Bij één van de stekken staat een huis met een vijver in de voortuin. Zwemmen wat goudwindes in. Vanaf voeren tot laatste rondje liggen die op dezelfde plek. Misschien hebben ze tussendoor bewogen maar ik gok van niet.

Lijkt me best moeilijk, zolang stilliggen maar vissen kunnen dat. Kan me niet heugen zoveel van die stille dagen te hebben meegemaakt en dat zegt vooral iets over de winters van afgelopen jaren. Dat waren eigenlijk geen winters. Dit jaar wijkt daarvan af en ja dan is er een reactie onder water. Vooral die grote hoeveelheden sneeuw zijn daar voor mijn gevoel debet aan. Dat water koelt daar enorm van af. Naar die watertemperatuur kijkend gok ik dat de karpers van de afgelopen periode misschien wel de koudste zijn die ik ooit heb gevangen.
Dat was ook te merken in hoe de aanbeten verliepen en hoe eenvoudig ik ze (letterlijk) kon binnenhalen.
Picture
Even een jaar terug, 16 februari 2025 typte ik vanuit mijn nieuwe woning de eerste blog van 2025. Onder andere toen een stukje over de goudwindes in de vijver en hoe die op sommige dagen wel, of juist niet rondzwemmen. 
We zijn een jaar verder en die rakkers zwemmen nog lekker rond. Hoewel, afgelopen weken lagen ze vaak roerloos een beetje bij elkaar te liggen. Weinig tot geen beweging te zien. Hetzelfde als in die vijver die ik eerder in deze blog beschreef.
Vorige week werd dat doorbroken. Er werd weer een beetje rondgedobberd en afgelopen weekend veranderde dat in echt zwemmen en rondneuzen.

Een weekend wat er ineens uitsprong, ik had het al aan zien komen en mijn zinnen gezet om een februarivis te bemachtigen. Bemerkte enige frustratie van de afgelopen periode waarin ik vooral in mijn hoofd bezig was met vissen maar er gaan momenten waren om echt op pad te gaan. Te koud, andere dingen te doen, het kwam er gewoon even niet van.

Die altijd aanwezige drang moet er wel met een bepaalde regelmaat uit, anders wordt ik nukkig. Verjaardag van mijn dochter is wel een complicerende factor. Boodschappen doen, taart bakken, eten voorbereiden. Toch, met een goede planning moet er wat mogelijk zijn. Niet dus. Iedere keer moet ik uitstellen. Plan was zaterdagavond, dat werd zondagochtend en dat verschoof naar maandagavond. Nu is het dinsdag en voel ik in mijn hele lijf dat ik al veel te lang niet heb gevist. Wat doe je eraan? Ik had echt wel kunnen gaan gisteravond maar midden in zo'n werkweek voel ik me dan al snel beperkt in de tijd. Kan ik slecht tegen en dus stel ik uit. Wil voorkomen dat ik gefrustreerder terug kom dan dat ik erheen ging. Stukje zelfkennis door de jaren opgedaan...

En dus stel ik uit in de wetenschap dat dat februarimoment echt wel gaat komen. En dus wacht ik af, wacht ik af op wat komen gaat en weet ik dat als we al bijna halverwege februari zijn de thormaand daar bijna al weer is en vanaf dat moment hoe dan ook alles in de "up" gaat. Kleine zekerheidjes om aan vast te houden en om natuurlijk alvast bij weg te dromen, want als ik niet kan gaan, kan ik altijd nog denken aan.
1 Opmerking
<<Vorige

    Ik ben...

    ...Andries Hoekstra. Trotse vader van twee kinderen en getrouwd met een fan-tastische vrouw. Vanaf mijn 16e vis ik gericht op karper, ondertussen alweer 26 jaar. Vissen gebeurt tussen het familieleven door en daarom vaak 's ochtends vroeg, 's avonds laat of 's nachts.

    Andere blog's:

    Categorieën

    Alles
    Cultuurwater
    Even Bijpraten
    Het Knusse Poldertje
    In De Polder
    In De Stad
    In Het Donker
    In Het Licht
    Koude Karper
    Langs De Kade
    Memory Monday
    Met Michael
    Naast De Brugpijlers
    Op De Dijk
    Op De Ringdijk
    Penvisdag
    Plan
    Schelpenpad
    Stiekem
    Thuisblijven Verstandiger?
    Tussen De Kassen
    Uit De Oude Doos
    Zon Op Zien Komen

    Archieven

    Juli 2026
    Mei 2026
    April 2026
    Maart 2026
    Februari 2026
    December 2025
    Oktober 2025
    September 2025
    Augustus 2025
    Juni 2025
    Mei 2025
    April 2025
    Maart 2025
    Februari 2025
    December 2024
    September 2024
    Juli 2024
    Juni 2024
    Mei 2024
    April 2024
    Maart 2024
    Februari 2024
    December 2023
    November 2023
    Oktober 2023
    September 2023
    Juli 2023
    Juni 2023
    Mei 2023
    April 2023
    Maart 2023
    Februari 2023
    December 2022
    Oktober 2022
    Augustus 2022
    Juli 2022
    Juni 2022
    Mei 2022
    Maart 2022
    December 2021
    November 2021
    Oktober 2021
    September 2021
    Juli 2021
    Juni 2021
    April 2021
    Maart 2021
    Februari 2021
    December 2020
    November 2020
    Juni 2020
    Mei 2020
    April 2020
    Maart 2020
    Februari 2020
    Januari 2020
    December 2019
    Oktober 2019
    Mei 2019
    April 2019
    Maart 2019
    Februari 2019
    November 2018
    September 2018
    Augustus 2018
    Juni 2018
    Mei 2018
    April 2018
    Maart 2018
    November 2017
    September 2017
    Juli 2017
    Juni 2017
    Mei 2017
    Maart 2017
    Februari 2017
    December 2016
    Oktober 2016
    September 2016
    Augustus 2016
    Juli 2016
    Juni 2016
    Mei 2016
    April 2016
    Februari 2016
    December 2015
    Oktober 2015
    September 2015
    Juli 2015
    Juni 2015
    Mei 2015
    April 2015
    Maart 2015
    December 2014
    Oktober 2014
    September 2014
    Augustus 2014
    Juli 2014
    Juni 2014
    Mei 2014
    Maart 2014
    November 2013
    Oktober 2013
    Augustus 2013
    Juli 2013
    Mei 2013
    April 2013
    Maart 2013
    Januari 2013
    December 2012
    September 2012
    Juni 2012
    Mei 2012
    April 2012
    Januari 2012
    December 2011
    Juni 2011
    April 2011
    Februari 2011
    Oktober 2010
    September 2010
    Augustus 2010
    Juli 2010
    Juni 2010
    Mei 2010
    April 2010
    November 2009
    Augustus 2009
    Juli 2009
    Juni 2009
    Mei 2009
    April 2009
    December 2008
    Oktober 2008
    Augustus 2008
    Juli 2008
    Mei 2008
    April 2008

    Contact: [email protected]

    RSS-feed

Powered by Create your own unique website with customizable templates.