Penvissen op Karper
  • Home
  • Blog
  • Materiaal
  • Karpervissen in de polder
    • Hoe te beginnen?
    • Karper gevonden wat nu?
    • Een pennetje plaatsen
    • Hangen! Karper aan de lijn
    • Cirkel van invloed, cirkel van betrekking
  • Home
  • Blog
  • Materiaal
  • Karpervissen in de polder
    • Hoe te beginnen?
    • Karper gevonden wat nu?
    • Een pennetje plaatsen
    • Hangen! Karper aan de lijn
    • Cirkel van invloed, cirkel van betrekking

Penverhalen uit de polder

Kantelpunt

1/12/2025

0 Opmerkingen

 
Wat een weldadige zon. In de luwte naast het beton van een lage brug zit ik lekker te gloeien. Een eerste echte wintersessie. Watertemperatuur onder de tien graden maar vandaag met de overuren van de zon en geen wind heb ik er wel hoop in. Tegenover rommelt een winterkoninkje onafgebroken in de uit de kluiten gegroeide struik. Hupt heen en weer, soms het water aantikkend. Komt naar me toe gevlogen en land op de punt van de hengel. Kopje gaat langzaam heen en weer terwijl dat straatje maar ongeduldig op en neer blijft huppen. Vliegt onder de brug maar keert snel terug.
Het is de enige actie die de hengel die dag ziet. Zelfs op een plek waar altijd wel wat te vangen valt staat dat oranje onbeweeglijk te figureren. Niet heel gek. Dagen natte kou, wat nachtvorst na een periode van tamelijk milde temperaturen. Dan gaat onder water de boel vaak even op stil.

Op die altijd vang plek was ik een week of wat ervoor ook. Hans en ik willen beide wat makkelijks op een ook zo zonnige zondagochtend. Na een frisse nacht komt nu de vis wel snel op gang en trekken we beiden met regelmaat onze hengel krom.
Picture
Halverwege afgelopen week ben ik op een locatie die in een park ligt. Het is een gebouwtje waar door verschillende gebruikers op verschillende manieren gebruik van wordt gemaakt. Veel van de gebruikers hebben te doen met de natuur. Naast het raam waar ik door kijk is een voederplank waar een omgekeerde kooi op staat. Zo kunnen de kleine vogeltjes bij het voer zonder dat de grotere ze komen lastigvallen.
Ik observeer. Kool- en pimpelmezen zijn frequente bezoekers, een enkele heggemus wringt zich er ook tussen. Wat opvalt is dat als er een vogeltje in de kooi is de anderen op de rand wachten, als dan die in de kooi eruit gaat, gaat de volgende erin. Soms zijn er even twee vogeltjes in de kooi, eentje delft dan het onderspit en verdwijnt. Mooi om dat zo te zien gebeuren. Het hoe en waarom ontgaat me, het gaat me meer om hoe visueel dit allemaal is.
Dat is en blijft toch het lastige van dat vissen; je ziet ze niet. En ja, ik weet van onderwatercamera's maar ik ben ook een beetje een conservatieve romanticus; sommige dingen die uit het zicht zijn moeten uit het zicht blijven wat mij betreft. Dat geeft toch het lekkerste lulvoer, als je het niet helemaal zeker weet.
Waar ik naar toe wil: tijdens die sessie hierboven op één van de topstekken direct na voeren springende vis. Later jagende aalscholvers en daarna dus geen aanbeet op een tot nu toe 100% raak plek. Wat ik zie verbind ik aan elkaar; die vis is weggegaan omdat die aalscholver heeft gejaagd. Of het zo is weet ik niet zeker. En dat blijf ik zo bijzonder vinden, hoeveel vissers in bladen en video's dingen als zekerheid weten te verkopen. Ik ben die zekerheid zelf ver voorbij, eerder in een fase beland dat de enige zekerheid is, dat het altijd onzeker is en dat het me in de afgelopen periode wonderwel vaak lukt om in die onzekerheid met enige regelmaat te vangen wat ik daardoor bijna als zekerheid ben gaan zien.

Als ik dit typ zijn we het kantelpunt om de najaarsvisserij om te dopen in wintervisserij alweer even voorbij. Metrologisch is de winter nog niet begonnen maar als die watertemperatuur onder de tien graden zakt dan weet ik dat de activiteit op een laag pitje gaat. Ik voorvoelde het al tijdens eerdere sessies omdat het azen van hop en weg omsloeg naar traag en doordacht. Zal het lukken om in die onzekerheid van zo'n kanteling de zekerheid te behouden?

Net voor die omslag naar het koudere weer is er een opleving van warmte. We breken nog maar is een record. Als ik op zo'n recorddag in het allerlaatste streepje licht de auto parkeer vind ik het helemaal niet zo warm. Er hangt een vochtige koelte die door de bomenrij langs de kade wordt vastgehouden. Ik wandel over de oude kade. Rechts de bomenrij en het slootje, links de wetering. Veel hoog riet maar ik weet dat er verderop altijd een aantal open stukken zijn. Ik hoop wel dat dit nog klopt, het is al zeker een jaar of vijf geleden dat ik hier kwam. Richtte me de afgelopen jaren op het andere deel en nu ik hier loop weet ik dat ik wat heb gemist. Overhangende bomen, zijslootjes omgeven door struiken, inlaten naar plassen water. Op krap vijfhonderd meter maak ik acht stekken die ik allemaal durf aan te wijzen als "top-penplekken" maar of ik dat kan onderbouwen met zekerheden? Nee, het is een gevoel en iets wat ik denk te zien. Op de terugweg spookachtig licht van de maan, wat zal het worden vanavond?
Picture
Bij de auto pak ik mijn stoeltje en tas. Ik zit rustig terwijl ik eet en denk terug aan de week ervoor. Samen met Hans rond dezelfde tijd eten onder de eeuwig treurende wilg. Daarna het schelpenpad op. Een avond die traag vorm krijgt. Terug bij de wilg om te vissen twee keer karper die bovenop mijn pen rolt. Hans vloekend links van me omdat die wilg toch wel erg laag over het water hangt.

Na het rollen geen sjoege meer? Handje erbij en maar weer geduldig een rondje maken. Bij terugkomst duurt het maar even voordat de lichtpen wegzakt. Hele rare dril en weer een kleine schubbenrakker op de kant. Precies op het kantelpunt van de sessie, Hans gaat ervandoor want morgen weer vroeg eruit. ik hang nog een behoorlijke tijd rond maar krijg geen tweede kans.

Picture
Deze avond voelt hetzelfde als die van vorige week. Alles lijkt traag te gaan. Bijna windstil, weinig bewolking en daarmee in toenemende mate opkomend vocht. Ik sluip van stek naar stek. Stiekem in het donker, niemand die me ziet. Sommige bomen proberen me te tackelen en één keer stap ik in een gat van vermoedelijk een muskusrat maar hou wonderwel mijn evenwicht. Een uil vliegt doodstil een paar keer kort over de droge riettoppen, op zoek naar wat lekkers. Dat lekkers hoor ik bij iedere stek door hoog gras en riet ritselen.
Vier keer zakt die avond de pen weg in het met damp omgeven water. Alle vier de keren zo traag dat ik alleen aan brasem kan denken. Twee keer blijkt het karper, hoewel ze zich qua dril aan die platte soort lijken aan te passen. Als ik ermee poseer snap ik wel waarom; ondanks dat record is die watertemperatuur al goed gezakt. We zijn dus blijkbaar het punt voorbij dat dat oertrage niet alleen maar brasem voorspelt.
Mooie vissen, zwemmen nu een jaar in dit immense systeem, groeien schitterend door.
Picture
Picture
Nu terugkijkend was dat de laatste nachtsessie voor de kanteling. Zoals de vaste lezer weet vis ik in principe de hele winter met de pen door in de avonden en nachten maar zoals nu acht stekken op zeer variërende waterdieptes zal waarschijnlijk pas richting maart weer het geval gaan zijn.
Was er maar weer wat blij mee want het vissen op die oude wetering was tot dan toe qua resultaat tegengevallen. Meerdere sessies leverden één minispiegeltje op. Dat was wel op het andere deel. Nu ik hier weer ben geweest vormen er alweer allerlei plannetjes voor volgend jaar in mijn gedachten.
En zo komt het voor dat ik een maand geleden nog uitzag naar die wintervisserij, ik nu eigenlijk alweer daaroverheen aan het kijken ben. Zo gaat dat altijd in dat gekke hoofd van mij, altijd weer een huppeltje vooruit met als risico dat ik te weinig geniet van het hier en nu en het alweer voorbij is voor ik er erg in heb.

Wat dat aangaat aan winterplannen geen gebrek. Als ik terugkijk naar het moment dat ik mijn eerste wintervissen ving (2008) dan heb ik enorm veel bijgeleerd. Hoeveelheden voer, waar te vissen, hoelang tussen voeren en vissen. Allemaal dingen die voor een soort vastigheid kunnen zorgen, hoewel je het natuurlijk zomaar bij het verkeerde eind kan hebben?

Die eerste "wintersessie" liep op niets uit dus. De week erop skip ik mijn vaste visbeurt. Het is zulk matig weer dat ik er echt op geen enkele manier geloof in heb. Blijf lekker binnen. Als ik de week erop een flinke verkoudheid te verstouwen krijg ben ik nog blijer met dat besluit; een dag in koude nattigheid had wel is voor een echt ziek zijn kunnen zorgen, nu is er hoogstens sprake van een licht ongemak.

Richting het einde van de week zie ik waar ik altijd op hoop tijdens de winterperiode. Een zelfs 's nachts oplopende temperatuur en daarna een stabilisatie van die temperatuur rond de negen graden, ook in de nacht. Als er dan zekerheden zijn dan durf ik hardop te zeggen dat die combinatie ervoor zorgt dat de vis wel aan wil gaan. Ik maak een ambitieus plan. Wil vier plekken in verschillende polders bevissen maar wegwerkzaamheden gooien roet in het eten; ik zal het met een polder minder moeten doen.

In de ochtend nog natte miezer maar vanaf het moment dat ik de drie voerplekken begin af te vissen wordt het droger. Wind uit het zuiden blaast rustig door en geeft het water de kabbel die het nodig heeft. Nog zo'n zekerheid die ik niet kan staven maar wel heilig van overtuigd ben; beweging op het water zorgt voor beweging onder water. Op de eerste stek geen tik, wel een springende vis op een meter of tien van de voerplek vandaan. Handje bij en wellicht terugkomen.

Tweede polder, tweede plek. Duurt een minuut of vijf. Pennetje wordt even kleiner, klimt omhoog en zeilt dan naar links weg. Even wacht ik af, op deze stek ligt vaak veel vis dus lijnzwemmers zijn er regelmatig. Pen loopt zo mooi door dat ik niet anders kan dan aanslaan. Direct die lome weerstand. Een traag maar vooral zwaar walmen onder water en een molenslip die heel traag begint te tikken. Langzaam wordt meter voor meter lijn van de spoel getrokken. Heel rustig, zonder uithalen. Ik hou de afstand in de gaten, als de vis teveel lijn pakt kan hij een struik inzwemmen. Gelukkig slaat de vis voor de struik naar links af en komt daarna traag trekkend voor me langs gezwommen. Weer een tikkende slip en weer dat zware trekken, nu de andere kant op. Omdat het deel waar hij nu doorheenploegt ondieper is zie ik overal modderwolken ontstaan.
Een echte winterdril, ik ben in control maar weet dat in andere omstandigheden deze vis me alle hoeken van het water had laten zien. Na het moddergeploeg duurt het niet lang voordat het net eronder kan. Plaatje van een schub en al echt koud.
​
Picture
De vangst geeft me zo'n voldaan gevoel dat ik bijna besluit te stoppen. Even echte twijfel erover maar de nog niet bezochte polder is er eentje die me altijd een tinteling geeft als ik er heb gevoerd. Stel dat?
Een week of wat geleden was het er voor het eerst in tijden weer raak geweest. Er kwam een hele fraaie spiegel uit op een zonovergoten dag.

Als we het dan toch hebben over zekerheid dan is de plek waar deze vis vandaan kwam een verhaal apart. Een aantal jaar achter elkaar ving ik er in de winter bij niet te koud weer en wind uit het zuiden of zuid-westen soms vier of vijf karpers in een paar uur tijd. De paar vierkante meter waar dit zich afspeelde lag soms volledig vol met azende vis. Hans en ik wisselden ervaringen en vangsten uit en keken steeds handenwrijvend uit naar de winter; kat in het bakkie toch? Dan ineens de klad erin? We vangen er niet meer, ook niet als de eerder als positief aangemerkte voorwaarden zich voordoen? Ergens hoop je dan dat deze vangst een voorbode is van het herleven van die mooie periode.
Picture
Met dat soort ideeën en gedachtes volg ik in het weiland mijn eigen spoor van de ochtend. Toen om te voeren, mijn voetstappen van drie uur terug staan nog in het gras. Ondertussen is het gemaal aangegaan. Zie ik niet als ongunstig; nu moet de vis bewegen om stil te liggen. Op de waterkruising wordt uit de breedste sloot een vies modderspoor in de richting van het gemaal getrokken, uit de zijsloten veel minder troebelheid.
Dat pennetje staat weer lekker te dansen op de stroming. Nu wachten op de afwijkende beweging in het gelijkmatige patroon. Dat komt niet, zoals altijd is de enige zekerheid dat alles altijd onzeker is en ergens is dat maar goed ook.
0 Opmerkingen

De zekerheid dat je er onzeker van kan worden...

26/10/2025

0 Opmerkingen

 
In de eindeloze rij met plannen is er eentje vastomlijnd; samen in het najaar de schelpenpad polder bevissen. Na een aantal mislukte afspraken hebben we beet. Wel jammer dat Benjamin ook mee gaat. Dat viel dus aardig in het water. Sloten water uit de hemel, gecombineerd met de stormachtige wind simpelweg geen doen. Toch zien we wat. Ze azen nog gewoon door.

De dag na de storm ben ik alleen terug. Heb een beetje haast tijdens het voeren. Met het steeds sneller wegvallende licht wil ik laatste restje dag gebruiken om te zien waar het voer land. De wind is nog hard dus moet een gevoel krijgen hoe te werpen om ook straks in het donker de beoogde stekken aan te voeren.

Kort voordat het echt donker is ligt het voer erin. Onder een wilg zak ik met een bak avondeten in mijn stoeltje en mijmer. Dat mijmeren gaat de gehele avond door. Ik vis in een staat van sluimer. De pen heeft mijn aandacht, de harde koude wind ruist en suist en maakt me licht in mijn hoofd.
Rollende vis in de buurt van stekken, trage lijnzwemmers en eeuwig wachten. Dat lichtje wil maar niet wegschuiven. Soms even maar nooit voor een aanbeet. Af en toe check ik de maïs, wie weet sabbelen er kreeftjes aan het haakaas? Geen kleine hapjes eruit, wat is er dan actief op die stekken?
Derde rondje en dan toch een aanbeet. Slaan en mis, kort daarna een groot vlak stuk in het golvende water. Ik zit wel ergens aan vast. Tien minuten later heb ik mijn lijn ontward van een dik stuk vistuig. Meters kon ik binnenhalen met de hand.
Ik eindig op het bruggetje, hoe vaak stond ik niet hier mijn vistijd te verlengen. Nog tien minuten, nog vijf, nog eventjes. Ook nu lijnzwemmers, er roert zich iets. Sla per ongeluk weer op een lijner, daarna is de beweging weg. Tsja, dan heb je wel een idee wat het was. 

Een week terug was ik ook hier. Drie keer dezelfde plek in krap acht dagen tijd. Toen ook alleen. Hans had een andere date. Met plezier stuurde ik hem  de foto's van twee oerschubs. De tweede kwam ternauwernood binnen. Stuurmanskunst met de hengel en enig geluk. Tien centimeter voor een paaltje een worsteling. Hengel hoog en zo ver mogelijk naar achteren. Ik en de vis zo hard mogelijk trekkend, uiteindelijk eindigde het gelukkig in mijn voordeel.
Picture
Picture
Met die twee schubs kan ik een vinkje zetten achter een polder waar ik nog geen karper had gevangen. Was er in het voorjaar al wel geweest, toen alleen zeelt en brasem in glashelder water. Datzelfde heldere water zie ik als ik eind september met Michael een penparadijsje aan doe.

Parkeren op het boerenerf, even een praatje met de vader van de boer. Daarna het lange eind lopen naar de wetering. Hij staat op het lijstje voor baggerwerkzaamheden, niet zo vreemd want er staat ondanks de mooie breedte weinig water. Het is een eerste echt kille dag. Zon gaat schuil achter een grijs wolkendek en de weinige wind voelt schraal aan. Laatste keer dat ik hier was legde de karper brede schuimbanen op de voerplekken. Nu zien we tijdens het eerste rondje helemaal geen belletjes. Op één van mijn stekken wel stofwolken en een wapperende, vale staart die kort na het inleggen verdwijnt?
​
Een raar fenomeen dat wel/niet zien van aasbellen? In de koudere maanden zie ik ze eigenlijk nooit. Ergens na maart dan is er een moment dat stekken ineens in bruisgebieden veranderen en ergens in het najaar verdwijnt dat dan weer. Ik weet niet of anderen het herkennen? Ik snap daar niets van? Waarom zou van het ene op het andere moment de vis geen bellen meer produceren? Geen bellen uit de kieuwen en geen bellen uit de bodem? Die bodem verandert niet toch? Blijft net zo prutzacht in het najaar als in het voorjaar en de zomer. Aast de vis anders?
Ik heb geen idee maar het betekend vooral dat ik rekening mee moet houden dat op een gegeven moment ik niet meer alleen uit kan gaan van wat zichtbaar is om te weten of er wel of geen vis actief is.

Tijdens het tweede rondje blijkt dat maar weer eens. Uit het totale niets wordt de pen op sleeptouw genomen. Na de aanslag een boze vis die weg wil. Zoekt de schoeiïng aan de overkant op en trekt er een stuk voorlangs. Daarna is het snel over. Wat groeien ze goed, klasbakken in het vooruitzicht.
Picture
Over contrast gesproken. Eerder die maand een avondje in een industriewijk van mijn eigen woonplaats. Tijdens het voorvoeren zie ik al veel vis azen maar als ik later terugkom is het echt één groot bellenfestijn. Groepjes van twee of drie vissen liggen kort bij elkaar de gehele wetering om te ploegen. Blijkbaar is er een uitbraak van bepaalde diertjes of iets anders waar ze graag op azen want het voer laten ze links liggen. Uiteindelijk is er één vis die wel het voer boven het andere kiest.

Twee weken later ben ik er terug. Geen vis meer te bekennen? Met in mijn achterhoofd dat het azen echt niet altijd zichtbaar is vis ik twee uurtjes stug door maar moet dan constateren dat de vis niets doet?

Dat is het lastige, wanneer kies je voor een plan B, wanneer vertrouw je op de aangemaakte stekken? Soms overduidelijk azende vis en geen aanbeten, dan weer geen actieve vis zichtbaar maar ineens wel een mooie vis in je handen. Ik blijf me erover verbazen hoe snel ikzelf, ondanks alle jaren ervaring, toch wat onzeker kan raken op die momenten. Laat maar weer eens zien wat voor het penvissen het belang van visuele aanknopingspunten is maar ook dat je soms dat even van je af moet zetten omdat het niet altijd zichtbaar is wat er gebeurt.
​
Wellicht al vaker aangehaald maar voor mijzelf haal ik altijd de vangst terug van een grote polderschub, echt een geweldenaar. Op veertig centimeter water ving ik hem kort onder het kantje. Ineens was er die aanbeet, geen kolkje, stofwolk, bel of lijnzwemmer verraadde dat er een azende vis aanwezig was.
Picture
Dat onzekere is raar. Zeker dit jaar. terwijl ik deze blog typ ben ik in principe klaar, in de zin van wat er zoal mijn net van binnen heeft gezien. Alles wat er nog bijkomt voelt als bonus. Het zo'n bizar goed jaar geweest dat ik komende periode in principe nog meer dan anders mijn gevoel kan laten spreken en naar plekken kan gaan waar dat wat de essentie van penvissen voor mij is het meest aanwezig is.

Half oktober weer een dag. Op fietsje omdat mijn vrouw met de auto weg is. In dat najaar hoeft het allemaal niet te vroeg. het is een heldere nacht geweest met weinig tot geen wind. Overal dauw op de weilanden en daardoor meerdere plekken waar ik onderweg even stop om te kijken en te genieten.

Ik vis op twee verschillende wateren. Eentje met een wat jonger bestand aan vis, ook nog wel wat oud bestand. Andere een water waar alleen vanuit uitzet karper zwemt. De meeste hebben er nu drie zomers achter de rug en zoals altijd lijken ze dan in het niets te verdwijnen? Lokaliseren en vangen wordt moeilijker?

Om die reden start ik op het "makkelijke" water. Op het moeilijkere stuk kan het voer dan wat langer inweken. Dag komt traag op gang. Veel zon, eenden en koeten die een beetje doelloos ronddobberen, blijkbaar niet geheel wetend wat ze ermee moeten? Dat trage is ook op de stekken, Pas op de laatste plek overduidelijk azende vis. Na meerdere lijners sla ik op een verkeerd moment. Boeggolf weg, kans weg.
​
Ergens schiet door mijn hoofd dat dit misschien wel de enige kans van de dag was? Ik schud het van me af, geen zin in uit balans brengende, niet helpende gedachten.
Al snel volgt er een spiegeltje wat het voer heeft gevonden. Dat geeft echt rust.
Picture
Ik voer de stekken bij en schuif naar het tweede water. De schapen lopen weer op de dijk. Eentje is mijn vriendin. Komt altijd geduldig naast me staan op de stekken die in haar weidde liggen. Ik herken haar aan de tekening op de kop. Zelfde starende blik met die grote, gelige ogen en die altijd malende kaken.

Zoals wel vaker toont de vis zich hier niet. Eigenlijk zie je ze nooit. Gek, water is overzichterlijk, er zijn in principe geen plekken waar je niet kan komen. Dat in combinatie met vaak vrij helder water dat niet te diep is zou toch af en toe een blik op een vis moeten opleveren? Niks minder is waar. Heel af en toe trekt er een boeggolf weg omdat er eentje is geschrokken maar over het algemeen laten ze zich niet zien. Ook nu komt de aanbeet volledig uit het niets. Ik heb net opnieuw ingelegd als de pen met een vlotte gang naar links wordt meegenomen. Na aanslaan de reactie die karper vaak heeft op smal water. Kant opzoeken en dan langs die kant met enorme snelheid zoveel mogelijk afstand creëren. Ik kan alleen maar staan, de hengel vasthouden en hopen dat de vis nergens iets vervelends tegenkomt. Deze koos voor de overkant, net zo vaak duiken ze de eigen kant in om daarna weg te spuiten. Dat laatste is vervelender omdat je moeilijker de vis kan volgen en ook moeilijker de lijn kan vrijhouden van overhangend riet en dat soort dingen. Vis komt mokkend terug en besluit in tegenovergestelde richting de kant ook maar te verkennen. Daarna weer zwaar trekken maar langzaam komt hij mee. beste is eraf, net eronder en voor de zoveelste keer de handjes in de lucht.
Picture
Waar ik dat schaap herken aan zijn tekening heb ik dat ook met spiegels, eerste blik zegt me dat ook dit geen dubbele is, later nalopen van de foto's laat zien dat dat klopt. Toch indrukwekkend hoe weinig ik (en Hans) dubbelen op redelijk overzichtelijke wateren met niet al te grote bestanden. Hoe zat dat ook alweer met de conclusies uit dat hele oude Loeb rapport?

Na deze dollemansrit door de sloot gebeurt er weinig meer. Op de terugweg pak ik de eerste stekken van de dag nog even mee. Na drie karpers binnen vijf minuten op drie plekken vind ik het mooi.

Heel mooi.
Picture
0 Opmerkingen

Zen en gelukkig.

28/9/2025

0 Opmerkingen

 
Ergens tijdens de rit naar het viswater moet ik er om zuchten. Wat is dat toch dat ik ook op mijn vrije dagen voor dag en dauw opsta. Gaat het om die paar karpers waar ik een val voor wil zetten of zit er meer achter? Met een nog wat duf hoofd van een verkorte nacht kom ik er niet achter. En ook nu ik dit typ vind ik het moeilijk echt te duiden hoe dat zit. Wat ik wel weet is dat mensen die dit niet doen vaak met grote bevreemding naar me kijken; ze snappen er niets van.

Vanaf de auto is het bijna 25 minuten lopen. Ook dat moet je er maar voor over hebben. Ben ervan overtuigd dat er nu ook een groep die dat vroeg opstaan ervoor over heeft afvalt. In het stille weiland lijkt het bij iedere stap lichter te worden. Op het moment dat er langzaam wat meer te zien is ben ik op het uiteinde van een dijklichaampje. Ik maak zes stekken met minimaal voer. Een stiekemplek. Je kan er komen maar mag er niet zijn. Op zondagochtend liggen er kansen, de aansluitende landerijen van de kwekers zijn leeg, de kwekers braaf aan het zondagontbijt en daarna vermoedelijk naar de kerk; ongezien doe ik mijn ding. Wel een extra dimensie dat stiekeme. Vorige keer was ik er te lang, een kweker kwam zijn kippetjes voeren, ik lag verscholen tussen de distels.

Rekening houdend met de harde wind die pal op het water staat monteer ik een wat langere pen. Bewust zet ik er wat minder lood onder dan nodig om de pen goed in het water te zetten. Als ik hem nu scherp zou uitloden zou de wind hem steeds uit mijn zicht drukken. Met iets minder lood staat op de wind het oranje schitterend boven water te pronken.

Zittend op mijn onthaakmatje voel ik de polder om me heen ontwaken. Vogels beginnen te vliegen en her en der rolt vis. Spetterende witjes en plonzende karpers. Pen staat net voor een hoek in de schoeiing aan de overkant. Voer ligt er in principe nog maar net in maar ergens heb ik het gevoel dat het snel gaat gebeuren. Ik weet het niet zeker maar twee keer leek de pen even iets te zakken buiten het ritme van de golfslag om.

Net als ik een hap van mijn brood neem schiet de pen weg. Zo hard dat ik denk aan een lijnzwemmer maar als hij wegblijft sla ik toch aan. Even is er een schichtige zigzag beweging, dan dreunt de vis voor de kant weg naar rechts. Geen stoppen aan. Enige wat ik kan doen is de hengel vasthouden en zo ver uitsteken dat er enige afstand blijft tussen de lijn en de kant. Het blijft bij dat ene indrukwekkende schot. Daarna nog enig verzet tijdens het terugwinnen van de lijn maar al snel is de vis binnen. Leuke spiegel en vooral een hele lekkere start van de dag.
Picture
Die start kon ik wel even gebruiken na zomaar twee karperloze visbeurten. Iets wat ik na de zomervakantie nog niet had meegemaakt. Vroeger had ik weleens een tiental visbeurten zonder karper, dat nu na twee keer geen karper het begint te knagen zegt vooral iets over het vangstritme van dit jaar en de op de loer liggende teleurstelling als dat hinderlijk wordt onderbroken.

Dat ritme werd alleen echt onderbroken door een heerlijke zomervakantie. Even niet denken aan Hollandse karpers maar hooguit aan Spaanse harders. Wonende in het deel van het land waar de vakantie "laat" viel is er wel heel weinig ruimte om in augustus aan mijn karper voor die maand te komen. Dat eeuwige ultieme doel, iedere maand minimaal 1 karper vangen, hou ik nu al vanaf 2017 als maatstaf. Vanaf december 2019 is er geen onderbreking geweest. En om die reden kneep ik hem toch wel even toen ik voor de vakantie augustus nog niet kon afvinken.

Ondanks dat ik een sterk gevoel heb dat het 'moet', kies ik na terugkomst voor een water met lage bezetting. Er zijn een paar momenten in het jaar dat de trieste, schoonheid van de Hollandse polder het sterkst bij me binnenkomt. De eerste keer vissen na een vakantie is er daar eentje van. Dat maak ik leidend in mijn keuze, daarmee voortbordurend op het thema uit mijn vorige blog: waar wordt ik echt gelukkig van? Keuze voor een makkelijke plek en daarmee dat doel veilig stellen of me na drie weken afwezigheid onderdompelen in Hollandser dan Hollands?
Picture
Als dan het pennetje staat te wiegen op de rand van een stroompje heb ik weinig meer nodig. Af en toe de blik even verleggen naar het eeuwige weiland dat met het langzaam hoger komen van de zon steeds een ander kleurenpallet aanneemt. Koeien eerst niet zichtbaar liggend in de dauw, zweven daarna pootloos over diezelfde dauw heen, om weer later volledige wezens te worden.
Ik vang een paar flinke ruisvoorns. De witvisactiviteit valt uit het niets weg, is er iets groters gearriveerd? Twee keer is de haak leeg als ik ophaal. Snap er niks van, geen stootje gehad? Kreeftjes?
Na weer herbeazen wordt de boel vrij snel op sleeptouw genomen. Aanslaan en zowaar een karper. Geen reus, verre van maar een vis waar ik echt oprecht blij mee ben. Geboren in deze polder. De moeilijke keuze wordt beloond, augustus is 'veilig'.

Omdat augustus veilig is twee dagen erna een "makkelijkere" plek. Levert een rij vissen op waarvan eentje van prima formaat. Die volgorde voelt goed, andersom was het misschien ook zo gelopen maar was ik er zeker minder tevreden over geweest.

En als je me dan vraagt te kiezen, ja, dan ga ik voor dat schubje. Een vis die me een oergevoel geeft. Ergens uit honderdduizenden eitjes is dit een visje geworden, heeft aanvallen van baars, snoek en allerlei andere rovers overleeft en is nu volgroeid tot een formaat dat in principe de mens als enige echte vijand heeft.
Picture
Picture
Wat gaat het jaar dan alweer hard voorbij. Met dat veilige gevoel rol ik september in. September, een maand met verwachtingen. Spinnerag met dauwdruppels hangen in de boerenhekken, dagen starten later en lijken niet op gang te komen. In september gaat van alles in vertraging, behalve de karper. Die wordt na te hebben rondgehangen in lauwwarm water geactiveerd omdat die temperatuur afneemt. Langere nachten en daarmee gemiddeld lagere temperatuur, hoewel uitschieters overdag gewoon mogelijk zijn.

Qua aastijden verplaatst rond deze periode vroege ochtend en late avond ook meer naar midden op de dag. Zeker met koude nachten komt de boel traag op gang. Op ondiep water is die invloed het grootste en de kans is dat vissen voor de avond en vroege ochtend die delen verlaten maar later op de dag er gewoon weer vrolijk inzwemmen.

Op zo'n echte september dag pak ik een ochtend. Niet te vroeg, zonnetje al op het water is een voorwaarde. Ik voer in twee polders één stek aan. Stekken waarvan ik weet dat het zomaar, snel succes kan opleveren. Daarna een eind het weiland in en vier plekken rondom een hotspot voor die polder.

Voor het eerst meerdere lagen kleding aan, de wind uit het zuiden is lauwwarm maar in de vroege ochtend fris. Waar een week of wat geleden op de eerste stek zich vis na vis toonde zie ik nu maar één karper rondscharrelen. Vind het voer niet bijtijds. Met die verschillend aangevoerde polders heb ik eindtijden. Kan dan niet langer blijven om op de volgende plek kans te maken. Per aangevoerde polder dus een opbouw van hoeveelheid voer. En in de laatste polder een extra 'trucje'; het voer wat breder verspreiden. Dat ging goed met de stevige wind, lekker eind werpen en het verspreid zich vanzelf. Heb je zomaar een voerplek van een paar vierkante meter en daar is de karper met een zelfde hoeveelheid voer langer mee bezig dan dat het "op een hoopje" ligt.

Naast de brugpijler komen slierten belletjes omhoog. Ik schuif het stoppertje wat hoger. Weet de diepte. Oranje priemt net door het oppervlak naast de pijler. Vanaf boven bezien geen probleem als er maar een paar millimeter zichtbaar is, ik hang over de brugleuning en alstie wegzakt zie ik het echt wel.

Dat wegzakken gebeurt twee keer. Beide keren een grote, slome brasem. Die wilde ik nu net niet. Heb de hoop dat na die twee platten de karper, die echt wel in de buurt is, zijn kans schoon ziet. Is niet zo en de tijd tikt door, ik moet door.

Lekkere visserij, tussen het penstaren door even verkassen. Spanning erop, spanning eraf. Volgende polder zit die spanning er helemaal vol op. Het is langzaam een karperparadijsje aan het worden. Hans en ik delen de vangsten en ondanks dat we er altijd wel wat scoren dubbelen we bijna nooit een vis? Zegt iets over het bestand en de mobiliteit daarvan. Door de jaren heen zien we ze groeien. Wat wordt het deze keer?

Tweede stek, op een breed stuk bijna tegen de overkant aan. Lange pen met, voor die afstand essentieel, lange oranje antenne. Ik zorg ervoor dat de pen op het lood schuin staat. De wind en de trek in het water van bemaling zorgen ervoor dat de pen staat en bijna de volledige zeven centimeter oranje toont. Op die grotere afstand is dat wel zo fijn. Hoef je niet van ieder tikje te schrikken. Die afstand is niet voor niets. Aan de overkant ligt een geul en ik vis op de rand van het talud. Het duurt niet lang. Pen zeilt prachtig weg. Na de aanslag ploegt er een vis weg. Langzaam tikt de slip terwijl de vis evenwijdig aan de overkant afstand neemt. Zeilt daarna naar het midden en komt dan relatief eenvoudig binnen. Het is weer goud.

Op de volgende stek zie ik op afstand de bellen al omhoog komen. Brede sporen lopen over de stek heen. Iedere keer aast de vis tegen de stroom in om dan af te zakken en dat te herhalen. Ik wacht tot het even stopt met bellen. Leg voorzichtig op de rand van de voerplek in en wacht af. Paar keer een lijnzwemmer terwijl het rondom de pen borrelt. Dan vrij onverwacht de aanbeet zonder dat er een belletje omhoog komt. Andere dril. Vis blijft onder de top maar wil niet omhoog, iedere keer met een dreun naar de bodem. Harde klappen die gelukkig goed worden opgevangen door de soepele stok. Duurt lang en met een steeds wilder draaien en keren ben ik toch bang voor een losschietende haak. Achteraf was die angst niet nodig, haak zat keurig vast en kreeg ondanks het wilde draaien en keren geen extra ruimte. Nog meer goud. Wat een ochtend.
Picture
Picture
Terug naar de start van deze blog. Al snel een spiegel op de kant. Altijd fijn maar het zet wel de toon van de sessie. Als er nu niets meer volgt voelt het toch als schraal. Vooralsnog maak ik me daar geen zorgen over. Ik heb nog vijf stekken te gaan en hoef voorlopig niets anders dan op gezette tijd van stek te wisselen en te turen naar dat oranje.

De warme wind zet nog wat aan. Heeft de hele nacht doorgeblazen. Zorgde vannacht voor een behoorlijk constante temperatuur en dat verschil is ten opzichte van andere septemberdagen merkbaar. Ik heb het idee dat de vis niet op gang hoeft te komen maar de hele nacht actief is geweest. Op die ondiepe polderwateren hebben ze zo weinig nodig om aan te gaan of juist stil te vallen.

Twee stekken niets. Wel actieve vis in de omgeving; die komen wel. Nu de vierde plek. Een korte maar brede rietkraag. Ik vis vanaf de kant waar de wind ernaar toe staat, ervoor langs waait als het ware. Met harde wind is dat verstandiger, makkelijkere controle over de lijn in de buurt van allerlei losse stoppels. Al snel lijnzwemmers, die vlot overgaan in een pen die rustig in die onrustige kabbel wegglijdt. Ik sla vast, echt vast. Hengel kromt, onder water komt er iets langzaam los en begint mokkend weg te zwemmen. Traag tikt de slip, wind fluit in de lijn. Even doorbreekt een brede rug het wateroppervlak als de vis van koers wijzigt. Zwemt aan de overkant langs me en trekt zonder pardon vijftig meter van de slip af. Ik loop mee, verhoog de druk en weet hem net voor een stenen bruggetje te keren. Daarna zigzaggend terug. Duikt kort voordat hij bij me is de kant in, ik trek hem naar me toe en ineens ligt hij al in mijn net.

Dit is een ouwe. Een vis waar ik vijftien jaar geleden deze polder al voor bezocht voordat er een damwand werd geslagen. Omdat die werkzaamheden in de winter waren vermoedde ik dat de meeste karper op het deel lag waar ik nu stiekem vis. Naast een paar oerschubs eerder dit jaar bevestigd deze volschubspiegel mijn aanname.

Ik moet even bijkomen. Wat een vangst, wat een weelde.

​Nog twee stekken. De laatste naast de overstort die in de damwand is geslagen. Hier stort het water wat langs de kwekerijen loopt over in het water dat door de weilanden gaat. Ik vis naast de stroming. Door het eeuwig stortende water is er een gat geslagen. Ook hier duurt het niet lang. Ook nu een lange trage dril. Een uitzetter die laat zien dat in dit deel er voldoende ruimte is voor nieuwe aanwas om te groeien.

Ruim voordat de kweker zijn kippen komt voeren wandel ik het lange eind terug. Zen en gelukkig.
Picture
Picture
0 Opmerkingen

Als je terugkijkt, hoe had je het dan hebben gewild?

1/8/2025

0 Opmerkingen

 
Lopen en zoeken, lopen en zoeken. 15.000 stappen per sessie is geen uitzondering. Liefst eerst vinden en dan pas vissen. Stille ochtend. De zon is nog niet op, in de schemering wandel ik over een dijkje.  Al snel een provisorische brug. Hek ervoor met een bordje "verboden toegang". Ik hup erover heen. Volg het water vanuit het weiland zodat ik bij het deel kom dat vanaf het dijkje niet bereikbaar is. Her en der azende vis. Ik loop voorzichtig en strooi voer. Daarna terug. Twijfel, wel of niet proberen? Het bijhorende huisje van het bruggetje ligt achter een dikke haag, ze zullen me niet zien maar helemaal lekker zitten is dat niet.
Ik hak de knoop door als ik bij het water aankom dat "om de hoek" ligt. Hier wilde ik wat meer voer strooien om daarna in de echt vroege uurtjes de stiekemplekken af te pennen, daarna hier terug te komen. Op het eerste deel van dit water zie ik overal karper. Dikke, vette bellenplakkaten komen op verschillende plekken omhoog. Ik sluip langs het water en zet mijn vallen.
​In het eerste rondje krijg ik drie aanbeten, helaas verspeel ik de eerste. De andere twee zijn maar weer eens oersterk, niet te stoppen.
Picture
Picture
Foto's met lange schaduwen in de eerste zon. Ik vind het prima, ben weg voordat de meute wandelaars die het paadje langs dit dijkje hebben ontdekt, langskomt.
Het lijkt allemaal zo simpel. Even een paar mooie spiegels strikken. Wat valt het dan vaak tegen. Voor de keren dat het hier lekker loopt staan er meerdere totaal blanke sessies in het logboekje. Zeker nu we in de echte zomerperiode zitten is het vangen steeds minder vanzelfsprekend dan het vinden. Zo'n sloot die op de kop wordt gekeerd door bellenplakkaten is schitterend maar als je ze vakkundig om je stekjes heen ziet lopen wordt het al snel frustrerend.
 
Met dat overduidelijke azen, zeker in de eerste uren van de dag, is juli een maand waarin het aanleggen van een vis kan werken. Hoewel ik merk dat dit vaker resulteert in een verdwijnende vis is het, het proberen altijd waard. Op weer zo'n zonovergoten ochtend is het zelfs de redding van de visochtend. Tijdens het voeren waren er nog her en der azende vissen te zien. Ik sluip langs de kant omdat de oude populatie graskarpers bij een verkeerde beweging de sloot volledig op zijn kop kan zetten en kom een paar uurtjes later terug. De stek waar ik tussendoor de tijd doorbracht lag vol met kreeft. Ja, ook die hebben na een redelijke afwezigheid tot begin juli de visdagen behoorlijk gedomineerd...

Zittend op één van de plekken waar in de ochtend azende vis aanwezig was zie ik in mijn ooghoeken een azende karper aankomen. De zwemroute doet vermoeden dat deze niet op de stek terecht gaat komen. Als hij op anderhalve meter bij me vandaag fanatiek bellen begint te blazen tussen wat lelies zie ik mijn kans schoon. Zachtjes laat ik de maïskorrels in het centrum van de bellen zakken, Pennetje hangt op dit ondiepere water scheef. Het bellen gaat door, een goed teken. Pen krijgt een tik, nog één. Komt wat rechterop en loopt dan langzaam weg. Een tik en daarna een korte dollemansrit door de enkele plompen die voor de kant staan.
Picture
Picture
Momentjes van euforie en geluk. Zeker als de gevoerde stekken geen enkel teken van leven geven. Op water waar ze echt vol overgave bodemazen zou je in principe zonder voeren een hele ochtend actief vis kunnen aanleggen. Toch zijn mijn ervaringen te wisselend om dat te doen. Misschien dat met een flinke worm of een dot maden dit beter werkt maar met niet natuurlijk aas heb ik toch het idee dat die gekke vis het vaker niet dan wel vertrouwd.
Dat is met gemaakte voerplekken natuurlijk ook zo. Zo'n succesvol rondje als waar ik de blog mee startte is verre vanzelfsprekend. Ik denk dat meer dan we denken die vis voerplekken vaak al snel in de gaten heeft maar er soms eerst meermaals overheen of langszwemt voor over te gaan tot azen. Dat azen doen ook niet alle vissen aan één stuk door, ze komen erop, eten wat, verdwijnen weer, komen weer terug, enzovoort. Het waarom kan ik niet verklaren? De tussenpozen zijn vaak te lang om uit te gaan van verwerken van dat wat de bek in is gegaan (spoelen, filteren, vermalen tussen de keelplaten). Ik heb ook het idee dat dit met tussenpozen azen iets is wat in de zomerperiode meer voorkomt maar ook dat is een aanname, kan ook zijn dat het in die periode beter zichtbaar is?
Hoeveel vissen tref ik met mijn manier van vissen niet aan? Heen en weren tussen vier à zes stekken, steeds kort erop vissen en weer door. Bij een goed ritme is het elke stek raak, bij een verkeerd ritme overal mis?
Vorige blog een alles "raak" sessie. Tijdens het eerste rondje op alle vijf stekken vis, op vier ervan aanbeten- waarvan er twee op de kant kwamen. Maand later terug op die plek.

Als ik het boerenerf oprij voel ik een tinteling; zou het weer. De boer komt net op zijn trekker de schuur uit. Zwaait en wijst; graag daar je auto plaatsen. Zwoegen door het lange gras met bepakking met allerlei gedachtes over hoe het water erbij ligt. Duurt lang voordat ik er ben. Wind erop van rechts. Plukken wier op drift, niet alleen wind maar ook bemaling. Uitdaginkje noemen we dat. Stekken maken. Onderweg het verwachte succes ophangen aan tekenen van leven; zie je, ze zijn wel actief, het gaat weer gebeuren.
Ronde na ronde geen vis, wel wier in de lijn en stekken die bij aankomst vol met aasbellen liggen maar na inleggen stilvallen. Taai dus. Waarom die vis ineens hypersensitief is voor die lijn die ik op de stek breng terwijl ze overduidelijk met vertrouwen aan het azen zijn? Echt geen idee?
De enige stek die zonder bellen blijft ook trouw blijven bezoeken. Tijdens het derde bezoek dat bellenspoor wat van rechts aankomt. Die is er vaker geweest, dat kan niet anders. En ja hoor, komt er vol op en na meerdere lijners een aanbeet. Klein schubje maar wat is die welkom op deze ochtend.
Picture
We zijn alweer ruim over de helft van het jaar. Vorig jaar rond deze tijd zat ik er "slecht" in. Terugkijkend was ik te weinig bezig met waar wilde zijn, teveel met wat het moest opleveren. Omdat ik onlangs terugkeek kan ik dit jaar achteraf vaststellen dat het is gelukt te zijn waar ik wilde zijn.
Bepaalde polders die ik eigenlijk voor deze periode had aangevinkt om beet te pakken heb ik niet opgepakt. Te druk. Andere vissers en wandelaars. Heb een hekel aan ze tijdens mijn eigen vismomenten, Ik wil dan een gevoel van alleen op de wereld hebben. Niet geconfronteerd worden met anderen en hun gewoonten waar ik me dan zonder enige moeite over op kan winden. Niets menselijks is me vreemd wat dat aangaat.
Keuzes aanpassen hierop dan maar. Qua tijdstippen en plekken. Gelukkig zijn ze er nog, plaatsen waar je gewoon een hele visbeurt niemand ziet. Waar ik in het verleden voorzichtig omging met dit soort wateren door er niet te vaak heen te gaan voel ik me daarin niet meer geremd. Simpelweg omdat er altijd iets wijzigt wat maakt dat waar je dacht tijdenlang van te kunnen genieten er ineens niet meer is. Nieuwe aangelegde wegen, geslagen damwanden in het water, vrijgegeven wandelroutes door boerenland, vissterfte; ga maar door. Pakken wat je pakken kan op het moment dat het nog kan. De plekken worden schaarser, steeds meer is ontdekt. Gelukkig is een eind sjouwen voor bijna alle vissers nog steeds teveel gedoe; ik doe er mijn voordeel mee.

En soms maak ik ineens een totaal andere keuze maar dan wel door vooraf de toekomst in te reizen en even stil te staan hoe ik erover dank als ik na de visbeurt constateer dat ik niets heb gevangen; heb ik op die plek ondanks dat dan lekker gevist? Zolang het antwoord "ja" is, is het goed.

Halverwege juli na die overpeinzing, op de fiets naar een water aan de rand van mijn woonplaats, Niet te vroeg, dan zijn de meeste hondjes al uitgelaten en ben ik toch nog een soort van alleen. Vorig jaar viste ik hier voor het eerst sinds lange tijd. Ter herinnering; er bleek al een aantal jaar karper uitgezet te zijn. Ondanks dat het onderdeel uitmaakte van mijn vaste ochtendrondje met onze hond merkte ik dit pas in het voorjaar van 2024 op.

Nu valt het voor mij in de categorie "makkelijk scoren". Altijd link om een water zo in te schalen; wat blijft er van je zelfvertrouwen over als je er niks vangt? Deze avond hoef ik die gedachtengang niet te bewandelen. Er komen wat kleine karpers uit en zowaar eentje van één van de eerste uitzetmomenten. Bijzondere is dat deze vis heel kort eruit komt nadat ik van dezelfde stek een vers spiegeltje ving.

​Staand op een bruggetje viel me op dat er tussen de plompenrij voor het riet langs een spoor liep. Een gat van dertig centimeter breed. Een soort wildpaadje tussen de plompen. De eerste vis levert een hoop gedoe op. Vooral omdat ik het voor elkaar krijg om mijn net vanaf de brug in het water te laten vallen. Gelukkig dus een kleintje die ik met de hand kan landen. Daarna vang ik met wat moeite mijn net terug. Al snel erna weer gepruttel op de stek. Wat heet; er schuift keer op keer een breed schuimspoor tussen de plompen door. Duurt niet lang voordat de pen weer op sleeptouw wordt genomen. Pittige dril tussen de volgroeide lelies. Nu gelukkig geen gedoe met het net en een mooie vis op de kant.
Picture
Wel benieuwd hoelang het hier nog leuk blijft? Ten opzichte van vorig jaar meermaals andere vissers gezien als ik er langsreed. Wel altijd statisch op dezelfde plek. Zo'n kaal stuk gras met her en der wat afval. Een echte "hoerenstek" in mijn optiek en vergis je niet, een hoerenstek kan zomaar prachtvis opleveren. Hoelang duurt het voordat ze hun blik verruimen en ik me weer eens genoodzaakt voel me aan te passen? Niet teveel over denken, zover is het nu nog niet. Dat het komen gaat is een zekerheid, zeker met de potentie qua vis in aantallen, schoonheid en (in de toekomst) gewicht.

Ik typ dit op 1 augustus. Ja, maand nummer acht is aangebroken. Nog twee dagen en dan rijden we weg voor drie weken vakantie. Heerlijk vooruitzicht maar het maakt de kans op karper in augustus beperkt. Dat eeuwige richtinggevende doel "minimaal één karper per maand" voelt dan toch wat knellend aan.
Deze avond kan ik nog een laatste keer op pad voor we op vakantie gaan. Welke richting geeft al het bovenstaande me? Waar wil ik zijn? Hoe wil ik als ik zondag naar Spanje rij terugdenken aan aankomende avond?  De avond die in mijn gedachten mijn visjaar in tweeën hakt, voor en na de zomervakantie. Welke keuze maak ik nu daarop?

Ik kies een water waar ik vorig jaar weer wat intensiever aan de gang ben gegaan. Afgelopen winter is er gebaggerd en twee eerdere momenten  gaven een beeld van de wijzigingen onder water. 's Middags loop ik over de smalle kade. Links de bomen en bosjes, rechts het water, grotendeels afgeschermd door hoog riet. Tussen de struiken en riet soms minder dan een half metertje ruimte, zonder hengel al kruip- en sluipdoor, met de visspullen een uitdaging. Wel gunstig, kans is klein dat er anderen komen. Het eerste deel is wel goed toegankelijk en daar ligt zo'n typische hoerenstek. kaal stuk, riet weggeknipt en helaas soms een stapel afval. vanavond twee jonge knullen met een heel kampement.
Ik zoek mijn heil verderop.

Twee uur later terug. De eerste stek is gevonden door meerdere vissen. Op de weinige wind loopt een metersbreed bellenspoor ruim tien meter bij de stek vandaan. Voorzichtig schuif ik de hengel in elkaar en plaats de pen tussen de bellen. Kwartier later zijn er na lijnzwemmers twee golven rustig weggelopen. Het bellen gaat nog steeds door maar niet zo intensief als eerder. Als er dan een aanbeet is blijkt het een brasem te zijn.

Andere stekken geen sjoege en de karpers komen ook niet terug op de eerste stek. Rond middernacht zit ik naar een breekstaafje te staren. Nog heel even. Achter me de dekking van de knotwilgen en andere bomen, voor me een flinke waterpartij. Vlak geworden nu de wind is weggevallen. Een grote groep Canadese ganzen strijkt met tumult op de plas neer. Het duurt ene tijdje maar dan staat de lichtpen te dansen op de golfslag.

Richting half één maak ik er een einde aan. Heerlijk gezeten, helaas geen karper. Omdat dit de laatste visbeurt is voor de vakantie strooi ik het overige voer uit. Al na de eerste hand zie ik die golf weglopen, golf van een karper die dus toch in de buurt was. Ik grinnik, het is prima zo. Na de vakantie kom ik er wel terug. Een plek om nadat ik er ben geweest achteraf van te denken dat ik er had willen zijn,.
0 Opmerkingen

Er komt (nog) geen einde aan.

30/6/2025

0 Opmerkingen

 
Als ik 'nachts wakker wordt klettert de regen tegen de ramen. Vanuit de straat gedempte geluiden van mensen die zich naar huis haasten na een avondje stappen. Vermoedelijk in zomerkleding de avond gestart, niet voorbereid op een paar flinke hoosbuien. Ik kijk op de wekker, kwart over twee, draai me om en slaap nog even verder.
Ruime twee uur later zit ik op de fiets. Laatste flarden bewolking drijven langs, het is prettig fris en ruikt zoals het kan ruiken na de regen.
Kwartiertje trappen en dan ben ik bij het water. Bij de eerste plek waar ik wil voeren zie ik dat het gemaal aanstaat. Mmmm. bemaling, dat is even geleden. Stekken zullen kort bij de kant moeten want de combi van de stroming en langsdrijvend vuil maken het onmogelijk verder uit de kant te vissen.

Half uurtje na voeren zit ik op het eerste stekje. Schuin achter wordt het water uit een doorgang onder de weg door geduwd. Rechts van me een klein overstortje. Mijn pen staat voor een leliebedje op de grens van het zijslootje van het overstortje en de stromende hoofdvaart.
Al snel bellen, zou het nu al? Pen schuift richting de lelies en gaat onder. Ik geef een tik en zie een kreeftje door de lucht vliegen. Ja, onze geschaarde "vriend" is weer actief geworden.

Als ik het tweede rondje start, stopt de bemaling. Geeft mij de kans om twee extra stekken te maken. Iets verder uit de kant op plekken waar ik de hele ochtend actieve karper heb gezien. Springen, rollen en bellenblazen.
Op de plekken die ik net voor eerste licht aanvoerde is er weinig te zien. Eén keer loopt er uit het niets een bellenspoor over de stek. Na een paar rondjes, steeds tegen de stroming in, wordt de pen op sleeptouw genomen. Ik sla aan maar mis, grote kolk en weglopende golf. Waarschijnlijk toch op een lijner geslagen?

Ik laat het voer even inweken op de nieuwe plekken. Half uurtje nadat ik een beetje voer strooide ben ik terug. Op de eerste plek zijn twee vissen de boel op zijn kop aan het zetten. Kolken, bellen en stofwolken. Ik leg aan de rand van de stek in om de kans op een lijnzwemmer te verkleinen. Minuut of vijf later sta ik een spiegeltje te drillen.

Opgetogen over dit snelle succes op naar de tweede nieuwe stek. Ook daar activiteit maar het duurt een stuk langer. Toch ook hier uit het niets brede schuimsporen waar op een bepaald ogenblik dat pennetje tussen wegzakt. Lange dril en weer een spiegel op de kant. Slag groter, die mag wel even op de foto.

Fijn dat het gemaal wegviel, als dat was door blijven pompen was het niet gelukt in de zone te vissen waar vandaag de vis overduidelijk actief was.
Picture
Bovenstaande was begin juni. Nu even terug naar begin mei. Ook zo'n "vroeg uit de veren dag" maar wel wat later dan nu omdat het simpelweg minder vroeg licht wordt. ik wandel het lange eind. Terwijl ik in oostelijke richting loop zie ik het licht toenemen. Als ik op de plek ben waar ik wil vissen is er voldoende licht om te voeren, als ik klaar ben met voeren is er voldoende licht om het pennetje te kunnen zien.
Ondanks dat het voer er nog maar net in licht vang ik op het eerste rondje een spiegel en een schub. Mooie start! Tweede rondje lijkt op niets uit te lopen. Pas op de laatste stek van de zes voerplekken een aanbeet. Na de dril krijg ik geen vat op de vis. In eerste instantie zwemt hij wat onder de hengeltop maar dat gaat blijkbaar na een korte tijd vervelen. Lange runs waarna ik met veel moeite lijn terug kan winnen.  Wat het meeste opvalt is dat ik de vis niet in beeld krijg. Ik heb geen idee wat ik eraan heb? Een paar keer is de vis op een paar meter afstand maar ook dan komt hij niet in beeld. Hoe krom ik de hengel ook trek, ik krijg hem niet los van de bodem. Na een ruime tien minuten gebeurt waar ik al wat langer bang voor was, vis zet maar weer eens aan en dan lost de haak. Ik sta er verslagen bij. Dag is ondertussen ook wel volwassen geworden. Wind wat aangetrokken. Ik besluit terwijl ik terugloop twee stekken nog een kans te geven. Al snel ben ik bij de plek terug waar ik vandaag begon.

Voor de derde keer gooi ik er in. Nog even en dan begin ik aan de terugweg. De gedachte is nauwelijks mijn hersens gepasseerd of ik zie van rechts twee karpers aankomen. Zwemmen precies ter hoogte van mijn voerstek. Als ze in de buurt komen zakken ze direct en de bellen die omhoog komen laten zien dat ze meteen beginnen te azen. Ik zal het nooit zeker weten maar heb een sterk vermoeden dat ze eerder langs zijn geweest. Al snel wordt de pen weggetrokken, na een korte dril ligt er een plaatje van een spiegel op de kant.
Picture
In mijn hoofd schakel ik van "naar huis" naar "nog een rondje". Voor de zekerheid geef ik een aantal stekken nog een beetje voer. Lukt me niet alle stekken nog een keer aan te voeren, voerdoos is volledig leeg.
Volgende plek. Een beetje gekke plek. Zomaar midden op het water op de plek waar de wetering wat verbreed. Tegenover me een zijsloot. Ook hier stofwolken. Ook nu binnen een paar minuten beet. Aanslaan, even contact en los. Shit, op een lijner geslagen. kan gebeuren, bijvoeren maar.... oh nee, dat gaat niet meer.
Op naar de volgende plek. Een topstek, tenminste op het oog. Ik ben er vandaag al drie keer geweest en heb er geen stootje gekregen. Nu eenzelfde patroon als de voorgaande stekken. Binnen de kortste keren overduidelijk azende karper en een aanbeet. Nu wel raak en een vis die een schot neemt wat zijn weerga niet kent. Daarna komt hij wel meteen in het net. Flink doorgegroeide uitzetter.
Zo heb ik de eerste twee vissen in ruim 3 uur vissen gevangen en vang ik het tweede tweetal binnen een kwartier!
Picture
Er is nog één stek over. Voor een flinke rietkraag heb ik al vier keer wat voer gestrooid. Ook hier heb ik geen enkel teken van leven gehad. Als ik naar de stek sluip zie ik het al; bingo. Het ligt vol met bellen. Een breed spoor laat zien in welke richting de karper aan het azen is.
Dat is wel handig, kan ik goed voorkomen dat ik het aas op zijn kop gooi.
Het duurt nu wel wat langer. Twee keer moet ik ophalen om vuil van de haak te halen maar als ik de derde keer heb ingelegd is de pen vlot weg. Ik sla vast op een massieve weerstand. Zie al snel dat het een vis van het oude bestand is. Hij blijft een beetje voor de rietkraag rondmokken, pakt af en toe wat stengels mee maar doet dat zo op zijn gemak dat het geen problemen kost. Ik krijg geen vat erop. De eerder geloste vis zit nog vers in mijn systeem en zorgt voor wat zenuwen. Na een minuut of vijf getob rond de rietkraag is de vis het zat en begint aan een niet te stoppen opmars. Heel rustig zwemt hij door de slip heen. Ik loop wat mee zodat ik wat afstand tot de rietkraag heb. Daarna geniet ik van het laatste deel van de dril. Na bijna tien minuten touwtrekken een oude beer op de kant. Meer dan blij besluit ik er dan toch een eind aan te knopen.
Picture
Zo zie je maar. Continue die kleine beetjes voer brengen. Stek voor stek de aandacht geven; uiteindelijk komen ze er altijd wel op. Met kleine beetjes bedoel ik echt kleine beetjes. Afgelopen periode heb ik wat vaker dan vorig jaar direct na voeren gevist in plaats van een paar uur na voorvoeren terugkomen. Ik strooi dan echt weinig voer, een handpalmpje, meer niet. Omdat ik toch vrij snel op de stek langskom is dat voldoende. Als ik niks zie, handpalmpje erbij en door maar.
Een beetje zoals er met een centerpin op stromend water wordt gevist, steeds kleine beetjes voer brengen om die vis te activeren. Nooit zoveel dat ze het zat raken of zo weinig dat ze doorzwemmen.
Dat komt dan toch vooral op gevoel aan.

Paar weken later wel vissen vanuit voorvoeren. Ruim twee uur voordat ik start gaan er dan zeker vier handpalmen voer in. Lekker verspreidt zodat er geen hopen voer liggen, maar op een vierkante meter overal wat.
Bij deze manier van vissen heb ik altijd wat meer spanning. Hoe zal het water erbij liggen bij terugkomst? Is de vis geactiveerd of juist niet? Voldoende gevoerd of te weinig. Deze avond een verassing. pen wordt op een stevige stroom naar links geduwd. ik snap het niet? Bemaling zou juist de andere kant op moeten gaan, wordt er water ingelaten? Allerlei losse plukken wier blijven steeds in de lijn hangen; irritant. Top ver onder water zorgt voor een oplossing.

​Al snel ben ik op de laatste van de vier stekken. Niks gezien op de eerste drie. Niet alleen niks gezien op de stekken maar ook geen rollende vissen of bellensporen. Dat op een plek waar ik gewend ben dat op bepaalde delen de ene na de andere vis het water uitkomt.

Zolang er stekken zijn is er hoop. Laatste plek. Smalle sloot, meter of vijf à zes breed. Ik vis tegen een leliebedje aan de overkant aan. Gelukkig is hier een evenwicht in stroming naar links en wind naar rechts, weinig last van drijfvuil omdat het zo goed als stil ligt op de balans van trek en wind. De snelheid waarmee de aanbeet vorm krijgt na in te hebben gelegd doet vermoeden dat er nog maar weinig voer lag en ik dus precies op tijd ben. Vis heeft er zin in, trekt een streep naar links en bereikt bijna het plasje waarmee de sloot verderop verbonden is. De indrukwekkende kracht doet me maar weer eens denken dat wellicht zwaarder materiaal en/of zwaardere lijn misschien gepast zou zijn. Zelfs met de ruimte die ik op een plek als deze heb, met een eigenlijk volledige afwezigheid van obstakels, is het hebben uitstaan van veel lijn gewoon meer risico dan minder lijn.

Als ik hem dan weet te netten valt het formaat toch wat tegen gezien het vertoonde geweld. Qua uiterlijk wel weer een fraai exemplaar!
Picture
Een tweede rondje dan maar. Ik heb niet heel veel tijd meer voordat het donker wordt en besluit kort de eerste twee stekken te bezoeken en het grootste deel van mijn tijd op de derde stek door te brengen. Waarom ik op dat moment die keuze maak? Geen idee, een gevoel denk ik?

Eerste twee plekken nog steeds niets. Tenminste, beetje witvisgepruttel maar meer niet. Derde plek. Uitdaging met het drijfwier maar lijn goed onder water en top van de hengel ook doen veel goed. Toch moet ik eens in de zoveel tijd even ophalen om de plukken wier uit mijn lijn te verwijderen. Na ruim een kwartier wordt uit het niets de pen weggetrokken. Hard naar rechts. Zo hard dat ik aan een lijnzwemmer denk. Lijn loopt strak en slip begint te lopen. Goed of vals gehaakt, de vis heeft zichzelf op de uitstaande lijn vastgezwommen en dus gehaakt. Korte run de sloot in, dan een draai van 180 graden en voor mij langs het plasje in, het wijd op. Trage run en trage dril. Tegenovergestelde van de eerste vis. Alles traag en langzaam maar voel dat de vis voor nu even de baas is. Prima, laat maar even uitblazen. Duurt een paar minuten en dan komt hij vrij snel in het net.
Picture
Ik zie het meteen als ik de vis op de kant hijs. Een hervangst. Bijna twee jaar terug had ik deze ook gevangen. Toen wel een stuk lichter. Altijd apart om in zo'n uitgebreide polder een vis twee keer tegen te komen. In het schemerdonker loop ik fluitend door het weiland naar de auto.
Ondanks dat bij aanvang het er niet zo uitzag is het gegaan zoals ik had gehoopt. Dat blijft me verwonderen. Dat het gaat zoals je had gehoopt. Als je er op inzoomt blijft dat bijzonder toch? Je kiest een paar stekken, strooit wat voer en weet te vangen waar je voor kwam. Het klinkt zo simpel maar in deze regel gaat zoveel meer schuil.

Als de dingen dan lekker lopen wil ik maar twee dingen: vissen op plekken waar ik dat met het meeste plezier doe en die serie van mooie vissen voortzetten. In die volgorde, dat wel. Dus ik prik maar weer een moment. Een polder naar mijn hart. Moeilijk bereikbaar, eigenlijk niet te bevissen zonder de boer te kennen en een flink eind door de weilanden te ploegen. Maar als je dat er voor over hebt, heb je een gouden plek.​ Een oude wetering die rustig tussen de weilanden doortrekt, vissen die zich gedragen alsof er niet tot nauwelijks op ze gevist wordt. Een enorm weide groene blik en water wat deze ochtend bol staat van activiteit.

Tijdens het voeren zie ik al op veel plekken brede schuimsporen. Als ik een half uurtje na voeren start zijn op de eerste stekken al actieve vissen aanwezig. Zo, die hebben er zin in. Toch kom ik van een koude kermis thuis. Op de eerste plek vertrekt de vis na wat lijnzwemmers. Op de tweede plek breekt de lijn zomaar halverwege een eerste schot van de vis en op de derde stek komt de karper kalm na de kant om daarna te versnellen. Ik voel de slip gaan lopen en voel ook dat er iets vastloopt. Pats, weer draad door. Zo sta ik er binnen vijf kwartier na aankomst als een zielig hoopje mens de boel opnieuw op te tuigen.

Volgende stek weer vol met bellen. Diep ademhalen, vergeten wat was en aandacht voor wat is. Ook nu duurt het even maar na de zoveelste ronde van schuimspoor ronde de pen verdwijnt het oranje tussen de bellen en haak ik voor de derde keer een karper. Deze komt gelukkig wel op de kant. Hèhè, dat voelt fijn, ondanks dat het een klein schubje betreft.

En weer een volgende stek, het wordt saai,. Weer een enorm bellenspoor dat zich langzaam verplaatst. Steeds vanuit waar ik zit van rechts naar links. Ik wacht even tot het spoor wat van de stek is verwijderd en leg dan in. Zitten en wachten maar. Een paar keer moet ik opnieuw ingooien omdat de lijn door de vis is meegetrokken. Tegen het patroon in wordt na weer opnieuw inleggen de pen op sleeptouw genomen naar rechts toe. Daar wordt het water steeds ondieper en de pen zakt dan ook niet maar komt steeds hoger en blijft zich verplaatsen. Ik gok het erop en geef een tik. Het water explodeert en voordat ik het weet schreeuwt de slip en ramt er een boeggolf weg.  Het is met zoveel geweld dat het me niet eens lukt te gaan staan. Ik kan alleen maar zitten, de hengel vasthouden en hopen dat de vis stopt. In het eerste moment dat hij dat doet ga ik staan. Daarna ramt de vis van links naar rechts om daarna als een dolle via de overzijde weer naar me toe te zwemmen en nadat hij me is gepasseerd zonder enige moete weer meters achter elkaar van de slip af te trekken. ik heb de vis nog niet gezien maar denk dat ik een graskarper heb gehaakt. Gelukkig wordt de vis daarna rustiger maar het duurt nog een tijd voordat ik hem kan scheppen. Een schitterende, langgerekte spiegel die in zijn borstvin is gehaakt; dat verklaard de dril.

Eén rondje, alle stekken vis. De twee gevangen geven balans voor de verspeelde vissen. Ik besluit nog een rondje te maken. Het is een stuk rustiger. Op één stek toch weer bellen en weer een spiegel. Het lijkt maar niet op te houden.

Nu zijn we juli ingestapt. Twee minder makkelijke maanden qua vangen staan voor de deur. Vis is overal nu wel afgepaaid en zal zich over de hele polder verspreiden waar ondertussen ook een grote hoeveelheid voedsel aanwezig is. Kijken of het dan ook nog kan voortduren.
Picture
Picture
Picture
0 Opmerkingen
<<Previous

    Ik ben...

    ...Andries Hoekstra. Trotse vader van twee kinderen en getrouwd met een fan-tastische vrouw. Vanaf mijn 16e vis ik gericht op karper, ondertussen alweer 26 jaar. Vissen gebeurt tussen het familieleven door en daarom vaak 's ochtends vroeg, 's avonds laat of 's nachts.

    Andere blog's:

    Categorieën

    All
    Cultuurwater
    Even Bijpraten
    Het Knusse Poldertje
    In De Polder
    In De Stad
    In Het Donker
    In Het Licht
    Koude Karper
    Langs De Kade
    Memory Monday
    Met Michael
    Naast De Brugpijlers
    Op De Dijk
    Op De Ringdijk
    Penvisdag
    Plan
    Schelpenpad
    Stiekem
    Thuisblijven Verstandiger?
    Tussen De Kassen
    Uit De Oude Doos
    Zon Op Zien Komen

    Archieven

    December 2025
    October 2025
    September 2025
    August 2025
    June 2025
    May 2025
    April 2025
    March 2025
    February 2025
    December 2024
    September 2024
    July 2024
    June 2024
    May 2024
    April 2024
    March 2024
    February 2024
    December 2023
    November 2023
    October 2023
    September 2023
    July 2023
    June 2023
    May 2023
    April 2023
    March 2023
    February 2023
    December 2022
    October 2022
    August 2022
    July 2022
    June 2022
    May 2022
    March 2022
    December 2021
    November 2021
    October 2021
    September 2021
    July 2021
    June 2021
    April 2021
    March 2021
    February 2021
    December 2020
    November 2020
    June 2020
    May 2020
    April 2020
    March 2020
    February 2020
    January 2020
    December 2019
    October 2019
    May 2019
    April 2019
    March 2019
    February 2019
    November 2018
    September 2018
    August 2018
    June 2018
    May 2018
    April 2018
    March 2018
    November 2017
    September 2017
    July 2017
    June 2017
    May 2017
    March 2017
    February 2017
    December 2016
    October 2016
    September 2016
    August 2016
    July 2016
    June 2016
    May 2016
    April 2016
    February 2016
    December 2015
    October 2015
    September 2015
    July 2015
    June 2015
    May 2015
    April 2015
    March 2015
    December 2014
    October 2014
    September 2014
    August 2014
    July 2014
    June 2014
    May 2014
    March 2014
    November 2013
    October 2013
    August 2013
    July 2013
    May 2013
    April 2013
    March 2013
    January 2013
    December 2012
    September 2012
    June 2012
    May 2012
    April 2012
    January 2012
    December 2011
    June 2011
    April 2011
    February 2011
    October 2010
    September 2010
    August 2010
    July 2010
    June 2010
    May 2010
    April 2010
    November 2009
    August 2009
    July 2009
    June 2009
    May 2009
    April 2009
    December 2008
    October 2008
    August 2008
    July 2008
    May 2008
    April 2008

    Contact: [email protected]

    RSS Feed

Powered by Create your own unique website with customizable templates.